Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie

John Stuart Mill

Morgen is het Prinsjesdag en dat is een mooie gelegenheid om het weer eens over vergelijkingstheorie te hebben. Het demissionaire Nederlandse kabinet zal wel een miljoenennota indienen en u kent de problemen waarvoor de overheid staat. In heel Europa. De diverse overheden hebben enorme bedragen geleend. Nog nooit – althans in vredestijd – was de staatsschuld zo hoog. Gelukkig zijn de rentes laag, zodat we ons er vooralsnog geen zorgen om hoeven maken. Probleem is wel dat er vrijwel geen marktpartijen meer zijn die schulden tegen zulke lage rentes willen afnemen. De overheid kan hen daartoe echter, ook al zal men het niet graag doen, wel dwingen. Het is weliswaar in hun financiële nadeel, maar in het gemeenschapsbelang. De Romeinen zouden het hebben begrepen.

Plinius in Bithynië

In de eerste jaren van de tweede eeuw na Chr. was de provincie Bithynië-Pontus in grote financiële problemen geraakt. Keizer Trajanus stuurde een bestuurder met buitengewone bevoegdheden, Plinius de Jongere. Diens correspondentie is over. Aan de dateringen is te zien dat hij werkte zoals een interimmanager betaamt: eerst maakte hij een plan van aanpak, wat aanvankelijk resulteerde in een lawine aan brieven, daarna werkte hij zijn plan uit en neemt de frequentie van de brieven af. Brief 10.54 documenteert het succes. Het begint met Romeinse standaardstroopsmeerderij:

Lees verder “Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie”

Wetenschap, wat nu?

De situatie is vrij simpel. Zo simpel dat je het nauwelijks ziet. Nederland heeft in de jaren zestig besloten een kenniseconomie te zijn en dat betekende dat hoge opleidingen voor iedereen toegankelijk moesten zijn. Dat vond zijn beslag in diverse onderwijshervormingen. Er kwam in de jaren zeventig zelfs een minister voor wetenschapsbeleid, Boy Trip.

Dat iedereen hoger onderwijs zou moeten kunnen volgen bleek even lovenswaardig als kostbaar. Medio jaren zeventig was 7,2% van het BNP bedoeld voor wat nu OCW heet, waar nog het geld bij kwam voor de driedubbele kinderbijslag waarmee het Rijk studenten onderhield. Dit percentage werd teruggebracht tot  5% in 2000 en is sindsdien weer wat gestegen, al valt de studiefinanciering binnen het OCW-budget. Nieuws over onderwijs, over cultuur, over wetenschap gaat al sinds mensenheugenis over kaasschaven, over H.O.O.P., over studierendementen, over financieringsmodellen, over leenstelsels en over selectief krimpen en groeien. Wetenschap en wetenschappelijke vorming moeten altijd weer met minder, minder, minder. Voor wie na 1963 is geboren, is de belofte van goed hoger onderwijs een ongedekte cheque gebleven.

Lees verder “Wetenschap, wat nu?”

Gepolitiseerde geschiedenis

Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

Het staat er dus echt. “Het kabinet moet de Nederlandse historie beter uitdragen.” Concreet willen de fractievoorzitters Pieter Heerma (CDA) en Klaas Dijkhoff (VVD) dat er meer aandacht komt

voor het Plakkaat van Verlatinghe (1581), de Unie van Utrecht (1579) en de Apologie van Willem van Oranje (1580) … bijvoorbeeld in een permanente tentoonstelling.

Het venijn komt even verderop: de twee heren storen zich aan de discussie over de Nederlandse geschiedenis en noemen als voorbeeld het stormpje in een glaasje water over de naam “Gouden Eeuw”.

Lees verder “Gepolitiseerde geschiedenis”

Prinsjesdag in Perzië

Het defilé in Persepolis begint: de hoveling rechts kondigt het begin aan (Nationaal Museum Teheran)
Het defilé in Persepolis begint: de hoveling rechts kondigt het begin aan (Nationaal Museum Teheran)

Van alle kunstwerken uit Persepolis, de hoofdstad van het oude Perzische wereldrijk, zijn de reliëfs bij de trappen van de troonzaal de meest indrukwekkende. Het monument bestaat uit drie delen. Aan de rechterzijde staan Perzische hovelingen, van de linkerzijde komen vertegenwoordigers van de verschillende provincies aanlopen, en in het midden bevond zich ooit een afbeelding van koning Darius, gezeten op een troon van lapis lazuli. Dit deel is al in de Oudheid verwijderd en begraven, maar archeologen hebben het teruggevonden en even verderop opgesteld.

Het geheel stelt mogelijk de viering voor van het Iraanse nieuwjaar, Now Ruz (tegenwoordig rond 20 maart), vijfentwintig eeuwen geleden. In het centrum bevond zich, in meer dan één betekenis, de grote koning. Achter hem staan kroonprins Xerxes, een belangrijke religieuze leider, de koninklijke wapendrager Gobryas en twee schildwachten. De man die van rechts komt aanlopen is Farnakes, het hoofd van de hofhouding en de kanselarij. Hij kondigt het begin van het defilé aan.

Lees verder “Prinsjesdag in Perzië”

Nieuwjaar en Prinsjesdag

Een Now Ruz-tafel

Over een paar dagen begint de lente. In Iran en enkele omringende landen is dat ook het begin van het nieuwe jaar. De gebruiken bij “Now Ruz” variëren van streek tot streek, maar meestal stelt men in elk geval een tafel op met zeven gelukbrengende voorwerpen waarvan de naam begint met een s, en wisselt men cadeautjes uit. Een vriendin van me zal er binnenkort op deze plaats over schrijven.

Iraniërs denken graag dat het feest al vele eeuwen oud is en dat is zeker niet uitgesloten. In elk geval werd het begin van de lente al heel lang geleden gevierd en waren antieke astronomen erop gebrand een kalender te ontwikkelen waarin de twaalf of dertien manen zó in een zonnejaar werden geplaatst dat het begin van het kalenderjaar zo dicht mogelijk bij het begin van de lente werd geplaatst. Ik blogde er al eerder over.

Lees verder “Nieuwjaar en Prinsjesdag”