De Taalgrens

Moelingen / Mouland

De Franken waren een federatie van stammen die woonden in het gebied dat we nu Overijssel en Drenthe noemen, en ook in het Roergebied en Nordrhein-Westfalen. Beide groepen werkten samen met de Romeinen, maar voerden er ook oorlog tegen. Er is weleens op gewezen dat de oostelijke groep wat agressiever lijkt te zijn geweest dan de noordelijke, maar één extra bron kan dat beeld veranderen.

Feit is dat de Franken vanaf de jaren vijftig van de derde eeuw de Rijn weleens overstaken en dat keizer Postumus rond 265 n.Chr. een lijn versterkingen aanlegde om de grote weg door Belgica te beveiligen. Die weg begon in Boulogne en leidde via Amiens, Bavay, Tongeren, Heerlen en Jülich naar Keulen en wordt vanouds aangeduid als de Chaussée Brunehaut. (Dat ’ie tegenwoordig Via Belgica moet heten, is een deprimerend ander verhaal.) In elk geval: het was een belangrijke weg die verdedigd moest worden, want ten zuiden van deze straat lagen op de vruchtbare lössgronden de grote landgoederen waar graan werd verbouwd voor steden als Keulen en de forten langs de Rijn.

De versterkingen langs de weg vormden mogelijk een kwart eeuw – tussen pakweg 275 en 300 – de noordgrens van het Romeinse Rijk, als het althans waar is dat de limes langs de Rijn in 275 is opgegeven, wat maar te bezien staat. Hoe dat ook zij: de forten langs de Chaussée Brunehaut waren er.

In de jaren vijftig van de vierde eeuw staken de Franken, samen met de Chamaven, de Rijn weer eens over. De Romeinse generaal Julianus wachtte ze op. Een leuke anekdote over de Germaanse leider Nebisgast is overgeleverd bij de Griekse auteur Eunapios van Sardes; die leest u hier. Uiteindelijk stond Julianus de Franken en Chamaven toe zich te vestigen in Toxandrië, wat de voorganger is van het latere hertogdom Brabant. In dit gebied kregen de Franken boerderijtjes op de marginale zandgronden. De landhuizen op de löss bleven in handen van de oude bevolking. De fortenreeks langs de Chaussée Brunehaut vormde dus een grens tussen Frankische immigranten en autochtonen.

De landverhuizers namen hun taal mee, een voorloper van het Nederlands. Dit is te bewijzen doordat Latijnse plaatsnamen in Toxandrië niet meededen aan de taalveranderingen die in de Late Oudheid plaatsvonden in het Latijn. In het zuiden evolueerde bijvoorbeeld het woord castra tot château, maar in het noorden bleven de harde /k/ voor een klinker en de /s/ tussen een klinker en een /t/ gehandhaafd, zoals in de plaatsnaam “Kesteren”. En natuurlijk ook in “kasteel”. Aan het feit dat de woorden niet meer met het standaard-Latijn mee-evolueerden volgt dat in het noorden geen Latijn meer werd gesproken en dat het Frankisch de dominante taal was geworden.

Kortom, de versterkingen langs de Chaussée Brunehaut waren niet alleen een grens tussen löss en zand, tussen welvarende graanvilla’s en keuterboeren, maar ook tussen Latijn en Frankisch. De Taalgrens was ontstaan.

Toen de Franken een eeuw later oprukten richting Somme, namen ze de taal van hun nieuwe onderdanen over en de spreekwoordelijke lingua Franca is dan ook niet het vroegste Nederlands maar het late Latijn.

Naschrift, 14 september

Taalkundige Michiel de Vaan mailt me: “Hoe nu precies de term lingua franca is ontstaan, daarover verschijnen jaar na jaar nog artikelen, maar dat het pas in de late ME in het Middellandse Zeegebied is, daarover lijkt iedereen het wel eens te zijn.”

24 gedachtes over “De Taalgrens

  1. Robert

    Leuk stukje weer!

    “De Romeinse generaal Julianus wachtte ze op. ”
    Hij was geen generaal maar Caesar.

    Overigens ben ik wel benieuwd waarom toen de Franken vanaf de 5de eeuw ‘oprukten richting Somme’ wel de taal van hun onderdanen overnamen? Franken en andere Germaanse groepen (Alamannen, Bourgondiërs) namen veel van de Romeinse organisatie over, kan dit betekenen dat de bewoners ten noorden van de lijn Boulogne-Keulen (al dan niet vrijwillig) het gebied verlaten hadden?

    Mag ik hier trouwens wel opmerken dat die beschrijving (‘oprukten richting Somme’) een ontzettend archaïsche voorstelling van zaken vind? Het doet me denken aan hoe historici en linguïsten tot in de jaren 70 dachten over de verschuivende invloed van de Germanen in Engeland en op het continent; als een langzaam oprukkend vijandelijk front.

    1. FrankB

      “waarom toen de Franken vanaf de 5de eeuw ‘oprukten richting Somme’ wel de taal van hun onderdanen overnamen?”
      Ha, lekker speculeren. Ik gok erop dat de Frankische keuterboertjes op de Toxandrische zandgronden nauwelijks een Romein tegenkwamen en dus niets konden overnemen. Dit is ongeacht het antwoord op de vraag of de Romeinse limes in 275 CE werd opgegeven. Werd deze gehandhaafd dan zullen de Romeinse legioenen zich niet ver en vaak buiten hun legerplaatsen hebben gewaagd.
      Vanaf 350 CE en helemaal in de vijfde eeuw werd dat anders. De Franken waren geen keuterboertjes meer, maar vormden de heersende elite. Om te voorkomen dat ze bedonderd werden door hun kersverse, maar beter opgeleide onderdanen moesten ze wel Latijn leren.

      1. De ‘Brabantse’ gebieden waar ze mochten wonen, waren vrijwel leeggelopen, al dan niet onder dwang van de Romeinen. Dus ze kwamen in redelijk leeg gebied. Bovendien waren de noordelijke streken nooit geromaniseerd geraakt, dus daar was geen Latijns sprekende elite zoals die er in Gallië wel was. Op zich dus logisch dat in Gallië de nieuwe Frankische heersers, die te maken kregen met een Gallo-Romaanse elite en bestuursstructuur, hun Germaanse taal niet konden doordrukken en op den duur ook zelf volledig de Romaanse taal overnamen.

        1. Robert

          thieu1972 schreef: “De ‘Brabantse’ gebieden waar ze mochten wonen, waren vrijwel leeggelopen, al dan niet onder dwang van de Romeinen”.

          Kijk, daar zou ik dus graag wat meer van vernemen, want in de primaire bronnen kom ik dat niet tegen. Laat de archeologie wel een patroon zien van verlaten nederzettingen en villa’s?

      2. Robert

        FrankB schreef:

        “Werd deze [de Limes] gehandhaafd dan zullen de Romeinse legioenen zich niet ver en vaak buiten hun legerplaatsen hebben gewaagd.
        Vanaf 350 CE en helemaal in de vijfde eeuw werd dat anders. De Franken waren geen keuterboertjes meer, maar vormden de heersende elite. Om te voorkomen dat ze bedonderd werden door hun kersverse, maar beter opgeleide onderdanen moesten ze wel Latijn leren.”

        De Limes werd zeker gehandhaafd, wat we weten uit de bronnen en door de archeologie – tot in de late 4de eeuw werden er bijvoorbeeld in Xanten en Nijmegen nog flinke muren gebouwd, en recent i s ook de Brittenburg als laat-Romeinse fortificatie in ere hersteld.

        Dat de Romeinen niet buiten hun forten kwamen is denk ik afdoende tegengesproken door diverse klassieke auteurs die bijvoorbeeld de veldtochten van Aetius in deze streken noemen.
        Overigens waren die Franken geen keuterboertjes, in veel gevallen vormden ze de grensverdediging van het Rijk. En volgens Procopius hielden ze zelfs in de zesde eeuw die traditie nog in ere.

        De Franken werden inderdaad de ‘heersende elite’, maar dat duurde wel nog even. Het ging een beetje sluipend: de invloed van de Romeinse overheid, of liever ‘van de overheid met belangen buiten Gallië’ werd steeds minder. Op een zeker moment keerde de Gallische adel zich tegen de vertegenwoordiger van Rome, en dat maakte dat de Franken een stuk belangrijker werden, omdat de militaire kracht altijd uit het zuiden was gekomen, maar nu ineens in noord-Gallië lag. Ineens was daar een zekere Childeric, koning van de Salische Franken en nu leider van een Frankische militaire coalitie die strijd leverde met de Gallo-Romanen tegen de Alamannen en de Goten van Euric. Maar vooral: vader van de allereerste Frankische koning – Clovis. Het tij had zich gekeerd.

  2. Ik stel me voor dat de Franken in de Romaans sprekende gebieden nog wel een tijdlang tweetalig gebleven zijn: het zullen vooral de hoger geplaatsten zijn geweest die landerijen verwierven, maar met hun militaire machtsbasis in de gewone Frankische boertjes zullen ze hun Frankische identiteit niet zomaar opgegeven hebben.

    In Gregorius van Tours wordt die Frankische identiteit nog sterk benadrukt, en ook de sterke relaties met clanverwanten in de overrijnse gebieden.

    Dat doet mij vermoeden dat die Franken in Frankrijk natuurlijk Romaans spraken met de oude bewoners, maar dat met de alte kameraden nog wel lang Germaans zal zijn gesproken.

    Aangezien het Nederfrankisch een klinkerpatroon heeft dat wijst op een Gallo-Romeins substraat [Keltisch en de Buren, Peter Schrijver, Utrecht 2007], denk ik dat dit Frankisch van de militaire elite in Frankrijk de prestigieuze uitspraak van het Germaans werd dat zich dan later weer naar het Noorden heeft uitgebreid.

    1. FrankB

      “militaire machtsbasis in de gewone Frankische boertjes”
      In het ergste geval is dat maar tijdelijk. Hoe oud werden die nou in de vierde en vijfde eeuw? Een jaar of 40? Nemen we aan dat ze op hun 15e gewapend Gallië binnentrokken dan heeft die overgangsperiode ongeveer 25 jaar geduurd.
      En dat in de aanname dat die boertjes last hadden van 19e eeuwse nationalistische neigingen.
      Voor dat Gallo-Romeinse substraat zijn ook nog wel andere verklaringen te bedenken dan prestige: handel, bijvoorbeeld.

      1. Ik denk dat militaire ambitie lange tijd een aantrekkingskracht op Toxandrische (en overrijnse) ‘boertjes’ had, zolang de Frankische veroveringen nieuwe vestigingsgelegenheden gaf. Een proces van vele generaties in mijn optiek. In feite een voortzetting van de Romeinse gewoonte om Germaanse soldaten te rekruteren voor hun legioenen, alleen hadden nu de bevelhebbers direct hun wortels in die rekruteringsgebieden in plaats van in een Romeinse overheid, en was hun macht gebaseerd op deze militaire achterban.

    2. Robert

      lottifuehrscheim schreef:

      “Dat doet mij vermoeden dat die Franken in Frankrijk natuurlijk Romaans spraken met de oude bewoners, maar dat met de alte kameraden nog wel lang Germaans zal zijn gesproken.”

      Dat zal zeker het geval geweest zijn. De Gallische schrijver Sidonius Appolinaris verwijst tenslotte ook naar het Keltische taalgebruik van zijn gallische provinciegenoten: het was allerminst zo dat alle Romeinse burgers Latijn spraken. Nog in de 7de eeuw weten we van keizer Heraclius dat hij Punisch (Carthaags) sprak in de eigen familie.

  3. Jeff

    “… en wordt vanouds aangeduid als de Chaussée Brunehaut.”
    Waarbij we niet moeten vergeten dat deze naam niet exclusief voorkomt langs de ‘Via Belgica’ (;-)) maar nog op veel andere plaatsen.
    Om maar één voorbeeld te geven: De weg van Amiëns richting Boulogne-sur-Mer wordt over een afstand van minstens 50 km ook nog steeds Chaussée Brunehaut genoemd.

    “… de Franken, samen met de Chamaven …”
    Waren die Chamaven dan niet ook ‘gewoon’ Franken?

    “Uiteindelijk stond Julianus de Franken en Chamaven toe zich te vestigen in Toxandrië,”
    En laat nu juist in die tijd archeologisch geen bewoning in die streek aan te tonen zijn. ?!

    “… Toxandrië, wat de voorganger is van het latere hertogdom Brabant.”
    Nou ja! Nogal een stretch of the imagination.

    “Aan het feit dat de woorden niet meer met het standaard-Latijn mee-evolueerden volgt dat in het noorden geen Latijn meer werd gesproken en dat het Frankisch de dominante taal was geworden.”
    Deden de woorden dat daar voor die tijd dan wel?
    Anders geformuleerd: werd er ‘in het noorden’ dan Latijn gesproken? Door wie?

    Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier een erg versimpelde voorstelling gegeven wordt van het ontstaan van de taalgrens.

    1. Robert

      Jeff shcreef:

      “Waren die Chamaven dan niet ook ‘gewoon’ Franken?”

      Jazeker. Franken is een verzamelnaam, die ook al in de Romeinse tijd gebruikt werd als ‘catch-all’ voor verschillende groepen. Overigens gebruikten ze net zo makkelijk ‘Francones’ naast Chamavi’ als dat zo uitkwam.
      Maar de Chamavi behoren tot een groep waaruit families voortkwamen die zich, uit Drenthe komend, eerst tussen Ede en Rhenen aan de Rijn vestigden en daarna via Brabant naar Toxandria/Taxandria/Texuandria afzakten. Toen hetten ze ineens Salische Franken.
      Daarnaast bestond er een groep die zich in de Rijnvallei bevond, de Ripuarische of RijnFranken. Een derde groep zien we in de vroege 5de eeuw rond Reims. Clovis verenigt al die groepen en groepjes onder zijn bewind, en wat mij betreft kunnen we dan pas echt van ‘de’ Franken spreken. Die zich natuurlijk weer keihard splitsen in Neustriërs en Austrasiërs, maar dat is een heel ander verhaal.

      “Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier een erg versimpelde voorstelling gegeven wordt van het ontstaan van de taalgrens.”

      Daar ben ik het helemaal mee eens.

  4. henktjong

    Ik ben lichtelijk in verwarring. Op school heb ik altijd geleerd dat Brabant voorheen Taxandrië heette (of Taxandria), maar Wikipedia zegt dat Plinius het Texuandria noemde (nou ja, hij had het over de bewoners: Texuandri). De dikke Geschiedenis van Brabant (2011) heeft ook nog Texandrië. Maar jullie noemen het Toxandrië/Toxandria. Wat is het nu? Ook wordt dat gebied T als de Kempen aangeduid en heeft de rest van Brabant er niets mee te maken; dat waren allemaal andere gouwen en graafschappen die pas in de 12e eeuw een hertogdom werden.

          1. Willem Vermeer

            Dank voor dit antwoord. Toch vind ik het vreemd. Als ik goed ben ingelicht, moest je om jezelf “keizer” te mogen noemen door de relevante lichamen in Rome (de Senaat) erkend zijn. Formeel was Postumus dus geen keizer, maar hoogstens een usurpator of separatistische machthebber. En toch noemen we hem keizer. Ik heb het donkerbruine gevoel dat ik iets heb gemist.

            Van het min of meer gelijktijdige separatistische Pamyra had ik wel gehoord, maar dat dat ooit “keizerrijk” wordt genoemd, was nooit doorgedrongen.

            1. Frans

              Ja, je zou Posthumus ook een tegenkeizer kunnen noemen. En Zenobia nam op een gegeven moment de naam Augusta aan, dus waarschijnlijk had zij ook ambities in die richting.

            2. Robert

              Willem Vermeer schreef:

              “En toch noemen we hem keizer. Ik heb het donkerbruine gevoel dat ik iets heb gemist.”

              Tsja, dat is wel zo, maar toch ook weer niet. Om gedonder te vermijden werd Posthumus namelijk wel degelijk door zijn ‘collega’s’ erkend. Dat gebeurde wel vaker – als zoethoudertje, want het stond niet in de weg van een strafexpeditie die op enig later moment het Gallische Rijk weer bij de rest voegde.

              Maar nu we het er toch over hebben.. u heeft vast wel van Constantijn de Grote gehoord. Een groot Romeins keizer. Of eigenlijk.. een usurpator – hij riep zich tot geheel illegaal tot keizer uit met hulp van de troepen toen zijn vader overleed. Hij werd dan ook niet erkend, moest zich met de titel ‘caesar’ tevreden stellen. Dat hij later alles en iedereen naar zijn had zette en sindsdien toch bekend staat als keizer was dus een heel ander verhaal. De overwinnaars schrijven de geschiedenis. 😉

              1. Ben Spaans

                Volgens een versie had zijn vader (Constantius, de Augustus in het westen) hem nog net op tijd tot erfgenaam benoemd. Die zwakte zat in het systeem van de ‘Heerschappij van Vier’ ingebakken.

  5. Ik heb het altijd een merkwaardige weg gevonden voor de Romeinen, die het liefst zo direct mogelijk van A naar B gingen. Van Boulogne 80 a 90 km naar het zuid-oosten om dan, na in Amiens te zijn beland, weer noord-oost naar Bavay te gaan. Een flinke omweg, maar er zal wel een reden voor zijn.
    De Chamaven waren toch ook Franken?
    Toxandria etc. = Kempen. Volgens mij is dat allemaal zand, net als over de grens in Nederland. Daar viel niet erg veel te boeren. Het lijkt mij dat ze zo veel mogelijk de meer vruchtbare gronden richting Schelde en Mechelen probeerden te bemachtigen, waar later die Gouwen ontstonden die de voorlopers van Brabant waren.
    De taalvoorbeelden vind ik erg illustratief.

  6. Roger Van Bever

    Heel interessant stuk!

    Toch is die benaming Chaussée Brunehaut ook merkwaardig, want zoals Jeff hierboven opmerkt wordt die naam ook nog voor een aantal andere wegen van Romeinse oorsprong gebruikt:

    “Chaussée Brunehaut” van de Franse Wikipedia opent als volgt:
    Le nom de « chaussée Brunehaut » est donné dès le Moyen Âge à plusieurs routes dont l’origine n’est pas définie. Généralement longues et rectilignes, elles semblent avoir relié les cités de la Gaule belgique. Zie: https://www.wikiwand.com/fr/Chauss%C3%A9e_Brunehaut

    Chaussée Brunehaut zou waarschijnlijk vernoemd zijn naar de echtgenote van een Frankische koning, Brunhilde, die in de 7e eeuw CE de Romeinse wegen gerepareerd zou hebben voor eigen rekening. Wat je zegt over de namen die de de Romeinen aan hun wegen gaven (meestal eindbestemming of een enkele keer verwijzing naar een persoon) wringt hier toch een beetje: hier zou dan een door de Romeinen aangelegde weg naar een persoon vernoemd zijn die in de 7e eeuw CE heeft geleefd.

    In de volgende publicatie wordt deze weg praktisch van dorp tot dorp beschreven:
    http://www.crmsf.be/sites/default/files/product/file/Voie%20romaine.pdf
    Leuke publicatie, die zich redelijk op de vlakte houdt door zowel Voie romaine als Chaussée Brunehaut te gebruiken.

    In het noordelijk gedeelte van Brussel ligt er een weg die Romeinse steenweg/ Chaussée romaine heet. Ik vermoed dat deze weg deel uitmaakte van het netwerk van secundaire wegen die belangrijke handelscentra met elkaar verbond. Dat wegennetwerk is met o.a. luchtfotografie uitgebreid in beeld gebracht.
    Brussel moet toen al een plek geweest zijn waar handel en nijverheid van enige omvang bestond. Zie: https://www.lesoir.be/art/1408778/article/soirmag/meilleur-du-soir-mag/2017-01-05/bruxelles-au-temps-des-romains
    Dat wordt interessant voor de etymologie van Brussel/ Bruxelles:
    De meest gangbare versie is: De plaatsnaam “Brussel” komt van ‘Bruocsella’ (in het Frankisch: “bruoc” + “sella”), wat evolueerde tot Broekzele, wat betekent “nederzetting (zele) bij het moeras (broek). (Nederlandse Wikipedia). Maar er zou ook een andere verklaring kunnen zijn:
    nl. “Bruoc” + “cella”, De term cella is dan een klein tempeltje dat de Romeinen hier en daar langs hun heir/ heerbanen oprichtten ter bescherming van de reizigers.

    Dan nog een merkwaardig feit: In Vlaanderen leerden we over de heirbanen, in Nederland spreekt men vooral van heerbanen. Op de lagere school leerden we al dat ze kaarsrecht liepen en aldus een snelle verplaatsing van legereenheden mogelijk maakten. Het merkwaardige is, dat alhoewel deze wegen ook door handelaren en voor transport werden gebruikt, de Nederlandse naam (Duits: das Heer) suggereert dat ze vooral door het Romeinse leger gebruikt werden. De Franse noemen deze wegen veel neutraler (voies/ chaussées romaines.

    Overigens, Jona, hoewel ik je redenering kan volgen, zal je ergernis nog niet zo gauw voorbij zijn, want ik zag op diverse plaatsen dat men steeds vaker de term “via Belgica” gebruikt (vooral de Duitse archeologen), maar dat ook de term “via Agrippinensis” bestaat. Deze weg loopt ook door naar Boulogne. Ik zou wel eens willen weten hoe de Romeinen zelf deze weg noemden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.