MoM | Muurschilderingen

 

In Leiden is men al een tijdje bezig om op blinde muren schilderingen van natuurkundige formules aan te brengen: Snellius, Huygens, Lorentz, Einstein, Oort, Goudsmit, ze zijn er allemaal, Lorentz zelfs twee keer. Ik vind het een leuk initiatief en weet dat het mensen nieuwsgierig heeft gemaakt. Doel gehaald, project geslaagd. Elders in Leiden zijn op muren gedichten aangebracht. Dat is een even leuk initiatief, maar het pakte wat minder uit. Het bovenstaande Arabische gedicht van de Libanees Adonis is bijvoorbeeld weergegeven in het Engels, als om expats duidelijk te maken dat ze zich niet hoeven verrijken door Nederlands te leren. Wat een haat toch voor onze taal. Niemand mag dan weten waar het graf van Stevin is, de grote Leidse wetenschapper draait zich erin om.

Terug naar de wetenschapsfresco’s, zoals ik ze maar zal noemen: in Utrecht zag ik er ook twee, ter ere van Buys Ballot en Ornstein. Zie mijn vorige blogje. En ik vroeg me af: wat zou je, wetenschapsfrescogewijs, kunnen doen voor de oudheidkunde?

Om te beginnen krijgt Joseph Scaliger een plek. De man die ontdekte hoe de chronologie van de wereldgeschiedenis in elkaar steekt, de Bijbel anders las dan in zijn tijd gebruikelijk en zo het lont aanstak dat leidde naar het kruitvat van de Verlichting mag met recht gelden als de invloedrijkste in Nederland werkzame geleerde aller tijden en verdient wel beter dan dat lullige steentje in de Leidse Breestraat. Ideale plek: op het stationsplein in Leiden, zodat elke treinreiziger eraan wordt herinnerd dat hij is aangekomen in de stad van een van de allergrootste geleerden aller tijden.

Dan is er Johan Picardt uit Coevorden. Dat is de man die als eerste de hunebedden onderzocht. Toegegeven, hij sloeg de plank nogal eens mis, maar hij was de eerste die de intellectuele sprong maakte dat er een deel van het verleden was waarover niemand had geschreven maar dat toch kenbaar was. Dat mag tegenwoordig vanzelf spreken, dat is niet altijd zo geweest. Ideale plek: Coevorden natuurlijk. Het Picardtkanaal kan ook, want het was een veelzijdig man, maar dat is wel erg afgelegen.

Ik zou ook de grote Hollandse classici van de zeventiende en achttiende eeuw willen eren met een mooie muurschildering. Ze zijn vergeten, en inderdaad spreken de antiquariërs, Winckelmann en de filosofische geschiedschrijvers van de Verlichting wat meer tot de verbeelding, maar in de tijd tussen Poliziano en Lachmann hebben ze de beste tekstuitgaven gemaakt die er waren. Ik zou bovendien willen zeggen: wetenschap is – anders dan het lijstje Leidse geniën in de eerste zin suggereert – werk van teams en schrijdt minder voort met grote doorbraken dan door de gestage accumulatie van data. Ideale plek: Utrecht of Groningen of Amsterdam of Franeker. Of Utrecht en Groningen en Amsterdam en Franeker, dat mag ook.

Een muurschildering voor Caspar Reuvens lijkt me ook wel op zijn plek. Niet alleen is hij de organisator van het Rijksmuseum van Oudheden, hij streefde ernaar de archeologie wetenschappelijker te maken. Ideale plek: Voorburg natuurlijk, dat hij heeft opgegraven. Alternatief: Leiden. Die malle plaquette die voor het RMO allerlei fietsenstallingen staat te blokkeren en bovendien verhindert dat museaal transport het museum bereikt kan dan gelijk ook weg.

Wie ontbreken er? Ik zou nog even kijken op de Historische Canon waarover ik ooit blogde, een lijst van belangrijkste aspecten van de wetenschappelijke geschiedschrijving. En ik zou nog even kijken naar de Archeologische Canon. Uw suggesties zijn welkom.

16 gedachtes over “MoM | Muurschilderingen

  1. Bert Schijf

    Het is nogal een portrettengalerij van mannen. Zou Emilie Haspels niet een plaatsje verdienen? Er was een aardige tentoonstelling over haar in het Amsterdamse Allard Pierson Museum.

  2. Ben Spaans

    Dat muurgedicht door Adonis te Leiden is aangebracht op het pand van het zgn. Suppiershuysinghe, bij intimi beter bekend als het Koffiehuisje, Gerecht 2. Een van de vele ondernemingen waarvan de toekomst hoogst onzeker is, helaas.

  3. Volgens Muurgedichten.nl – waar al die leuke Leidse muurgedichten zijn verzameld én prettig uitgebreid voorzien van achtergrondinformatie – staat te lezen dat dit specifieke muurgedicht in 2013 werd aangebracht, dat de Engelse vertaling van Adonis zelf is, en dat in 2016 voor het eerst Nederlandse vertalingen van Adonis’ werk zijn gemaakt. Heeft misschien niet zoveel met haat voor de Nederlandse taal te maken als wel (chronologie van de) beschikbaarheid?

    Overigens staat bovengenoemde website ook een Nederlandse vertaling van het gedicht te lezen. (Ga ik hier niet overnemen; weet niet hoe het zit met copyright.)

    1. Als een opschrift niet in het Nederlands is, is meestal een speciale doelgroep bedoeld. Bijvoorbeeld: oorlogsmonumenten in het Engels of Pools, voor de nabestaanden van de gevallenen. Een Arabisch of (daar om de hoek) een Japans gedicht is in universiteitsstad Leiden logisch, maar een Engelse vertaling richt zich tot toeristen of de internationale gemeenschap van de wetenschap. Een fresco met Lorentzcontractie is ook alleen maar voor insiders te begrijpen. Ik zou een Engelse vertaling zonder Nederlandse vertaling ook uitleggen als een keuze tegen de Leidenaren en tegen het Nederlands, en voor een andere groep.

      Wel een mooi gedicht, voeg ik toe.

      In Belgische musea mogen ze uitsluitend Engelse vertalingen geven als de drie eigen talen aan de beurt zijn geweest.

      1. Frans

        Er zijn zat mooie gedichten in het Nederlands. Het is helemaal niet nodig om Engels en Arabisch te gebruiken.

  4. Willem Vermeer

    In de van Ledenberchstraat (een hele korte straat) hangt een gedicht van Anna Achmatova waar ik altijd hard om moet lachen als ik erlangs fiets. Heel ongepast, maar ik kan er niks aan doen.

    1. Willem Vermeer

      Da’s niet zo duidelijk, jongen!

      Ze begint met dat ze zit te wachten op de Muze. De lezer knikkebolt, want dat is een clichee met een baard. Dan verschijnt die Muze en zij zegt, vrij samenvattend: “Sjit, ik herken je, ben jij niet degeen die indertijd aan Dante de Hel dicteerde?”

      Is dat niet een beetje misplaatst, die tante Achmatova die zich zomaar in de omgeving van Dante neerzet? Misschien wel, maar ergens ook niet, want voor Dante was die hel weinig meer dan een verhaaltje. Voor haar was het echt.

  5. Christo Thanos

    Loop in Leiden eens naar het oude huis van Reuvens: Breestraat 27 (mijn oude woonlocatie, appartementen voor werkende jongeren; in de jaren 1970 de openbare bibliotheek). Ik heb op de deur een plaatje ter herinnering laten aanbrengen. (of google streetview)

    Kijk eens naar die groene deur: een deurklopper in de vorm van een gestileerd panterhoofd. Reuvens heeft ergens in de jaren 1830 door, ik meen Rottiers, een stenen hoofd van een panter aangekocht en deze als voorbeeld gebruikt voor de deurklopper. Dus niet zomaar een deur! (leuke bijdrage voor deze blog?) Ruud Halbertsma (RMO) heeft er ook eens over geschreven.

Reacties zijn gesloten.