Verliefd, verloren

De Selle

Een noot in een publicatie van vondsten uit Thuin waarvan ik de gegevens momenteel niet bij de hand heb, was de eerste keer dat me opviel dat er weer mensen zijn die denken dat de Sabis de Samber is. Terwijl het gaat om de Selle.

Wellicht verdient dat enige uitleg.

In het jaar 57 v.Chr. viel Julius Caesar de Belgen aan. Even ten noordwesten van het huidige Reims, aan de Aisne, versloeg hij zijn tegenstanders voor de eerste keer. Daarna rukte hij verder op tot hij bij de Nerviërs kwam, die de Romeinse bereden verkenners wisten te verrassen bij de rivier de Sabis. Dankzij de routine waarmee de legionairs reageerden, wonnen de Romeinen het gevecht. Korte tijd later veroverden ze het fort van de Aduatuci, dat is geïdentificeerd bij Thuin. De vraag is nu waar tussen de Aisne en Thuin de Sabis ligt. Het woord is een hapax, dat wil zeggen dat het maar één keer voorkomt in de antieke literatuur, en wel in Caesars eigen verslag.

Waar is die Sabis?

Een oude hypothese is dat de Sabis dezelfde is als de Samber en dat het gevecht plaatsvond bij het huidige Maubeuge. Je vindt het nog weleens in de Engelstalige vakliteratuur, die al een eeuw lang geïsoleerd staat ten opzichte van wat is gepubliceerd in het Duits en Frans. Zulk isolement is doorgaans in het nadeel van onze kennis van het verleden, en dit keer zeker. Het bewijs dat de Sabis de Selle is en dat het gevecht plaatsvond bij Saulzoir, is namelijk al enkele keren geleverd – in Franstalige literatuur.

Hoe bewijs je zoiets? Om te beginnen: niet met archeologische vondsten, want die ontbreken overal en zijn, zoals ik al eens beschreef, aanleiding geweest voor de pertinente vraag of Caesar wel zo noordelijk is geweest. (Het antwoord is inmiddels bekend: ja. Maar de vraag was goed.)

Verder: Caesars tekst is even ambigu als elke andere antieke veldslagbeschrijving. Een typering van een veld als wijd, een helling als steil of een rivier als breed wil alleen maar zeggen dat iemand op een bepaald moment het landschap zo heeft ervaren. Meer valt er niet van te maken. Krijgshistorici zijn vertrouwd met het psychologische verschijnsel dat soldaten tijdens een gevecht, waarin ze zich concentreren op wat hen kan doden en dus beweegt, nauwelijks oog hebben voor het statische landschap, waardoor landschapsbeschrijvingen vaak vol vergissingen zitten (meer).

Los daarvan is het landschap van nu niet dat van vroeger. Het was in de eerste eeuw v.Chr. vochtiger dan tegenwoordig. Elk riviertje in het noorden van Gallië zou een legionair uit Italië hebben getroffen als breed.

Taalkundig bewijs

Nu andere soorten bewijsmateriaal weinig opleveren, resteert vooral de naamkunde. Verschillende Franse geleerden (Maurice Arnould in 1941, Pierre Turquin in 1955, Jules Herbillon in 1977…) hebben met uiteenlopende argumenten erop gewezen dat Sabis onmogelijk kan zijn veranderd in Sambra (Samber), terwijl het woord wél kan veranderen in Selle. Die overgang is ook redelijk gedocumenteerd.  Het woord Sabis kan natuurlijk ook andere kanten op zijn geëvolueerd en er zijn legio rivieren in Noord-Frankrijk waarvan we de antieke naam niet kennen, dus de Selle is een weliswaar zeer plausibele maar niet de enig-denkbare kandidaat. Het woord Sabis kan echter zeker niet zijn veranderd in Sambra.

Ik weet niet waarom de taalkundig onmogelijke identificatie van de Sabis met de Samber nu weer terug is. In elk geval had ik een tijdje geleden mail van iemand die opperde dat de naam Sabis vergeten was geraakt en dat de naam Sambra toen in de Romeinse tijd zou zijn bedacht. Dat roept echter de vraag op waarom in de Romeinse tijd, in een gebied waar men Latijn sprak (en in feite nog steeds spreekt), een naam met een Gallische etymologie zou zijn verzonnen. Sambra is namelijk afgeleid van Samara, wat zoiets betekent als “rustig kabbelend”. Ook de Somme heette Samara, trouwens, maar voor zover ik weet heeft nog niemand geopperd dat de slag aan de Sabis is gestreden aan de Somme.

Een tweede vraag is waarom je, als je een linguïstisch plausibel en een linguïstisch implausibel verhaal hebt, die implausibele theorie oppimpt door een hulphypothese te introduceren. Je snijdt je dan immers aan het scheermes van Ockham.

Voer voor psychologen

Het is psychologisch interessant. Mensen introduceren hulphypothesen als deze vooral als ze verliefd zijn op een idee dat allang is weerlegd, maar dat per se waar dient te zijn. Ik heb er al eens eerder over geschreven, kort nadat het Evangelie van de Vrouw van Jezus was ontmaskerd en ontdekster Karin King desondanks onderzoek wilde laten doen. Het moest voor haar echt zijn.

Toen ik mijn boekje Hannibal in de Alpen aan het schrijven was, stuitte ik om de haverklap op mensen die het Karthaagse leger per se over deze of gene pas wilden hebben en daartoe alle nodige bewijsmateriaal in hun straatje draaiden. We zullen het allemaal weleens doen en ik heb niet de illusie er nooit aan ten prooi te zijn gevallen, maar het blijft een verbluffend verschijnsel – en onthutsend dat het door de peer review kan komen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

11 gedachtes over “Verliefd, verloren

  1. Dirk Zwysen

    In ‘Roman Legionary versus Gallic Warrior’ (David Campbell, 2021) wordt de Selle/Saulzoir gebruikt om de slag te reconstrueren. De Samber vermeldt hij als ‘the traditional view which should not be discounted’.
    Dat de naam Selle omwille van de topografie verwant zou zijn aan het Franse woord voor zadel is dan weer vreemd. De riviernaam zal Keltisch (of ouder) geweest zijn. Gebruikten de Kelten überhaupt zadels?

    1. Rob Duijf

      Gebruikten de Kelten überhaupt zadels?

      Nee. De Romeinen introduceerden in de eerste eeuw BCE het ‘vierhoorns’-zadel in het westen. In het oosten was het zadel al wat langer in gebruik. Die zadels hadden een ‘boom’, dat is het chassis waarop de rest van het zadel is gebouwd, maar geen stijgbeugels.

      Overigens hadden de Kelten geen zadel en stijgbeugels nodig. Het waren zeer bedreven ruiters. Ze maakten wel gebruik van het bit met teugels.

  2. FrankB

    “die al een eeuw lang geïsoleerd staat”
    Dat heb ik inderdaad opgemerkt bij Tim O’Neill van de blog History for Atheists. In zijn geval heb ik de indruk dat zijn lovenswaardige streven ongelovige onzin te weerleggen af en toe samengaat met het overdreven ophemelen van de westerse traditie (wat dat ook moge betekenen). Anders kan ik zijn kritiekloze bewondering voor jouw favoriete kwakhistoricus Tom Holland niet goed begrijpen. Het kan natuurlijk ook dat hij onder de indruk is van Holland’s schrijfstijl, iets dat totaal irrelevant is voor de beoordeling van diens wetenschappelijke inhoud.

    “ik heb niet de illusie er nooit aan ten prooi te zijn gevallen,”
    Oh, ik zeker. Een beroemd voorbeeld is Fred Hoyle met zijn Steady State universum.

    “maar het blijft een verbluffend verschijnsel”
    Nee hoor. Mensen zijn nou eenmaal geen rationele wezens. Ze kunnen zich door allerlei oorzaken emotioneel hechten aan (lievelings)hypotheses. Dat is de les die ik van creationisten heb geleerd: ik kan mezelf even gemakkelijk voor de gek houden als ieder ander mens, helemaal als het emotioneel pijnlijk is een lievelingshypothese te moeten verwerpen of als de verleiding om me intellectueel superieur te voelen groot is.

    “en onthutsend dat het door de peer review kan komen.”
    Ja, dat is een serieus probleem. De oorzaak is ook hier bekend: groepsdenken. Maar ik zou inderdaad verwachten dat wetenschappelijke training dit tegengaat. Blijkbaar niet.
    De les blijft: ieder mens moet veel moeite doen om kritisch en skeptisch te blijven. Zie Richard Feynman’s Eerste Principe.

    1. Martin van Staveren

      Men wil gewoon scoren, zie dat voorbeeld van Karin King. Als je jezelf een wetenschapper vindt dan moet je af en toe wel iets moois kunnen produceren. Zie de “onderwijskunde”, dat is een PvdA erfenis.

  3. Dieter Verhofstadt

    Ik heb er gestaan, in Saulzoir, bij de Selle, dankzij jouw blog. Net als de rest van Noord-Frankrijk is ook daar de geschiedenis niet toeristisch geëxploiteerd. Ik was dus helemaal aangewezen op mijn verbeelding en jouw blog om die veredelde beek op te waarderen tot een rivier waar een belangrijke slag had plaatsgevonden. Toch heeft het ook iets mystieks, zo’n historische plek waar niks te zien is 🙂

    1. Frans Buijs

      In Schotland had je dat ook, lui die heel erg graag wilden bewijzen dat de slag bij Mons Graupius hier of daar had plaatsgevonden. Of dat ze het IXe legioen hadden gevonden.

      1. Vergelijk het met die Duitse discussie over de plek van de slag in het Teutoburgerwoud.

        Terwijl alle bewijsmateriaal zich toch prima laat buigen om te bewijzen dat het in Varsseveld was.

  4. Ben Spaans

    Verliefd worden op de naam van een obscuur riviertje uit een ver verleden…hoe suf wil je het hebben…🙄

  5. Roger Rymen

    Jaren geleden was ik daar met een aantal geïnteresseerden. Terwijl ik vanaf een hoogte op de linkeroever van de Sabis (Selle) nabij Saulzoir voorlas (in het Nederlands) uit De Bello Gallico van Caesar waar hij de omgeving en de omstandigheden beschrijft konden mijn aandachtige toehoorders duidelijk het beschrevene herkennen in het landschap, zij wisten me zelfs de beboste heuvel aan de overzijde aan te wijzen waar het Gallische kamp zich bevond en van waaruit de Gallische ruiterij op de Romeinen instormde. De plaats in kwestie ligt ook mooi binnen de vermelde dagmarsafstanden van het Romeinse leger de dag vóór en na de veldslag.
    Het bezoek aan Saulzoir, gecombineerd met de bron van de Schelde (heilige Keltische plaats?), Cambrai, Bavay (vaut le détour!) en het oppidum van Thuin kunnen een geïnteresseerde een aangenaam verlengd Galloromeins weekend bezorgen!

Reacties zijn gesloten.