Een van de bekendste verhalen uit het Nieuwe Testament, waarover ik op zondagen nogal eens blog, is dat over de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Het zijn overigens twee verhalen over twee gebeurtenissen, beide te vinden bij Marcus: het eerste verhaal speelt zich af in de omgeving van het Meer van Galilea, en het tweede in de Dekapolis.nootMarcus 8.1-10. Daarover een andere keer meer, vandaag het verhaal in Galilea.
Dat begint ermee dat Jezus en enkele volgelingen naar een afgelegen plek varen, waar ze echter geen rust vinden, maar worden opgewacht door een grote menigte. Jezus “voelde medelijden met hen,” schrijft Marcus, “want ze waren als schapen zonder herder” – een echo van Jezus’ missie om de verloren schapen van Israël terug te halen.
Nikolaas van Myra redt drie onschuldigen het leven (Antivouniotissa-museum, Korfu)
Nikolaas, de bisschop van de Lycische havenstad Myra, is overleden op 6 december in een onbekend jaar in de vierde eeuw. Dat weten we zeker. Hij is vermoedelijk geboren in Patara, dat iets westelijker ligt. Wanneer hij het levenslicht zag, weten we niet, maar de kerk viert het op 29 juli. (Sint-Nikolaas heeft elk jaar vier feestdagen en de verklaring leest u hier.) En er is zowaar een nieuwtje over de hoogwaardige bisschop: de Italiaanse onderzoeker Gerardo Cioffari, die zijn leven heeft gewijd aan de wetenschappelijke bestudering van de Nikolaas-traditie, heeft een plausibele theorie over het sterfjaar van Nikolaas van Myra geformuleerd. Er is nog geen officiële publicatie, dus ik zeg het allemaal met een slag om de arm.
Het verhaal van de drie officieren
Maar eerst even dit. De oudste bron over het leven van bisschop Nikolaas is de Praxis de stratelatis, wat je kunt vertalen als “het avontuur van de officieren”. De tekst werd tot voor kort rond 400 gedateerd, maar allerlei details, zoals de plaatsnamen in Myra en de namen van functionarissen, blijken accuraat en daarom is nog niet zo lang geleden aannemelijk gemaakt dat de tekst rond 337 moet zijn geschreven. Een Engelse vertaling van die zogeheten “eerste recensie” is hier. In sommige handschriften vinden we een andere versie, die een iets uitgebreider slot bevat, toegevoegd door de auteur zelf.
Ooit probeerde ik Ivanhoe te lezen. Al na een paar bladzijden ben ik gestopt, omdat de eindeloze beschrijvingen me tegenstonden. Walter Scott vermeldt zelfs de opening van de hals van een kledingstuk. Zulke ultragedetailleerde beschrijvingen laten te weinig over aan mijn verbeelding om me te boeien. De kale verhalen van de Bijbel liggen mij beter: er staat geen woord te veel in, zodat je je fantasie erop los kunt laten.
Dat betekent ook dat nogal wat onuitgelegd blijft. Een beroemd voorbeeld is Daniëls visioen van het Laatste Oordeel.nootDaniël 7. Hij heeft in zijn droomgezicht allerlei monsters uit de zee zien komen, en vervolgens staat er, zonder overbrugging, ineens laconiek “Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam.” Waarom die oude wijze meer dan één zetel nodig heeft, blijft onduidelijk en daarover is dan ook nogal wat rabbijnse discussie geweest. De auteur van Daniël lokt gedachtewisseling uit.
“Ik schrijf nooit meer een boek!” Ik méénde het en dus schreef ik in een noot in Israël verdeeld dat dit mijn laatste boek zou zijn. Voor het soort boeken dat ik heb geschreven is het inderdaad te laat. Het heeft immers weinig zin mensen goed over de Oudheid te informeren zolang er mechanismen zijn waardoor slechte informatie zich sneller verspreidt, zowel online als in boekvorm. Een adequate voorlichting richt zich anno 2017 op Web 3.0, waar artificiële intelligentie mensen helpt betrouwbare informatie te vinden.
Dat laat onverlet dat bepaalde soorten boeken nog betekenis hebben. In het algemeen zal er ruimte blijven voor het fraai geïllustreerde koffietafelboek en de elegante vertaling (voor wie van een tekst als tekst wil genieten). In de wetenschapsvoorlichting zal er behoefte blijven aan het traditionele overzichtswerk. Het online-aanbod is immers ongedifferentieerd en geeft niet aan wat belangrijk is en wat niet. In de wetenschapsvoorlichting over de Oudheid ontbreekt bovendien de “tweede lijn”. Zo’n boek heb ik nu in de pen.
Zomaar een berichtje uit de sociale media. Een Australische kankerpatiënte had vernomen van de kerk van de heilige Charbel en besloot er met haar zoon naartoe te gaan. Toen ze er aankwamen, bleek de kerk echter gesloten. Ze liep al terug naar de auto toen een priester langs kwam wandelen en hun vroeg of hij kon helpen. Ze vertelde dat ze uit Australië was gekomen om de zegen van een priester te ontvangen. Terwijl de geestelijke haar zegende, maakte haar zoon met zijn telefoon een foto, waarna de Australiërs afscheid namen en terugkeerden naar hun hotel.
Daar keek een Libanese vriend langs de foto’s op de telefoon en hij herkende de priester: het was de heilige zelf. Verbijsterd over het wonder reisden de vrouw en haar zoon terug naar Australië, waar ze enkele keren in het ziekenhuis werd getest, maar geen kanker meer bleek te hebben.
Kortom, een wonderverhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.