Faits divers (10)

In eerdere afleveringen van de onregelmatig verschijnende rubriek faits divers lukte het me nog weleens om verwante onderwerpen te presenteren, maar vandaag zijn de faits wel heel divers.

Paul Veyne

Eerste berichtje: een van mijn vaste correspondenten attendeerde me erop dat de Franse oudhistoricus Paul Veyne anderhalf jaar geleden is overleden. Dat was me ontgaan. Zijn belangrijkste werk, Le pain et le cirque (1976), ging over de wijze waarop rijke mensen in de Grieks-Romeinse wereld zich presenteerden als weldoeners. Zulk évergetisme diende niet om verkiezingen te winnen of macht te verwerven, want macht hadden die rijke mensen al. Het was ook geen liefdadigheid, want ze gaven niet aan de armen maar aan de burgers. Het ging erom de maatschappelijke positie te bestendigen en herinnerd te blijven worden.

Ik koester zelf Veynes La vie privée dans l’Empire romain, dat ik ooit in Namen heb kunnen kopen. Het is een deel van een grotere Histoire de la vie privée, waarin hij ook het Griekse persoonlijke leven behandelde. Daar realiseerde ik me dat alle grote boeken van alle grote Franse oudhistorici voor minder dan €10 leverbaar zijn.

Etemenanki

Ik heb het weleens gehad over de Schøyen-collectie, die geheel is gewijd aan de antieke schrijfcultuur. Papyri, inscripties, kleitabletten, inktpotten: het is er allemaal. Ik wilde ooit bloggen over een stèle met informatie over de ziggurat van Babylon, de Etemenanki ofwel Toren van Babel. Het is namelijk een rare stèle, waarvoor ik geen parallel ken. Bovendien: als een vondst of tekst precies is wat we graag zouden willen hebben, dan moet je overwegen dat het vals is. Maar Bert van der Spek, emeritus hoogleraar oude geschiedenis aan de VU, verzekerde me ooit dat het, anders dan papyri, onmogelijk was een kleitablet te vervalsen. Ik heb dat blogje nooit geschreven.

De beste emeriti zijn emeriti die nieuwe inzichten blijven verwerven. En delen. Van der Spek stuurde me onlangs een artikel toe van Stephanie Dalley.nootStephanie Dalley, “Babylon: Some Problems with Evidence”, in Bibliotheca Orientalis 79, 5-6 (2022) 427-445. Zij legt uit waarom de Etemenanki-stèle vals is. Het destijds ongeschreven blogje kan zodoende ongeschreven blijven en reduceer ik tot faits divers.

Babylon, de schlemielige resten van de Etemenanki

Legioenen

Er zijn onderwerpen waarover je niet moet schrijven. De creatieve Grieken. De geheimzinnige Etrusken. De krijgshaftige Romeinen. Kitsch. Hoewel een zekere mate van oververeenvoudiging onvermijdelijk is, zijn deze typeringen geen oververeenvoudigingen meer. Ze zijn ronduit misleidend. Des te dapperder dat het British Museum een expositie wijdt aan de Romeinse legioenen.

Die lijkt de vooroordelen echter niet weg te nemen. Misschien is de expositie gewoon mislukt. Het onderwerp leent zich ervoor. In elk geval bevat de bespreking van The Guardian alle clichés die je moet vermijden, zoals legionairs die “actually could unleash hell” en vermeldingen van een skelet uit Pompeii, wapens & mannen, alsmede Augustus die zijn door Varus verloren legioenen terugvraagt. Hoe origineel.

Maar “this is not just a blood and guts orgy of Roman military might”. Want inderdaad, legionairs hadden ook een dagelijks leven met badhuizen, hun eigen correspondentie en vriendinnen in de kampdorpen. The Guardian presenteert dat alsof dat bijzonder is. Dat is het niet. Het is eindeloos vaak gedaan. Een publiekstijdschrift als Ancient Warfare gaat minstens zoveel over het dagelijks leven van antieke soldaten als over bloed en staal. En elk boek over het Romeinse leger besteedt ruimschoots aandacht aan het leven van alledag.

Ik hoop maar dat dit de gewoon slechte archeologiejournalistiek was. Ik hoop dat het niets zegt over de expositie. Over Romeinse krijgsgeschiedenis zijn namelijk ook interessante dingen te vertellen.

Inscriptie van een christelijke legionair uit Madauros

Heerlen

De conservatrice van het Thermenmuseum in Heerlen, Karen Jeneson, heeft een onderscheiding gekregen uit Italië. Ik ben bevooroordeeld, want ik ken Jeneson persoonlijk en mag haar graag. Dat is des te makkelijker omdat ze niet alleen heel competent is maar ook dingen voor elkaar krijgt.

Maar die onderscheiding doet haar tekort. De dynamiek waardoor het Romeinse Rijk is ontstaan, was een pan-Europese. Soldaten uit Italië waren succesvol in gebieden die klaar lagen om succes te hebben. Bijvoorbeeld doordat een sedentaire bevolking aansluiting had op grote handelsnetwerken. In de gebieden die niet klaar waren voor de romanisering, faalden de Romeinen hopeloos. Ik denk niet dat veel wetenschappers het Romeinse Rijk nog presenteren als een Italisch rijk, want naast de “push factoren” vanuit Italië waren er al sinds de IJzertijd “pull factoren” vanuit de rest van Europa. Het Thermenmuseum legt daarom de nadruk op het verleden van Limburg in de Romeinse tijd, niet op de noordwaardse verspreiding van Italische cultuurelementen.

Jeneson had dus een Europese onderscheiding moeten krijgen. Gelukkig ligt Heerlen vlakbij Aken, dus daar moet ze de Karlspreis maar gaan afhalen.

Het Thermenmuseum

Iemand is moe

Historicus Kristof Smeyers (Leuven) is de onwetenschappelijke claims over het verleden he-le-maal zat. Tot zover de constatering. De dieperliggende vraag is waarom we enerzijds de trivialisering van de verleden en anderzijds de overdreven relevantieclaims zo lang hebben toegestaan. Waarom leggen de historische wetenschappen nooit uit wat hen maakt tot wetenschappen?

Tot slot

Zoals de vaste lezers van deze blog weten, houd ik van Libanon, een ongelukkig maar vriendelijk land. Een land met een rijk Romeins verleden, waarvan de rechtsschool van Beiroet een zekere relevantie voor ons niet kan worden ontzegd. Ik mag er namens de AVRA op woensdag 21 februari vanaf 20:00 over spreken op de Stadscampus van de Antwerpse universiteit (Rodestraat 14). Ik geloof dat de toegang gratis is, maar ik beloof dat mijn praatje niet goedkoop zal zijn en ik rond deze faits divers af met de poster.


Archeoloog in Soedan (2)

december 21, 2013

Het Houten Zwaard

september 11, 2012
Deel dit:

20 gedachtes over “Faits divers (10)

  1. Ben Spaans

    Is het ook niet zo dat een klantenreactie, zeker die van een weekend of ’thema’s’ bijlage, in een permanent ‘heden’ verkeert. Om de zoveel tijd een populair-wetenschappelijke publicatie over een onderwerp – het is dan niet niet zo belangrijk meer of een onderwerp vijf jaar geleden of akkoord eens voorbij kwam. Zie je ook wel bij documentaires.

    Ik wist niet dat Ancient Warfare nog bestond trouwens.

    1. Ziet het zo: als het gaat over sterrenkunde, zal geen enkele wetenschapsjournalist nog uitleggen dat er andere sterrenstelsels zijn dan onze Melkweg. Als het over biologie gaat, zal geen enkele wetenschapsjournalist uitleggen wat een virus is. Als het over technologie, veronderstellen we halfgeleiders bekend.

      Waarom wordt, als het gaat over de Oudheid, dan altijd gedaan alsof de lezer/kijker nog leeft in 1935?

      1. Het is een terugkerende discussie maar je overschat de parate kennis in andere domeinen en onderschat bijgevolg de nood aan uitleg. Wat halfgeleiders zijn, weet geen kat. Ik denk dat het gros van de mensen niet weet wat geleiding is en nog veel minder kunnen precies uitleggen wat daar fysisch aan de hand is. Hoeveel mensen zouden weten dat water niét geleidend is en dat (kraantjes)water in combinatie met elektriciteit alleen maar gevaarlijk is vanwege de mineralen die erin zitten?

        Wat de oudheid betreft, kan ik me voorstellen dat men voortdurend gelijkaardige misvattingen moet rechtzetten omdat er nu eenmaal meer mensen blootgesteld worden aan Conscience, Asterix of de propaganda van nationalistische (of andere) partijen dan aan Jona Lendering.

        Maar ik ben het er wel mee eens dat je de ware kijk kan brengen zonder het altijd af te zetten tegen de foute kijk, want dan versterk je steeds weer het oude, foute beeld.

  2. Frans Buijs

    Ik neem aan dat je krantenredactie bedoelt? Hoe dan ook, we moeten niet vergeten dat het beoogde publiek van zowel de krant als de tentoonstelling ook bestaat uit mensen die qua kennis van het Romeinse Rijk inderdaad nooit verder zijn gekomen dan The Gladiator. Voor geschiedenisfreaks zoals wij bevat zo’n tentoonstelling weinig nieuws, maar dat geldt niet voor iedereen. Het gebruik van het woord “enslaved” in het artikel en op de site doet mij vrezen dat de tentoonstelling niet geheel vrij zal zijn van woke ideologie.

    1. Zie boven.

      Het woord “enslaved” is bij mijn weten in het Engels vrij gangbaar; ik kan het moeiteloos vinden in publicaties uit mijn studiejaren (rond 1990). Het wordt ergerlijk als we het proberen in het Nederlands te vertalen. We hebben er feitelijk geen woord voor. En om eerlijk te zijn, ik vind het voor de Oudheid ook niet meteen een handige term omdat er destijds zoveel vormen van afhankelijke arbeid waren.

      1. Frans Buijs

        Dat klopt, maar tot voor kort was het woord slave/slaaf ook volkomen normaal. Dat dat nu ineens zo gevoelig ligt dat het moet worden vervangen door enslaved people is een gevolg van bovengenoemde ideologie.

        1. Ik denk dat het complexer is. Ik heb ook gedacht dat de constatering dat er in het onderwijs geen aandacht was voor het Nederlandse slavernijverleden, hysterisch overdreven was. Ik heb zelf dat onderwijs namelijk gewoon wel gehad en dat was anno 1980 heel gewoon. Wat ik negeerde, is dat het aantal uren geschiedenis is gehalveerd en dat er momenteel voor enkele thema’s te weinig aandacht is. (De Germanen zijn een ander voorbeeld.) In de tussentijd is ook de samenstelling van de bevolking veranderd. Daar moet het onderwijs rekening mee houden. Dat er daarbij uitschieters en missers zijn, is onderdeel van dat proces van aanpassing.

          Ik denk nu aan de UvA-medewerker die “Black Athena”-theorieën als feit in een boek wilde opnemen. Dat heb ik kunnen verhinderen. Maar als we de trap schoon willen vegen, moeten we bovenaan beginnen. Bij onvoldoende breed gevormde PhDs, en dan langzaam neerwaarts via het hoger onderwijs naar het middelbaar en lager onderwijs.

          1. Ben Spaans

            In 1980 was de bevolkingssamenstelling ook al veranderd.
            Aandacht in het onderwijs voor slavernij staat los van die krampachtige terminologie rond het woord ‘slaaf.’
            En het idee dat nu in sommige kringen lijkt te leven dat slavernij het ergste is wat mensen elkaar kunnen aandoen (die indruk zou men krijgen.)

            1. FrankB

              Dat is net zo’n onzinnige opmerking als “de Holodomor was erger dan de Holocaust” of andersom. U steunt hier alleen maar revisionisten mee.

        2. FrankB

          Ook ik denk dat het complexer is, maar van slaaf/tot slaaf gemaakte zie ik de zin ook niet in. De tweede suggereert namelijk dat sommige mensen vrijwillig slaaf zijn geworden en dat is tegenwoordig (vooral Amerikaanse) fundagelische propaganda.
          Zelf heb ik geen onderwijs gehad in het Nederlandse slavernijverleden. Daar geraakte ik van op de hoogte in de jaren 1980, toen er nog kwaliteitskranten waren.

          1. Frans Buijs

            Ik ook en die kwaliteitskrant was de Donald Duck. In Van nul tot nu werd de slavenhandel ook in beeld gebracht.
            Ankie: “Wat een schande!’
            Methusalem: “Ja, maar door schade en schande wordt men wijs. Gelukkig denken veel mensen nu heel anders over dat soort zaken.”
            Eigenlijk is het daarmee heel goed samengevat.
            En in de oudheid is het inderdaad maar de vraag of slavernij wel het ergste was wat iemand kon overkomen.

          2. Ben Spaans

            Ach Frank, ‘alle geschiedschrijving is in wezen revisionisme’ geparafraseerd.

            Maar wie zijn de ‘revisionisten’ dan die ik blijkbaar steun? Niemand ontkent het bestaan van slavernij.
            Wel lijkt de huidige obsessie met slavernij (= de Europese, transatlantische vanaf de zestiende eeuw (vijftiende?)) in bepaalde kringen alle andere vormen van mogelijk historisch onrecht behoorlijk te overschaduwen, waaronder ook slavernij in de rest van de wereld.

            Er werd ten tijde van de afschaffing van de slavernij in Nederland in de jaren 1860 wel wrang opgemerkt dat er tegen kinderarbeid nog geen maatregelen werden overwogen.

            1. Huibert Schijf

              Slavernij is van alle tijden: Macmillan Encyclopedia of World Slavery (1998): “With the exception of marriage, the family and religion, slavery is perhaps the most ubiquitous social institution in human history.” Een citaat van voor de huidige gewoonte om over tot slaaf gemaakten te spreken.

  3. Frans Buijs

    Oh enne… Het Romeinse Rijk is nou eenmaal ontstaan in Italië, dus mevrouw Jeneson mag best een Italiaanse onderscheiding krijgen. Af en toe mag er wel eens een slak wegkruipen zonder zout erop.😉

    1. O ja, zeker, dat de Italianen haar verdiensten erkennen, is alleen maar mooi. Maar de Spanjaarden, Britten, Egyptenaren, Algerijnen, Fransen, Grieken en Turken zouden het ook behoren te doen. Net als de Nederlanders, trouwens.

Reacties zijn gesloten.