Palmyra in de Late Oudheid

Het vaandelheiligdom in het laatantieke kamp in Palmyra

Keizer Aurelianus liet in Palmyra een garnizoen achter: het Eerste Legioen van de Illyriërs, dat hij pas onlangs had gerekruteerd in het gebied langs de Donau. Als niet-oosters, Latijnsprekend element zonder lokale banden kon de keizer vertrouwen op deze eenheid. Een kamp ten westen van de stad zou als basis dienen en we weten dat dit legioen aan het begin van de vijfde eeuw nog altijd het garnizoen van de oase vormde.

In het laatste decennium van de derde eeuw reorganiseerden de Romeinen hun oostgrens. Er kwamen nieuwe wegen en nieuwe forten. In wezen bestond het oude verdedigingssysteem uit een aaneengesloten linie van versterkingen langs de grens, maar deze vorm van defensie had een risico: als een vijand eenmaal door deze linie wist te breken, zoals de Sassanidische koning Shapur had gedaan, kon hij gemakkelijk honderden kilometers ver het binnenland in trekken. De nieuwe verdedigingsstructuur was een netwerk van forten, wat we diepteverdediging noemen. De Arabische sector wordt wel Strata Diocletiana genoemd, naar de keizer die verantwoordelijk was voor de reorganisatie, Diocletianus (r.284-305). Er was laatst het een en ander om te doen.

Diocletianus was ook verantwoordelijk voor het laatst bekende civiele gebouw in Palmyra: de baden van Diocletianus. Als de legionairs van I Illyricorum hun fort verlieten, hoefden ze alleen maar door de Colonnaded Street af te lopen om een ​​bad te nemen. Palmyra moet een vreemde plek zijn geweest: het grootste deel van de stad lag verlaten, en omdat Nisibis nu het belangrijkste handelsstation was, was er geen hoop dat Palmyra ooit nog een belangrijke stad zou worden.

Laatantieke kerk

Christelijk Palmyra

Diocletianus staat bekend als christenvervolger, maar in 311 maakte zijn opvolger Galerius een einde aan dit beleid. Zijn opvolger Licinius compenseerde zelfs de christelijke kerken: eigendommen die waren weggenomen, werden teruggegeven en bisschoppen kregen dezelfde erkenning als heidense priesters. Palmyra’s eerste kerk dateert uit deze jaren. We weten dat een bisschop genaamd Marinus in 325 het Concilie van Nicea bijwoonde, waarin Licinius’ opvolger Constantijn probeerde de verdeelde christelijke wereld te verenigen.

Het zou verkeerd zijn om te denken dat Palmyra nu een verlaten stad was, alleen bewoond door de soldaten van I Illyricorum, maar we hebben weinig aanwijzingen voor wat er nog meer gebeurde. Het is echter redelijk zeker dat de aloude tempels door christenen zijn overgenomen. In de eerste helft van de vijfde eeuw was dit het lot van het heiligdom van Baäl-Šamem, de “heer van de hemelen” – dus niet zo vreemd als christelijke gebedsplek. De christelijke fresco’s in de tempel van Baäl dateren eveneens uit de vijfde eeuw. We lezen keizer Justinianus (r.527-565) de stadsmuur van Palmyra herbouwde, en twee andere kerken lijken ook tot deze tijd te behoren.

De Byzantijnse stadsmuur

Het kalifaat

In 634 bezocht de Arabische generaal Khalid de oase en accepteerde Palmyra, dat inmiddels weer Tadmor heette, als onderdeel van het Kalifaat in wording. We weten van een moskee in het voormalige heiligdom voor de keizercultus, terwijl de christelijke kerk in de voormalige Baältempel tot moskee werd omgebouwd. Het feit dat we slechts twee moskeeën kennen, suggereert echter dat Palmyra op dat moment een kleine stad was.

De diepste oorzaak van deze achteruitgang was dat Syrië en Irak nu door één en dezelfde dynastie werden geregeerd: eerst de Umayyaden, daarna de Abbasiden. De noordelijke route Eufraat-Orontes was altijd al een alternatief geweest voor de woestijnroute langs de oase van Tadmor, maar inmiddels waren er ook andere alternatieven, nog verder naar het zuiden. Het is op dit moment dat de “desert castles” in Jordanië werden gebouwd. Maar die vormen een heel ander verhaal.

Literatuur

Over Palmyra is veel geschreven. Ik blogde al eens over een boek van de nog niet zo lang geleden overleden Franse geleerde Paul Veyne, waarover ik wat gemengde gevoelens had. Theo de Feyter publiceerde onlangs Palmyra. Heden en verleden van een ruïnestad.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]


Janzur

mei 13, 2023

Het zoroastrisme

december 22, 2023
Deel dit:

2 gedachtes over “Palmyra in de Late Oudheid

  1. “Palmyra moet een vreemde plek zijn geweest: het grootste deel van de stad lag verlaten”
    [..]
    “Het zou verkeerd zijn om te denken dat Palmyra nu een verlaten stad was, alleen bewoond door de soldaten van I Illyricorum, maar we hebben weinig aanwijzingen voor wat er nog meer gebeurde”

    Ja wat is het nu? Verlaten op soldaten na, niet verlaten? Genoeg gelovigen om de tempels te herbestemmen en ook een bisschop – meer dan anderhalve man en een paardekop zou ik denken.

  2. “Palmyra, dat inmiddels weer Tadmor heette”

    Ik denk dat we rustig kunnen stellen dat de naam Tadmor altijd is blijven leven. Dat onze bronnen het Palmyra gaan noemen betekende natuurlijk niet dat de oude naam verdwenen was. Het is tekenend dat, zodra de Romeinse invloedsfeer wegviel, de oude naam weer in de bronnen te lezen valt.

Reacties zijn gesloten.