Hoe dateer je een rotstekening of graffito?

Safaïtische inscriptie (Wadi Rum)

Een van de beroemdste blunders van de ooit onvermijdelijke egyptoloog Zahi Hawass was dat hij eens zei dat hij een koolstofdatering had gedaan van een inscriptie op een steen. Elke student weet dat zoiets niet mogelijk is. Alleen organisch materiaal ademt, alleen organisch materiaal neemt radioactieve koolstof op, alleen organisch materiaal sterft en stopt dan met koolstof opnemen, en daarom kan de mate van radioactiviteit alleen bij organisch materiaal dienen voor een datering. Hoe minder hoe ouder.

Maar als het niet met koolstof kan, hoe bepalen wetenschappers de ouderdom van inscripties, graffiti en rotstekeningen dan wel? Dit is een heel belangrijke vraag, aangezien het oudheidkundig databestand de afgelopen kwart eeuw is uitgebreid met tienduizenden Arabische graffiti. Ik overdrijf niet; u kunt ze bekijken op de website OCIANA. Die teksten kunnen kort en lang zijn, en ze vertegenwoordigen alle talen en dialecten van de Arabische taalfamilie, maar om deze schat aan informatie te kunnen benutten, moet je het materiaal kunnen dateren. Gelukkig zijn er verschillende methoden.

Lees verder “Hoe dateer je een rotstekening of graffito?”

Relatieve en absolute dateringen

Seriatie van Bronstijd-bijlen (Grand Curtius Museum, Luik)

Onlangs las ik een oud blogje van me terug en het viel me op dat ik het daarin zonder toelichting had over “absolute dateringen”. Hoewel het geen heel moeilijke term is, wil ik hem toch eens uitleggen, net als de “relatieve datering”. (Overigens is er voor jargontermen op deze blog een woordenlijst.)

Een relatieve datering ofwel relatieve chronologie wil alleen zeggen dat iets is gedateerd ten opzichte van iets anders. Het is dus ouder of jonger dan iets. De onderste laag in een opgraving is ouder dan de bovenste. Keizer Constantius II is jonger te dateren dan Constantius I. Bronstijdvoorwerpen zijn ouder dan IJzertijdvoorwerpen. Gekopieerde teksten zijn per definitie jonger dan het origineel. Dat soort dingen. In een seriatie, zoals de Bronstijdbijlen hierboven, liggen de voorwerpen van ouder naar jonger naast elkaar.

Lees verder “Relatieve en absolute dateringen”

De vaart der volkeren (2): Montelius

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

Ik vertelde gisteren hoe de archeologie een op Turgot en De Condorcet teruggaand model van de menselijke geschiedenis, waarin de vooruitgang centraal stond, benutte om de oudheidkundige vondsten te interpreteren. In de negentiende eeuw werd de empirische basis van de theorie steeds verder verbreed en ik ben niet op de hoogte van serieuze wetenschappelijke tegenwerpingen.

De eerste echte synthese werd in de late negentiende eeuw opgesteld door de Zweed Oscar Montelius, over wiens betekenis ik al eens eerder schreef. Hij onderscheidde (niet als eerste) drie tijdperken, waarin de mensheid achtereenvolgens stenen, bronzen en ijzeren werktuigen had gebruikt. De tijdperken vielen niet helemaal samen met de drieslag wildernij – barbarij – beschaving waar ik het gisteren over had, maar het idee van vooruitgang zit er wel in.

Lees verder “De vaart der volkeren (2): Montelius”

Israëlische archeologie

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

Oudheidkundige discussies hebben doorgaans niet zoveel betekenis, maar er zijn uitzonderingen. Eén daarvan is het maximalisme/minimalisme-debat, dat gaat over het relatieve gewicht van de literaire overlevering en de archeologische vondsten. Er zijn allerlei punten waar die twee soorten bewijsmateriaal elkaar tegenspreken: de aanwezigheid van Caesar in Brittannië is alleen bekend uit teksten en niet uit vondsten, de ruïnes van het antieke Ekbatana lijken in niets op de zeven muren die daar moeten staan volgens de antieke beschrijvingen.

Dit is, bij asymmetrisch bewijsmateriaal, alleen maar te verwachten, maar het creëert wel problemen. Laat je op zo’n moment de geschreven teksten prevaleren of de afwezigheid van de vondsten? Anders gezegd: is je standpunt dat een tekst betrouwbaar is, tenzij je vondsten het tegenspreken, of ga je er pas van uit dat een tekst betrouwbaar is als ze door de vondsten is bevestigd? Het eerste standpunt staat bekend als maximalisme: je veronderstelt een maximale betrouwbaarheid van de teksten. Het tegengestelde is minimalisme.

Lees verder “Israëlische archeologie”

Kwakgeschiedenis: chronologisch gegoochel

Protogeometrisch aardewerk uit Euboia

Recentelijk verscheen dit online artikel, getiteld ‘Towards an absolute chronology for the Aegean Iron Age: new radiocarbon dates from Lefkandi, Kalapodi and Corinth’, geschreven door maar liefst acht personen, namelijk: Michael B. Toffolo, Alexander Fantalkin, Irene S. Lemos, Rainer C.S. Felsch, Wolf-Dietrich Niemeier, Guy D.R. Sanders, Israel Finkelstein en Elisabetta Boaretto.

De titel van het artikel suggereert dat we hier met iets nieuws te maken hebben: er zijn C14-dateringen gegeven aan monsters uit drie sites in Griekenland, die ons in staat zullen stellen om een absolute chronologie te bepalen voor de Egeïsche IJzertijd. Het is echter niet nieuw: er wordt al jaren gesold met de absolute chronologie van het Egeïsche gebied in de periode vóór ca. 700 v.Chr. De titel suggereert dat we nu waarden hebben die niet te betwisten zijn, maar ook dat is onzin. Er verschijnen namelijk zeer regelmatig artikelen over C14-dateringen voor het Egeïsche gebied, die doorgaans nogal uiteenlopende resultaten geven.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: chronologisch gegoochel”