The Odyssey, een recensie (2)

Bijna drie uur duurt ’ie: de film The Odyssey van Christopher Nolan. Uren vol met flashbacks, vooruitzichten, boodschappen, ontroering, hier en daar ook humor (een Nieuw-Grieks sprekende anonieme bewoner van een door Odysseus bezocht eiland), geweld, prachtige beelden. Een ‘totaal-ervaring’ dus, maar ook eentje waarvoor je je soms schrap moet zetten. Laat me beginnen met de meest kritische noot die ik kan verzinnen. Amerikaanse films hebben de neiging om moralistische boodschappen te laten klinken, en ook The Odyssey ontkomt daar niet aan. En dat terwijl de avonturen van Odysseus al meer dan genoeg materiaal vormen om zoveel tijd van je te vragen. Dat moralistische sausje had Nolan van mij weg mogen laten.

Dat geschreven zijnde kom ik op het waagstuk van Nolan, want ga er maar aan staan: een iconisch werk over een al even iconische held verfilmen. De regisseur is daarin volgens mij goed tot (hier en daar) zeer goed geslaagd. Hij koos acteurs (m/v) die bijna allemaal overtuigen. Landschappen waar je even stil van wordt. Scenes die beklijven, omdat ze zoveel spektakel bevatten. En ook weet hij geweld vooral te suggereren: afgezien van één hoofd (van een godenbeeld) rollen er nergens echte koppen, lijkt de camera te stoppen voordat het te erg wordt, kijk je eigenlijk nergens even weg omdat het geweld te heftig is of dreigt te worden. En de muziek in de film (soms heftige bombast, maar ja: dat is het verhaal zelf ook al) klopt met de beelden. Net als de andere geluidseffecten dat doen.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (2)”

The Odyssey, een recensie (1c)

De shoot-out (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Dit is het laatste van drie blogjes die Nimue van Dijk wijdde aan de speelfilm The Odyssey. Het eerste was hier.] 

Odysseus heeft volgens de film inderdaad iets verschrikkelijks gedaan, en boetedoening in de vorm van zijn omzwervingen is noodzakelijk, maar hij vindt in zekere zin absolutie door zijn schulderkenning. Zijn directe en indirecte slachtoffers daarentegen blijven buiten beeld; hun verlies krijgt geen vergelijkbare afronding. Dit levert naar mijn mening iets van frictie op binnen een film die een punt maakt van de blijvende gevolgen van geweld, maar vooral de dader de catharsis gunt.

Het einde van de beschaving

Zo vind ik dat er meer van dit soort interne frictie is. Om weer terug te komen op de afrekening met de vrijers: dit wordt slim geframed als een soort omkering van de slachting in Troje, als Odysseus die het onkruid dat hij in Troje gezaaid heeft nu wiedt. Dat neemt niet weg dat de film ons door de vrijers te demoniseren manipuleert om van dit geweld te genieten, terwijl we het andere geweld dat we zien moeten veroordelen. Dan is er ook nog de sleutelscène aan het eind van de film, waarin Odysseus, vermomd als bedelaar, voor Penelope uit de doeken doet wat het innemen van Troje echt inhield. Hier wordt expliciet de link gelegd met het verbreken van Zeus’ Law en de toestand waar de beschaving in verkeert. “Our age of bronze is collapsing,” zegt Odysseus onheilspellend.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1c)”

The Odyssey, een recensie (1b)

De vrijers en Penelope (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Dit is het tweede van drie blogjes die Nimue van Dijk wijdde aan de speelfilm The Odyssey. Het eerste was hier.] 

Een ander element dat het zwaartepunt bij Odysseus’ psyche legt is de fysieke afwezigheid van de goden. Hun aanwezigheid is wel voelbaar, door rommelende donder en een woeste zee, maar ze verschijnen niet, wat je als kijker motiveert om goed op te letten. Odysseus zelf lijkt sceptisch over bovennatuurlijke krachten. “We can’t live by omens and sacrifices,” zegt hij tegen zijn vermoeide mannen. Athene, de enige godin die wel een rol speelt, blijkt het gezicht te hebben van een priesteres die Odysseus door de Grieken gegrepen heeft zien worden in Troje. Deze scène wordt gecontrasteerd met het hoofd van een standbeeld van Athene dat in haar tempel wordt afgehakt; de godin en de onschuldige vrouw zijn één geworden voor Odysseus. In deze gedaante achtervolgt ze hem tijdens zijn reis, en dit, naast de toevoeging van Sinon, suggereert dat hij gedreven wordt door zijn eigen geweten, niet door goddelijke interventie.

Oorlogsslachtoffers

Athene is, ondanks haar minimale schermtijd, een belangrijk figuur. Ze kan gelezen worden als symbool voor de onschuldige oorlogsslachtoffers van Troje, en het is binnen dit narratief niet toevallig dat ze een vrouwelijke godheid is. Ik kreeg zelf de indruk dat de film er, onder het oppervlak van de focus op Odysseus, naar hintte dat de slachtoffers van mannelijke oorlogszucht vaak vrouwen zijn. Het geschreeuw dat we in Troje horen is duidelijk vrouwelijk, en we zien expliciet hoe de Griekse soldaten vrouwen donkere hoeken in slepen. Terwijl de mannen die in Troje sterven grotendeels anonieme soldaten zijn, worden de brute gevolgen van de oorlog voor elk vrouwelijk karakter in de film duidelijk in beeld gebracht.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1b)”

Telemachos in Leiden?

Penelope en Odysseus (Louvre, Parijs)

Vanaf de zijlijn is het makkelijk kritiek hebben; ik wil, na mijn vorige blogje, ook een manier noemen waarmee het museum én op de Odyssee-film kan inhaken én kan tonen waarom de Oudheid belangrijk is. We hoeven er zelfs niet voor weg van Penelopes Ithaka.

Opgehangen slavinnen

Kijk eens naar het einde van boek 22 van de Odyssee, waar Odysseus’ zoon Telemachos de slavinnen executeert die hebben geslapen met de mannen die dongen naar Penelopes hand (de “vrijers”). Hier is de (iets aangepaste) vertaling van M.A. Schwartz:

Lees verder “Telemachos in Leiden?”

Odysseus’ paleis

odysseus_palaceIn de Odyssee vertelt Homeros over de lange zwerftocht die de oorlogsheld Odysseus moet maken om weer thuis te komen. Eenmaal aangekomen in zijn paleis, neemt hij wraak op de vrijers, die er daar een zwijnenstal van hebben gemaakt: met een pijl en boog schiet hij ze allemaal dood. Het is bij mijn weten de eerste shoot out in de wereldliteratuur. Hier is het begin van boek 22, in de vertaling van H.J. de Roy van Zuydewijn.

Lees verder “Odysseus’ paleis”