Vijf dagen Brussel

Brussel, Botanische Tuin

Het idee was om, net als vorig jaar, eind januari een paar dagen te gaan fietsen. Ook om te zien of ik voldoende was gerevalideerd. Vlaanderen leek een mooie bestemming, maar de wind zat in de verkeerde hoek en er was regen voorspeld. Zodat we besloten een hotel in Brussel te nemen, een stad waar zó veel te zien is dat je er moeiteloos twee weken kunt doorbrengen. Bovendien is de treinverbinding vanuit Amsterdam sinds kort sterk verbeterd. En omdat ik het idee heb dat Nederlanders te weinig in België komen, doe ik hier verslag. Misschien inspireert het u tot een bezoek aan de Europese hoofdstad.

Stripverhalen

Ons hotel: Ibis City Centre. Centraal gelegen, opvallend aardig personeel en tussen drie metrostations (Sint-Katelijne, Beurs en De Brouckère), waardoor de hele stad in een oogwenk te bereiken is. Met wat geluk kijk je uit op de Sint-Katelijne-kerk, maar dit keer hadden we niet zoveel geluk. Wel een fijn stille kamer. De Ancienne Belgique is trouwens op loopafstand maar mijn reisgenote zag niets in Front 242, dus dat hebben we maar even gelaten zoals het is.

Lees verder “Vijf dagen Brussel”

De maronieten in 1596

Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine, in de zestiende eeuw het patriarchaat van de maronieten.

Sinds de Kruistochten presenteerden de maronieten, die woonden in de afgelegen valleien van het Libanongebergte, zich als rooms-katholieken. De paus wees regelmatig nuntii (ambassadeurs) aan. In 1596 zond paus Clemens VIII de jezuïet Girolamo Dandini (1554-1634) naar het oosten om aanwezig te zijn bij een synode in het klooster van Onze Lieve Vrouw van Qannoubine in de Qadishavallei. Dit was de tijd van de Fakhr-ad-Din over wie ik al eens eerder schreef.

Dandini bleef drie maanden bij de maronieten. Hij was niet alleen geïnteresseerd in de religieuze opvattingen van deze christenen, maar ook in hun gewoontes. Dandini’s aantekeningen vormen een vroeg etnografisch rapport en zijn familie heeft het na zijn dood gepubliceerd als Missione apostolica al patriarca, e maroniti del Monte Libano (1656).

Lees verder “De maronieten in 1596”

Op bezoek in Libanon (3): de maronieten

De Qadishavallei, de heilige vallei van de maronieten.

De maronieten zijn een van de belangrijkste christelijke groepen in Libanon. Waar die groep precies vandaan komt, is een ingewikkeld verhaal, waarvan het deel over een Arabische migratie vanuit Jemen naar het noorden (dankzij die Arabische inscripties waarover we het hier al eens hadden) inmiddels geldt als achterhaald en waarvan het deel over christelijke disputen en monotheletisme te ingewikkeld is om te herhalen. Wie Sint-Maron was, is ook nogal lastig. Waarom de maronieten Syrië hebben opgegeven en zich hebben teruggetrokken in Libanon, is helemaal ingewikkeld.

De maronieten

Gelukkig is het enige dat u weten moet wel simpel: ze werden rond 1100 bedreigd door Byzantijnen, Fatimiden en Seljuken, en kozen daarom voor samenwerking met de Kruisridders. Een samenwerking die lang niet altijd harmonisch was maar die wel betekende dat de maronieten zich meer en meer zijn gaan beschouwen als oostelijke buitenpost van de rooms-katholieke kerk. De maronitische “patriarch van Antiochië en het gehele Oosten”, Bechara Boutros al-Rahi, is tegelijk kardinaal van Rome. De maronitische basiliek in Beiroet is een kopie van de Maria Maggiore en maronitische geestelijken volgen een deel van hun opleiding in Rome.

Lees verder “Op bezoek in Libanon (3): de maronieten”

Irak kort (12): Mosul

De minaret van de Nuri-moskee in Mosul, klaar voor de herbouw

Mosul, de grote stad in het noorden van Irak, is de laatste jaren vaak slecht in het nieuws geweest. Ook al wilde ik graag naar het er tegenover gelegen Nineveh, ik zag eerlijk gezegd nogal op tegen het bezoek aan de stad die door de zogenaamd Islamitische Staat zo is geterroriseerd. Dit is immers waar ISIS in de Nuri-moskee het kalifaat uitriep en waar datzelfde kalifaat ten einde kwam met het opblazen van diezelfde moskee. Een bezoek was toch een beetje a holiday in other people’s misery.

Ik had er niet bang voor hoeven zijn. De bruggen over de Tigris functioneren (voor zover ik kon zien: één noodbrug), de rioleringen en straatverlichting eveneens. Mijn vriendin had hier twee jaar geleden gewandeld door een verzameling doodstille ruïnes, nu was zeker twee derde van de huizen en winkels weer in gebruik. Het deed wat denken aan Gyumri, de in 1988 door een aardbeving verwoeste stad in Armenië.

Lees verder “Irak kort (12): Mosul”

Maria in Brunssum

Van Wim Kan schijnt de uitspraak te zijn dat je als cabaretier alleen datgene belachelijk kunt maken wat van zichzelf al een beetje belachelijk is. Misschien is dat wel waarom religie zo’n populair voorwerp is voor satire, want veel ervan valt natuurlijk met de beste wil van de wereld niet serieus te nemen. Je kunt een godsdienst vrij eenvoudig belachelijk maken door haar gewoon accuraat te beschrijven. Ongetrouwde mannen die rondlopen in jurken, bijvoorbeeld, en die dan een seksuele moraal voorschrijven aan gehuwde mensen.

Ik voor mij denk dat humor totaal vrij is. Je moet met alles de draak kunnen steken, want anders kun je het ook niet serieus nemen. Gregorius Nekschot – publiceert hij eigenlijk nog? – maakte cartoons waar ik nooit om heb kunnen lachen, maar hij had het recht ze te vervaardigen en behoorde niet door agenten van zijn bed te worden gelicht. Humor is vrij, maar toch zijn er onderwerpen waar ik geen grappen over zou maken, thema’s waar medelijden eerder op de plaats is. Zoals de Maria-verschijning, deze komkommertijd twintig jaar geleden, in het Limburgse Brunssum.

Lees verder “Maria in Brunssum”

Het chantagegebed

O.L.V. Sterre der Zee, Maastricht

Chantage is niet zo netjes. Je verwacht ook niet dat gelovige mensen, christenen bijvoorbeeld, God zullen chanteren. Toch is dat de strekking van het gebed tot Onze Lieve Vrouwe, Sterre der Zee, in Maastricht. De schrijver of schrijfster van dit gebed speelt danig in op de gevoelens van Maria.

O Maria, Sterre der Zee,
zie mij hier neergeknield voor Uw genadetroon,
waar reeds ontelbare minnaren van Uw moederhart
de grootste gunsten door U hebben ontvangen;
waar Gij voor de bedroefden troost,
voor de noodlijdenden hulp,
voor de zieken genezing,
voor de zondaars vergiffenis verkrijgt.

O liefste Moeder,
ik kom thans tot U met het grootste vertrouwen.
De menigvuldige wonderen
die hier op Uw voorspraak geschied zijn,
vervullen mij, ellendige zondaar, met de zoetste hoop,
dat Gij, Moeder van barmhartigheid,
ook mijn bede zult verhoren.

Ja, ik smeek en bid U, o zoetste Moeder,
o genaderijke “Sterre der Zee”,
laat mij van hier niet weggaan zonder verhoord te zijn.
Gij kunt mij helpen,
gij zijt immers de machtigste na God;
gij wilt mij helpen,
omdat Gij zo vol liefde zijt voor al Uw kinderen.

Herinner U, o goedertierenste Maagd,
dat het nooit gehoord is,
dat iemand die vertrouwvol tot U zijn toevlucht nam,
door U verlaten is;
zou ik dan de eerste ongelukkige zijn,
die Gij onverhoord van U liet heengaan?

Neen, neen, o goede Moeder,
op deze heilige plaats zult Gij,
door uw alvermogende voorspraak,
mij hulp in mijn nood en troost in mijn lijden verwerven.
Amen.

Lees verder “Het chantagegebed”