Olijfoogst in Romeins Tunesië (Bardomuseum, Tunis)
De vaste lezers van deze blog zal het wellicht zijn opgevallen: ik ben momenteel voor mijn werk in Tunesië. En omdat ik onverwacht wat tijd over heb, trakteer ik u op wat foto’s uit dat mooie land.
Het Bardomuseum
Het Bardomuseum in Tunis is het voornaamste museum van Tunesië. Het heeft een heel mooie collectie Romeinse mozaïeken. Hierboven heeft u een voorbeeld: een olijfoogst. Ik schreef al eerder over een mooi mozaïek dat Vergilius voorstelt, over de reis van Afrodite en een goudschat.
Gaius en Sextus Julius Caesar behoorden bij de Julii, die al heel lang claimden van Aeneas af te stammen. Deze munt in het Teylers Museum, Haarlem, verheerlijkt de eigen familie.
Het zal februari zijn geweest in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, wat overeenkomt met december 47 v.Chr. op onze kalender. Anders gezegd, ik besteed de blog vandaag aan de serie “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Of beter: we gaan het hebben over zijn achterneef.
Sextus Julius Caesar
Sextus Julius Caesar is acht maanden geleden ter sprake gekomen. Caesar was toen op weg van Alexandrië naar Zela en had zijn verwant benoemd tot gouverneur van Syrië. Een verantwoordelijke positie: op dat moment moest hij Caesars rugdekking verzorgen in de oorlog tegen Farnakes II van Pontus, maar hij moest ook en vooral met enkele legioenen de Eufraatgrens bewaken tegen de Parthen.
Reconstructie van een schorpioen, een pijlen-schieter zoals ook Caesar die gebruikte.
Als ik u zeg dat het 28 februari was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 5 december 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u voor de honderdste keer een stukje zult gaan lezen in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Nieuwe versterkingen voor Caesar
Ik denk dat hij een gat in de lucht sprong. De strijd om Uzitta, het Afrikaanse stadje dat hij wilde veroveren en dat werd verdedigd door Metellus Scipio en koning Juba I, was overgegaan in een stellingenoorlog, waarin Caesars mannen langzaam hun doel naderden. Het landkaartje is hier.
Toen Caesar zijn versterkte linies had voltooid en doorgetrokken tot een punt dat nog juist buiten schootsafstand van de stad lag, sloeg hij een versterkt legerkamp op. Hij liet katapulten en schorpioenen dicht opeen voor zijn legerkamp opstellen, gericht tegen de stad, en bestookte onophoudelijk de verdedigers van de muur. (Afrikaanse Oorlog 56; vert. Hetty van Rooijen)
Als ik u zeg dat het eind januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar november 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Hij zocht de confrontatie met zijn tegenstanders. Zoals we al zagen waren enkele dagen eerder het Dertiende en het Veertiende Legioen gearriveerd, samen met 800 Gallische ruiters, duizend boogschutters en slingeraars, alsmede het door Gaius Sallustius Crispus bemachtigde graan. De stad Thysdrus, het huidige El Djem, zegde ook een enorme hoeveelheid graan toe. Eén probleem: Thysdrus lag zeventig kilometer naar het zuiden. Desondanks was de situatie duidelijk in Caesars voordeel aan het veranderen, zodat deze het initiatief naar zich toe kon trekken.
Munt van Metellus Scipio, met een personificatie van Africa (Staatliche Münzsammlung, München)
Als ik u zeg dat het 12 januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 25 oktober 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat nu een blogje volgt in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Ik beloofde vorige keer dat Caesars nederlaag bij Ruspina een onverwacht gevolg zou hebben. Het vloeide voort uit de strijdwijze waarmee Titus Labienus zijn oude generaal had vastgepind op de vlakte. Hij had lichtbewapende Numidische soldaten en cavalerie samen laten aanvallen. Als Caesars mannen aanvielen, weken
de ruiters van de vijanden terug; maar de infanteristen bleven weerstand bieden, totdat de ruiters met een nieuwe charge hun infanterie te hulp kwamen. (Afrikaanse Oorlog 15; vert. Hetty van Rooijen)
Als ik u zeg dat het 4 januari was en daaraan toevoeg dat het was toen Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar “onze” 17 oktober 47 v.Chr., dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Hij was de dag begonnen met een foerage-expeditie, waarbij hij 400 ruiters en 150 boogschutters meenam en dertig cohorten. Die waren niet op de volle sterkte van 430 man; vermoedelijk bestonden ze uit ongeveer 300 legionairs, merendeels rekruten met daartussen veteranen. Als Caesar werkelijk ging foerageren met ruim 9000 man, en er persoonlijk leiding aan gaf, hield hij rekening met een aanval. Die inderdaad kwam. Gelukkig was het een infanterieleger dat hem naderde, zodat Caesars mannen, die een uur ten westen van hun basis bij Ruspina waren, niet bang hoefden te zijn te worden omsingeld.
Munt van Caesar, voor de derde keer consul (Metropolitan Museum, New York)
Als ik u zeg dat het jaar was aangebroken waaraan Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus én als consuls én als dictator en meester der ruiterij hun namen hadden gegeven, en als ik dat omreken naar medio oktober 47 v.Chr., dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Hij was, zoals we vorige keer zagen, in de laatste dagen van het voorafgaande jaar met 3000 legionairs, merendeels rekruiten, en 150 ruiters aan land gegaan bij Hadrumetum, het huidige Sousse in Tunesië. Als Caesar had gehoopt de stad te kunnen innemen, dan was hij bedrogen uitgekomen: ze werd verdedigd door Gaius Considius Longinus, die volgens de auteur van De Afrikaanse Oorlog beschikte over ongeveer 8000 man. Vanaf Kaap Bon waren bovendien 3000 Numidische ruiters onderweg naar Hadrumetum. Omdat die de stad versterkten maar geen aanstalten maakten Caesar aan te vallen, sloeg deze zijn kamp op ten zuidoosten van de stad, op het strand, hopend op versterkingen. Achteraf bezien heeft Considius een kans gemist de Tweede Burgeroorlog ten einde te brengen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.