De troonzaal in Babylon

Binnenplaats van het paleis in Babylon, met rechts de doorgang naar de troonzaal

Je kunt niet zinvol over de Oudheid schrijven als je de oude landen niet hebt bezocht. Het helpt te weten dat je vanaf de Kerameikos, waar Perikles een beroemde toespraak heeft gehouden, de Akropolis kunt zien liggen. Wat geldt voor Griekenland, geldt voor Irak. Ik ben blij dat ik in Babylon heb gelopen door de (grotendeels gereconstrueerde) zalen van het paleis van Nebukadnezzar (r.605-562). Hier spelen twee beroemde verhalen uit de Oudheid, namelijk dat over het Feest van Belsassar en dat over de substituutkoning.

Feest van Belsassar

Belsassar is een historisch figuur: de zoon en zaakwaarnemer van koning Nabonidus (r.556-539), die enkele jaren niet in Babylon was. Volgens het Bijbelverhaal zaten Belsassars gasten behoorlijk te pimpelen en gebruikten ze daarbij de gouden bekers uit de tempel in Jeruzalem. In de nieuwe Nieuwe Bijbelvertaling:

Ze dronken wijn en prezen hun goden van goud en zilver, van brons, ijzer, hout en steen. Terwijl ze dat deden verschenen er vingers van een mensenhand die iets op het pleisterwerk van de wand van het koninklijk paleis schreven, tegenover de luchter, zodat de schrijvende hand goed zichtbaar was voor Belsassar. Hij trok wit weg, in verwarring gebracht door zijn gedachten. Hij stond te trillen op zijn benen en zijn knieën knikten.

Er is een hoop geschreven over wat er nu precies geschreven stond op de muur. Die rebus (ook boeiend) interesseert me vandaag minder dan DAT die bovennatuurlijke hand iets schreef. Ik realiseerde me het belang daarvan pas toen ik er stond. Alle wanden zijn namelijk beschreven met de herhaalde inscriptie van de bouwheer, waarin Nebukadnezzar claimt de koning van Babylon te zijn, de verheven vorst, de uitverkorene van Marduk, de geliefde van Nabu en meer van dat fraais. En dat, die hand, die overschreef dat nu ineens en wiste ’s konings woorden uit.

Voorbeeld van een tekst op een muur

Je realiseert je pas dat er méér is dan een angstaanjagende tekst, dat de beschreven plek zélf óók relevant is, als je er bent geweest. Althans, zo gaat het mij.

Alexander in Babylon

Het andere verhaal is dat over de substituutkoning. Ik heb het al eens verteld in dit stuk (om precies te zijn: het begint hier). Het komt erop neer dat er zeer slechte voortekens waren toen Alexander in 323 v.Chr. terugkeerde naar Babylon en dat er op een bepaald moment een man op zijn troon ging zitten. Op gezag van Ptolemaios, een vertrouweling van Alexander, schrijft Ploutarchos daarover het volgende (vertaling Hetty van Rooijen):

Toen Alexander zich een keer had uitgekleed voor massage en een balspel speelde, zagen de jongemannen die met hem speelden, toen ze zich weer wilden aankleden, een man zwijgend op zijn troon zitten, getooid met de diadeem en kleding van de koning. Toen men hem vroeg wie hij was, zei hij lange tijd niets; maar tenslotte bedacht hij zich en zei dat hij Dionysios heette en van afkomst Messeniër was. Ten gevolge van een beschuldiging en aanklacht was hij van de kust hierheen gebracht en had lange tijd gevangen gezeten. Maar zojuist was Serapis naar hem toe gekomen, had zijn boeien losgemaakt en hem hierheen gebracht, en hem opgedragen de kleding en de diadeem aan te doen, op de troon te gaan zitten en te zwijgen. Toen Alexander dat hoorde, liet hij op advies van de zieners de man uit de weg ruimen.

Serapis is hier een naam voor Marduk, de Babylonische oppergod en de gevangene is vrijwel zeker een substituutkoning. Dat was een beproefde oosterse methode om slechte voortekens een stap vóór te zijn. Men zette tijdelijk iemand op de troon en liet het onheil hem treffen, waarna de eigenlijke koning verder kon regeren. Zo liep de bestuurlijke continuïteit geen gevaar. Vaak (zoals in het beschreven geval) hielp de beul het onheil een handje.

De plaats van Alexanders troon

Ik realiseerde me hoe accuraat Ploutarchos’ beschrijving was toen ik me realiseerde dat de troonzaal en de binnenplaats in Babylon met elkaar in verbinding staan. Wie aan het ballen was, kon inderdaad zien dat iemand op de troon was gaan zitten.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

5 gedachtes over “De troonzaal in Babylon

  1. Frans Buijs

    Doet me echt ontzettend denken aan een land aan de andere kant van de wereld waar ik dan geweest ben, namelijk Peru. De kust van Peru is net zo woestijnachtig, ook daar hadden ze irrigatie en Chan Chan bestaat ook uit een ruime binnenplaats met gebouwen er omheen in dezelfde zandkleur. (Alleen zonder bogen, die hadden ze nog niet uitgevonden.) En ze hebben er ook piramides, wat dus betekent dat beschavingen zich ook ver van elkaar min of meer op dezelfde manier ontwikkelen.

  2. Ben Spaans

    Best voorspelbaar dan toch, die mensheid.

    Is reageren nu weer bedoeling of is dit een incidentele zondagavond openstelling zoals vorige week?

  3. Dirk Zwysen

    Als het per ongeluk mogelijk is, ga ik toch van de gelegenheid gebruik maken. Het blijft me verbazen dat die grote koninkrijken konden bestaan in een streek die me op foto’s vooral lijkt te bestaan uit stof, zand en stenen. Er is vast heel wat groen in Irak, maar ik zie het niet op de foto’s van de ruïnes. Was het dan vroeger wel natter/groener? Met excuses voor het geval dat ik een erg dwaze eerstejaarsvraag stel.

Reacties zijn gesloten.