De bevolking van Rome

Het grafveld langs de Via Severiana tussen Portus en Ostia, een van de onderzochte begraafplaatsen

Er staat momenteel een leuk stuk van Hendrik Spiering in het NRC Handelsblad over de herkomst van de bevolking van de stad Rome in de keizertijd. Het onderzoek, gepubliceerd in Science, bestond uit de analyse van het DNA van 127 mensen vanaf de laatste IJstijd tot op heden. Het gaat om resten die zijn gevonden op negenentwintig begraafplaatsen rond de stad.

Het blijkt daarbij dat in de eeuwen vóór onze jaartelling acht van de elf onderzochte paleogenomen (zeg maar antieke DNA-profielen) een Europese signatuur hadden, dus de gebruikelijke erfenis van de eerste landbouwers en Bronstijd-steppebewoners (die we gewoonlijk identificeren met de eerste sprekers van het Indo-Europees). Is in deze vroege tijd dus ruim driekwart van de mensen afkomstig uit de wijde omgeving, in de keizertijd is dat veel minder. Begrijp ik het stuk in het Handelsblad goed – het artikel in Science zit achter een academische betaalmuur – dan zijn er van de achtenveertig onderzochte paleogenomen uit de keizertijd slechts twee lokaal en hebben tweeëndertig mensen voorouders uit het oosten. Wat overigens niet uitsluit dat ze zélf in Latium geboren kunnen zijn, zoals blijkt uit isotooponderzoek.

Lees verder “De bevolking van Rome”

MoM | Hyperdiffusie

Fenicische munt met de afbeelding van een schip en een zeewezen

Ik heb al een paar keer beschreven dat de negentiende-eeuwse oudheidkundigen erin slaagden empirisch bewijs te vinden voor het Verlichtingsidee dat de menselijke geschiedenis bestond uit vooruitgang. Van de Steentijd waren we geëvolueerd naar de Bronstijd en de IJzertijd, wereldrijken waren gekomen en zo voort en zo verder tot aan de Industriële Revoluties in Groot-Britannië en vervolgens, toen de negentiende eeuw ten einde liep, in de Verenigde Staten en in Duitsland.

Je kunt de vraag stellen wat de motor achter de vooruitgang was: spanning tussen individuen (zoals de liberalen meenden) of frictie tussen de diverse klassen (zoals de socialisten dachten) of samenwerking tussen alle lagen van de bevolking, zoals christendemocraten en de anarchist Kropotkin meenden. Wat het antwoord op die vraag ook zij, de groeiende materiële welvaart opende de mogelijkheid tot het maken van ethische keuzes die voordien niet had bestaan, zodat men ook sprak van een toenemend zedelijk peil. Dit alles stond niet ter discussie. Wat wel ter discussie stond was hoe, als de menselijke geschiedenis werd gedomineerd door vooruitgang, de mensheid zulke grote culturele verschillen vertoonde. Verliep de evolutie dan niet gelijkmatig? Waarom dan?

Lees verder “MoM | Hyperdiffusie”

MoM | Mooie migranten: verhalen

Brandaan en de vis-die-op-een-eiland-lijkt

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie en dat betekent dat we het ook eens moeten hebben over oraliteit ofwel mondelinge literatuur. Of beter: mondeling doorgegeven informatie. Ik heb het er weleens eerder over gehad: het verhaal dat Ovidius vertelt over Philemon en Baucis correspondeert prachtig met een van de bijbelse verhalen over Abraham en Sara. In allebei de tradities onthalen twee oude mensen enkele incognito op aarde rondreizende hemelingen en wordt een stad verwoest. Ovidius kan het verhaal niet hebben gelezen in de Bijbel, maar wat verklaart de overeenkomst dan?

En om het nog complexer te maken: er zijn tientallen, honderden volksvertellingen die frappante overeenkomsten hebben. De vis die zó groot is dat zeelieden denken dat het een eiland is en die onderduikt als Sinbad de Zeeman er een fikkie stookt, komt weer boven water in de legende van Sint-Brandaan. Zie plaatje hierboven. Het mandje waarin Mozes de Nijl afdreef, vervoerde Sargon van Akkad door het Tweestromenland, nam Romulus en Remus mee naar Rome en spoelde uiteindelijk aan bij de Kinderdijk. Het verhaal over de dood van de grote god Pan wordt eveneens verteld over de Kabouterberg bij Hoogeloon, waar koning Kyrie dood is. De lijst is eindeloos.

Lees verder “MoM | Mooie migranten: verhalen”

Nare migranten: antieke ziektes

Schedel van Myrtis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie. Het vermoedelijk zichtbaarste aspect daarvan is het enorme antieke wegennetwerk. Het begon met de koninklijke wegen in het Perzsche Rijk, het groeide uit tot de eindeloze stenen heirbanen, soms vijf of zes meter breed, die de stad Rome verbonden met alle provincies. Het aardige is dat zo’n weg, als die er eenmaal lag, er ook bleef liggen. Er moet  immers nogal wat gebeuren wil een stenen weg verdwijnen. Het effect ervan – dat je makkelijker reisde – was dus cumulatief. Elke weg maakte het weer een tikje makkelijker om op reis te gaan. Christelijke pelgrims als Egeria reisden (voor die tijd) eenvoudig over een wegenstelsel dat in de loop van enkele eeuwen almaar verder was uitgebouwd.

Daarnaast waren er de waterwegen. De oude wereld lag rond een binnenzee waar het weliswaar geducht kan spoken, maar die toch betrekkelijk vriendelijk is en die het mogelijk maakt producten in bulk te vervoeren. Voor de prijs waarmee je een lading een bepaalde afstand over het land kunt vervoeren, vervoer je diezelfde lading zeven keer zover over een rivier en zeventien keer zo ver over het zee.

Lees verder “Nare migranten: antieke ziektes”

Leuke migranten: flora en fauna

Katoen in Andalusië

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie en het is logisch dat u daarbij denkt aan mensen. Maar ook planten- en diersoorten kunnen knap mobiel zijn. De Grieken en Romeinen waren zich daar van bewust: de encyclopedist Plinius de Oudere weet bijvoorbeeld dat zijn landgenoten een rol hadden gespeeld bij de verspreiding van de kersenboom.

Voor de overwinning van Lucullus in de Mithridatische Oorlog [70 v.Chr.] waren er geen kersen in Italië. Hij importeerde ze eerst uit het Zwarte-Zeegebied en in de loop van 120 jaar zijn ze over de Oceaan tot in Brittannië gekomen. Overigens is het, ondanks alle zorg, nooit gelukt ze in Egypte te kweken. (Plinius de Oudere, Natuurlijke historie 15.102.)

Lees verder “Leuke migranten: flora en fauna”

Van heinde en verre

Mozaïek van een karavaan uit Bosra in Syrië (in het plaatselijke museum, hopelijk nog steeds). In de Romeinse tijd kwamen dromedarissen ook voor in de Lage Landen. (in het plaatselijke musea, hopelijk nog steeds)

Van heinde en verre: de Week van de Klassieken is gewijd aan migratie. Dat onderwerp kwam ook aan bod bij de Nationale Archeologiedagen, terwijl vorig jaar mobiliteit het thema was van de Romeinenweek. Dat is natuurlijk geen toeval.  Het is een van de meest opvallende trekken van de menselijke soort dat ze beweeglijk is. Tienduizenden jaren geleden heeft de soort zijn oorspronkelijke habitat in Afrika verlaten en sindsdien is hij via het Arabische Schiereiland uitgewaaierd naar de rest van de wereld, naar de maan en binnenkort naar Mars. Als we ooit besluiten dat we als homo niet zo sapiens zijn, dan kunnen we altijd nog besluiten dat we homo migrans zijn.

In de Oudheid was het niet anders en dan bedoel ik niet – of niet alleen – dat grote groepen vanuit Griekenland en Italië uitzwermden om zich te vestigen in nieuwe steden en in Romeinse volksplantingen rond de Middellandse Zee. Ook hier in de Lage Landen waren de bewoners mobiel. U weet wel, de Bataven kwamen de Rijn afzakken. De dichter Claudianus vermeldt Belgische boeren die hun kuddes lieten verweiden in het Overrijnse. Ik heb weleens geblogd over aardewerk dat bij Kontich, ten zuiden van Antwerpen, is opgegraven en dat bleek te zijn gemaakt van klei uit Drente. Eén van de beroemdste verhalen over de Friezen, dat van Verritus en Malorix, begint met een volksverhuizinkje. Dat alles was allemaal allang bekend, maar mobiliteit is de laatste tijd nogal in de mode. En dat komt uiteraard door de DNA-revolutie.

Lees verder “Van heinde en verre”

Week van de Klassieken

Klassieken, oudheidkunde, oudheidkundige disciplines, geesteswetenschappen, humaniora, culturele sector: het is niet zo heel erg belangrijk hoe u het noemt. Feit is dat veel mensen er de schouders bij ophalen. Het vak, hoe u het ook wil noemen, heeft zonniger dagen gekend. En dat hebben wij, oudheidliefhebbers, voor een belangrijk deel te wijten aan onszelf.

Het tijdperk komt vooral in het nieuws met de ongeloofwaardige claims van archeologen (“De ring van Pontius Pilatus!”), het rariteitenkabinet van de oudhistorici (Seks! Gladiatoren! Perverse keizers!) en de negentiende-eeuwse ideeën van classici (“De bakermat van de beschaving”). Bovendien haalt de Oudheid regelmatig de krant als onderzoekers weer eens moeten erkennen dat de papyri die ze met veel bombarie hadden aangekondigd, vervalsingen waren.

Lees verder “Week van de Klassieken”