
[Dit is het laatste van drie blogjes die Nimue van Dijk wijdde aan de speelfilm The Odyssey. Het eerste was hier.]
Odysseus heeft volgens de film inderdaad iets verschrikkelijks gedaan, en boetedoening in de vorm van zijn omzwervingen is noodzakelijk, maar hij vindt in zekere zin absolutie door zijn schulderkenning. Zijn directe en indirecte slachtoffers daarentegen blijven buiten beeld; hun verlies krijgt geen vergelijkbare afronding. Dit levert naar mijn mening iets van frictie op binnen een film die een punt maakt van de blijvende gevolgen van geweld, maar vooral de dader de catharsis gunt.
Het einde van de beschaving
Zo vind ik dat er meer van dit soort interne frictie is. Om weer terug te komen op de afrekening met de vrijers: dit wordt slim geframed als een soort omkering van de slachting in Troje, als Odysseus die het onkruid dat hij in Troje gezaaid heeft nu wiedt. Dat neemt niet weg dat de film ons door de vrijers te demoniseren manipuleert om van dit geweld te genieten, terwijl we het andere geweld dat we zien moeten veroordelen. Dan is er ook nog de sleutelscène aan het eind van de film, waarin Odysseus, vermomd als bedelaar, voor Penelope uit de doeken doet wat het innemen van Troje echt inhield. Hier wordt expliciet de link gelegd met het verbreken van Zeus’ Law en de toestand waar de beschaving in verkeert. “Our age of bronze is collapsing,” zegt Odysseus onheilspellend.




Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.