Islamitisch Centraal-Azië

De moskee van Damghan
De moskee van Damghan

In mijn onregelmatig vervolgde reeks over Centraal-Azië vandaag de tweede van de “vier grote vegen” waarmee ik de geschiedenis vereenvoudig om er vat op te krijgen. De eerste veeg was, zoals de vaste lezers van deze kleine blog zich wellicht herinneren, de integratie van het gebied toen de Indo-Europees-sprekende volken vanuit het noorden kwamen. Daarna was er een periode waarin van alles gebeurde, zonder dat het karakter van het gebied er werkelijk door veranderde. Daarover schreef ik laatst.

De tweede veeg is de komst van de islam: een beweging vanuit het zuidwesten naar het noordoosten, vanaf het Arabische Schiereiland door Centraal-Azië richting China. De religieuze grenzen werden getrokken. De derde en vierde veeg zijn – ik kondig het volledigheidshalve even aan – de komst van de Mongolen vanuit het noordoosten, waarmee de etnische grenzen werden getrokken, en de komst van de Russen uit het noordwesten, waardoor de huidige staten kwamen te ontstaan. Daarover later. Nu: de komst van de islam.

Lees verder “Islamitisch Centraal-Azië” →

De Zijderoute (1)

Aan de Amur Darya
Waar de Zijderoute de Amu Darya kruist

Historische kennis bouw je, om zo te zeggen, op door steeds minder breed te generaliseren. Je deelt het verleden het eerst in in Oudheid, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd; als je geschiedenis dan leuk blijkt te vinden, verfijn je je kennis; en zo steeds verder. Als je kennismaking een verfijningsniveau te diep begint, is er een grote kans dat je het niet begrijpt, wat kán – het hoeft niet – betekenen dat je er nooit door geboeid zult raken. Dat is ongeveer de situatie waarin ik me bevind voor wat betreft Centraal-Azië: ik lees over Yuezhi-nomaden, over steden als Samarkand, over Mohammed Shaibani en over landen als Tadzjikistan, maar ik begrijp het grote plaatje niet. Ik begrijp dat Timoer Lenk in Oezbekistan een soort nationale held is, maar ik begrijp niet waarom – het was in elk geval geen Oezbeek.

Dat geringe begrip is toch wel wat ergerlijk, aangezien ik dit najaar naar Oezbekistan ga. Ik beken dat Beckwiths Empires of the Silk Route, waarover ik hier al eens schreef, me niet echt verder hielp: het was te gedetailleerd om echt begrip voor de hoofdlijnen te krijgen. Toch denk ik dat ik de laatste weken wat meer grip heb gekregen en dat ik nu datgene over de geschiedenis van Centraal-Azië kan vertellen wat ik zelf graag als eerste kennismaking zou hebben gehad. Drastisch vereenvoudigd dus. Turken en Mongolen gaan bijvoorbeeld op één hoop, want ze spreken allebei Altaïse talen.

Lees verder “De Zijderoute (1)” →

Langs de Zijderoute (4)

Mashhad, het mausoleum van de achtste imam. Let op de gouden koepel, nog niet zichtbaar achter de toegangspoort.
Verder langs de Zijderoute ligt Mashhad, het mausoleum van de achtste imam. Let op de gouden koepel, net zichtbaar achter de poort.

In drie eerdere stukjes over de Zijderoute (1, 2, 3) beschreef ik hoe de weg van Teheran naar Mashhad van strategisch belang was voor de vroege islam, waarom de eerste kaliefen hier investeerden en hoe de bewoners van het gebied het nieuwe geloof op eigen voorwaarden aannamen, zodat hier grote religieuze variatie heerste. Ik noemde soennieten en sjiieten, een cross-over daartussen en de mysticus Abu Yazid. Verder leefden hier joden, boeddhisten, zoroastriërs in diverse soorten en maten, manicheeërs en nestoriaanse christenen.

De Zijderoute was een gevarieerde wereld, maar alleen de tegenstelling tussen soennieten en sjiieten vertaalde zich soms in geweld. Alleen zij konden immers legers op de been brengen. Al-Mamun, de Abbasidische kalief in Bagdad, meende dat de tegenstellingen op te lossen waren als de leider van de afstammelingen van Mohammed, Reza (“de achtste imam”), ook kalief zou zijn. Dus bood hij in 809 aan dat Reza de macht zou overnemen. Het was een vreemd aanbod: koningen bieden niet zo vaak hun troon aan een ander aan. Reza lijkt een valstrik te hebben vermoed en wees het aanbod af, maar formuleerde zijn afwijzing zo dat Al-Mamun haar niet kon uitleggen als erkenning:

Lees verder “Langs de Zijderoute (4)” →

Langs de Zijderoute (3)

Het mausoleum van Abd ol-Azim in Reyy
Het mausoleum van Abd ol-Azim in Reyy

In mijn eerste stukje over de Iraanse Zijderoute van Teheran naar Mashhad vertelde ik dat dit gebied, zolang de Arabische legers streden in wat nu Turkmenistan en Oezbekistan heet, strategisch belangrijk was. De kalief in Damascus zag daarom toe op de islamisering en faciliteerde deze door bijvoorbeeld de bouw van de moskee in Damghan. In het tweede stukje gaf ik aan dat het belang van dit gebied de bewoners in staat stelde de islam te aanvaarden op hun eigen voorwaarden, en dat zij hun steun gaven aan de afstammelingen van Mohammed, die terzijde waren geschoven toen de Umayyaden het kalifaat naar zich toe hadden getrokken.

Rond het midden van de achtste eeuw slaagden de moslims van de Zijderoute erin de Abbasiden aan de macht te brengen: een zijtak van de familie van de profeet, residerend in Bagdad. Als de gelovigen hadden gemeend dat nu de vraag wie moest heersen voorgoed ten grave was gedragen, kwamen ze bedrogen uit. Er bleven er die vonden dat het familiehoofd van de hoofdtak, de imam, moest heersen. Kalief Al-Ma’mun heeft daarmee ook ingestemd en heeft de achtste imam, Reza, aangewezen als opvolger. In 818 overleed deze echter in Mashhad – door vergiftiging, zoals zijn aanhangers wisten.

Lees verder “Langs de Zijderoute (3)” →

Langs de Zijderoute (2)

De Zijderoute van Teheran richting Mashhad, niet ver van Ahuan

Ik blogde al eerder over het Iraanse deel van de Zijderoute en vertelde toen dat het een zandloperachtige corridor was tussen Teheran, waarvandaan diverse wegen naar het westen lopen, en Mashhad, waar de wegen naar China en India beginnen. De kaliefen van de Umayyadische dynastie (r.661-750) begrepen het strategische belang en zorgden ervoor dat deze weg in islamitische handen zou blijven, wat betekende dat er geld werd besteed aan versterkte nederzettingen. Uit deze tijd dateert de moskee van Damghan, die ik al noemde.

De oostelijke gebieden dienden echter ook om lastige opposanten naartoe te sturen, en die waren er volop. Het standaardbeeld is dat de islam in de eerste eeuw van zijn bestaan worstelde met de vraag wie de leider moest zijn, wat ertoe leidde dat er enerzijds soennieten waren die het gezag van de Umayyadische kalief in Damascus erkenden en dat er anderzijds sjiieten waren die meenden dat het familiehoofd van de afstammelingen van de profeet, de imam, het oppergezag bezat. Dat is althans het top-down-verhaal.

Lees verder “Langs de Zijderoute (2)” →

Langs de Zijderoute (1)

Abbasidische muur, Bagdad

Afgelopen maart was ik in Iran, een land waar ik voor mijn werk wel vaker kom en waarvoor ik een zekere sympathie heb gekregen. Dat wil niet zeggen dat ik het echt begrijp en ik was blij dat ik dit keer eens naar het oosten kon reizen, van Teheran naar Mashhad. Dat is ruwweg het Iraanse equivalent van de christelijke pelgrimsweg naar Santiago de Compostela: Mashhad is waar de achtste imam ligt begraven en vormt voor elke Iraniër, religieus of niet, een lieu de mémoire. Zoals je langs de wegen naar Santiago wel eens mensen ziet wandelen, zo zie je ook richting Mashhad wandelaars die de elementen trotseren.

Dat die elementen niet altijd meewerken, bleek uit het feit dat de pelgrims nogal eens regenponcho’s droegen. Toch is regen zeldzaam. De weg loopt namelijk langs de zuidelijke hellingen van het Elburzgebergte, dat zich verheft tussen de Kaspische Zee en de Iraanse hoogvlakte. De vochtige noordenwind regent leeg op de noordelijke hellingen, waardoor er op de hoogvlakte nauwelijks regen valt. Het is een grote zandwoestijn, met alleen in het uiterste noorden, tegen de Elburz aan, een lijn van artesische bronnen. De weg van Teheran naar Mashhad voert van bron naar bron en vormt zo de smalle verbinding tussen enerzijds westelijk Iran, Mesopotamië en het Middellandse Zee-gebied en anderzijds Centraal-Azië, China en India. Dat maakt de fragiele lijn van bronnen tussen de Elburz en de Grote Zandwoestijn van historisch belang: dit was eeuwenlang een van de voornaamste routes van oost naar west. Een flessenhals in de Zijderoute.

Lees verder “Langs de Zijderoute (1)” →

Zijderoute

De Bibi Khanum-moskee in Samarkand

Ik beken dat ik er altijd moeite mee heb, met al die Centraal-Aziatische volken die je, als je je bezighoudt met de Oudheid, geacht wordt te herkennen. Het begint al in het tweede millennium v.Chr., toen de sprekers van de Indo-Europese talen uitzwermden: de Indiërs, de Iraniërs, de Hittieten, de Armeniërs, de Thraciërs, de Grieken, de Italiërs, de Kelten, de Germanen en dan mis ik er nog een paar. Dat uitzwermen duurde tot ver in het eerste millennium.

Op de steppe zelf woonden de Skythen en de Saken, van wie de Griekse onderzoeker Herodotos zegt dat het verschillende volken zijn maar die volgens moderne onderzoekers vreselijk veel op elkaar leken. We kennen ze ook als Sogdiërs, terwijl de Chinezen hen aanduiden als de Sai of de Saklai. Uit de Perzische en Griekse bronnen kennen we diverse Skythisch/Sakische volken: de Sakā haumavargā of Amyrgische Saken (de haoma-drinkende Saken), de Sakā tigrakhaudā of Orthokorybantiërs (puntmutsdragende Saken), de Pausiken ofwel Apā Sakā (water-Saken), de Māh-Sakā of Massageten (zonne-Saken), de Sakā paradrayā (Saken van overzee ofwel Skythen).

Lees verder “Zijderoute” →