Assyrië!

De leeuwenjacht van Aššurbanipal (detail; British Museum, Londen)

Ik behoor tot degenen die pas als hij een afspraak heeft om met vrienden iets te ondernemen eraan denkt naar het museum te gaan. Het gebeurt eigenlijk nooit dat ik al weet dat er een leuke expositie is, dat ik die inplan en dat ik er dan vrienden bij uitnodig. De komende tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden, gewijd aan de Assyrische hoofdstad Nineveh, zou weleens de eerste keer kunnen zijn dat een expositie mijn agenda bepaalt in plaats van andersom. Ik zie er al bijna twee jaar naar uit.

Het is namelijk een belangrijke tentoonstelling. Het onzinnige negentiende-eeuwse sjabloon, waarin het oude Nabije Oosten wordt getypeerd als een wrede en in wezen religieuze cultuur en waarin Griekenland geldt als bakermat van het humanisme, wordt helaas nog altijd uitgedragen, hoewel het essentialistische karakter ervan allang is weerlegd. (Ik blog er nog over.) Is het voortleven van zo’n achterhaald idee al gênant, het is ook schadelijk: het maakt ons kwetsbaar voor manipulatie rond een veronderstelde “clash of civilizations” waarbij “het” westen, met humane waarden, staat tegenover “de” islam, die momenteel de rol krijgt toegewezen die eerder is gespeeld door het Ottomaanse Rijk, de Saracenen, de Sassaniden, de Parthen en de Perzen. Die rijken bouwden – en dat is wél een feit – voort op Assyrië, dat in de negentiende eeuw vaak als “wreed” werd getypeerd omdat de koningen de gewoonte hadden de afschuwelijkste gruwelijkheden af te laten beelden. (Uiteraard was in Griekenland alles peis & vree en wilden de Romeinen alleen maar wat ravotten.)

Lees verder “Assyrië!”

Voorislamitisch Iran (4): de Parthen komen

Vóór de Parthen waren er in Iran Grieken, die deze charmante Herakles maakten in Behistun.

[Dit is het vierde deel van een reeks; het eerste is hier.]

Het is makkelijk het belang van de ondergang van het Achaimenidische Rijk te overschatten. De Seleukiden, die sinds de regering van Alexander de macht uitoefenden, namen tal van Perzische instellingen over en voor de gewone Iraniër of Babyloniër veranderde er weinig. De nationaliteit van de bestuursklasse was weliswaar veranderd, maar dat was in het Nabije Oosten niet voor het eerst: de Assyriërs waren opgevolgd door de Babyloniërs, die door de Perzen waren afgelost, en zij maakten nu plaats voor Europeanen.

Wat wél veranderde was de oriëntatie van het bestuur. Het zwaartepunt van het Perzische Rijk had altijd gelegen in Zuid-Irak en West-Iran, met Sousa en Persepolis als hoofdsteden, maar voortaan hadden de heersers óók belangen in het Middellandse-Zeegebied, en waren de hoofdsteden Seleukeia (bij Bagdad) en Antiochië. Dat wil echter niet zeggen dat Iran werd genegeerd. Het schattige beeld van Herakles (boven) bewijst dat Behistun nog steeds belangrijk was; Persepolis was nog altijd bewoond; in Nehavand is een lange Griekse inscriptie opgegraven die momenteel in het museum van Teheran is te zien. Dat is een zeldzaamheid: de Griekse periode is niet populair in Iran. De laatste sjah sprak niet voor niets van de “post-Achaimenidische tijd” en de huidige religieuze autoriteiten moeten evenmin veel hebben van de Griekse beschaving.

Lees verder “Voorislamitisch Iran (4): de Parthen komen”