Hyperdiffusie

Fenicische munt met de afbeelding van een schip en een zeewezen

Ik heb al een paar keer beschreven dat de negentiende-eeuwse oudheidkundigen erin slaagden empirisch bewijs te vinden voor het Verlichtingsidee dat de menselijke geschiedenis bestond uit vooruitgang. Van de Steentijd waren we geëvolueerd naar de Bronstijd en de IJzertijd, wereldrijken waren gekomen en zo voort en zo verder tot aan de Industriële Revoluties in Groot-Brittannië en vervolgens, toen de negentiende eeuw ten einde liep, in de Verenigde Staten en in Duitsland.

Je kunt de vraag stellen wat de motor achter de vooruitgang was: spanning tussen individuen (zoals de liberalen meenden) of frictie tussen de diverse klassen (zoals de socialisten dachten) of samenwerking tussen alle lagen van de bevolking, zoals christendemocraten en de anarchist Kropotkin meenden. Wat het antwoord op die vraag ook zij, de groeiende materiële welvaart opende de mogelijkheid tot het maken van ethische keuzes die voordien niet had bestaan, zodat men ook sprak van een toenemend zedelijk peil. Dit alles stond niet ter discussie. Wat wel ter discussie stond was hoe, als de menselijke geschiedenis werd gedomineerd door vooruitgang, de mensheid zulke grote culturele verschillen vertoonde. Verliep de evolutie dan niet gelijkmatig? Waarom dan?

Lees verder “Hyperdiffusie” →

Baruqa

De schlemielige resten van de Toren van Babel
De schlemielige resten van de Toren van Babel, waaraan Baruqa meebetaalde

Soms herken je in de Oudheid iets uit het heden. Zo hebben in Frankrijk joodse en islamitische leiders hun gelovigen opgeroepen mee te betalen aan de herbouw van de Notre Dame. Niet dat die oproep werkelijk nodig was, want elke Fransman, elke Europeaan heeft deze dagen het gevoel verweesd te zijn, maar dit deed me denken aan een bankafschrift uit Babylonië.

Midden in Babylon verrees de enorme tempeltoren Etemenanki, het “huis van het fundament van de hemel op aarde” dat behoorde bij de hoofdtempel Esagila. Toen koning Nebukadnezar het monument in de zesde eeuw v.Chr. had vernieuwd, had hij gebluft dat de toren tot in de hemel zou reiken en dat er zóveel bouwvakkers werkten dat alle talen van de wereld bij de bouwput werden gesproken. De joodse auteur van het verhaal van de Toren van Babel schreef een buitengewoon effectieve parodie op ’s konings propaganda.

Lees verder “Baruqa” →

De ziggurat van Nimrud

De ziggurat van de Assyrische stad Nimrud in beter dagen.

Een ziggurat is het Mesopotamische equivalent van een Egyptische piramide: een grote, door mensenhanden gemaakte berg. De twee soorten monument zijn ook ruwweg even oud: de bouw gaat terug tot het derde millennium v.Chr. Er zijn echter twee verschillen: een ziggurat was geen graf maar een tempel, en ziggurats werden gebouwd tot in de hellenistische tijd, ruim een millennium nadat de Egyptenaren hadden besloten dat het welletjes was geweest.

Hoewel niet zo groot als de piramide van Cheops, konden de Mesopotamische tempeltorens behoorlijk hoog zijn. “Ziggurat” betekent dan ook zoiets als “hoogbouw”. De toren in Babylon was bijvoorbeeld 92 meter hoog. Het monument staat bekend als Etemenanki, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”, wat veel zegt over de symbolische betekenis van een ziggurat. De tempeltoren van Anu in Uruk, een van de jongste uit de reeks, moet nog hoger zijn geweest. Voor de best-bewaarde ziggurat moet u naar Choga Zanbil in het Iraanse Khuzestan. Aan de voet meet die ruim honderd bij honderd meter en de bakstenen berg was zestig meter hoog.

Lees verder “De ziggurat van Nimrud” →