Faits divers (10)

In eerdere afleveringen van de onregelmatig verschijnende rubriek faits divers lukte het me nog weleens om verwante onderwerpen te presenteren, maar vandaag zijn de faits wel heel divers.

Paul Veyne

Eerste berichtje: een van mijn vaste correspondenten attendeerde me erop dat de Franse oudhistoricus Paul Veyne anderhalf jaar geleden is overleden. Dat was me ontgaan. Zijn belangrijkste werk, Le pain et le cirque (1976), ging over de wijze waarop rijke mensen in de Grieks-Romeinse wereld zich presenteerden als weldoeners. Zulk évergetisme diende niet om verkiezingen te winnen of macht te verwerven, want macht hadden die rijke mensen al. Het was ook geen liefdadigheid, want ze gaven niet aan de armen maar aan de burgers. Het ging erom de maatschappelijke positie te bestendigen en herinnerd te blijven worden.

Lees verder “Faits divers (10)”

Palmyra in de Late Oudheid

Het vaandelheiligdom in het laatantieke kamp in Palmyra

Keizer Aurelianus liet in Palmyra een garnizoen achter: het Eerste Legioen van de Illyriërs, dat hij pas onlangs had gerekruteerd in het gebied langs de Donau. Als niet-oosters, Latijnsprekend element zonder lokale banden kon de keizer vertrouwen op deze eenheid. Een kamp ten westen van de stad zou als basis dienen en we weten dat dit legioen aan het begin van de vijfde eeuw nog altijd het garnizoen van de oase vormde.

In het laatste decennium van de derde eeuw reorganiseerden de Romeinen hun oostgrens. Er kwamen nieuwe wegen en nieuwe forten. In wezen bestond het oude verdedigingssysteem uit een aaneengesloten linie van versterkingen langs de grens, maar deze vorm van defensie had een risico: als een vijand eenmaal door deze linie wist te breken, zoals de Sassanidische koning Shapur had gedaan, kon hij gemakkelijk honderden kilometers ver het binnenland in trekken. De nieuwe verdedigingsstructuur was een netwerk van forten, wat we diepteverdediging noemen. De Arabische sector wordt wel Strata Diocletiana genoemd, naar de keizer die verantwoordelijk was voor de reorganisatie, Diocletianus (r.284-305). Er was laatst het een en ander om te doen.

Lees verder “Palmyra in de Late Oudheid”

Het Palmyra van Paul Veyne

palmyra

Palmyra is zoiets als Isfahan of Samarkand: een karavaanstad van legendarische schoonheid. Ook als je er nooit bent geweest, ben je geschokt als je hoort dat vandalen daar moedwillig de monumenten kapot hebben gemaakt. Palmyra is werelderfgoed in de meest letterlijke zin van het woord: als er schade wordt aangericht, zijn niet alleen de Syriërs gedupeerd, maar voelt ieder mens zich getroffen.

Werelderfgoed wordt echter nooit zomaar werelderfgoed. Het heeft doorgaans een diepere betekenis. Het drietal Venetië – Antwerpen – Amsterdam documenteert bijvoorbeeld het ontstaan van een in alle aspecten door het kapitalisme doortrokken samenleving. Palmyra, Isfahan en Samarkand staan voor een ouder economisch systeem, waarin de landbouw domineerde en de handel een aanvulling was. Des te bijzonderder waren deze handelssteden, waar niet alleen producten van vér konden worden gevonden maar waar ook nieuwe ideeën werden uitgewisseld.

Lees verder “Het Palmyra van Paul Veyne”