De sji’ieten van Irak (2)

De Umayyadenmoskee in Damascus, door de eerste kaliefen gebouwd in een kerk.

[Dit is het tweede stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

In mijn vorige stukje vertelde ik het officiële verhaal over de scheiding van soennieten en sji’ieten. Er was onduidelijkheid over de aard van het leiderschap. Degene die het uitoefende, genoot Gods steun, zoveel is duidelijk, maar wie was de ware heerser der gelovigen? Was het de Umayyadenkalief in Damascus of was het de imam, het familiehoofd van Ali’s afstammelingen?

Zoals de soennieten zijn verdeeld over vier rechtsscholen, zo zijn de sji’ieten verdeeld over wie nu de belangrijkste imams zijn. Niet iedereen wijst dezelfde vijfde en zevende imam aan, terwijl de meeste sji’ieten wachten op een twaalfde imam, Mahdi genaamd, die ooit zal terugkeren en een rol speelt aan het einde der tijden. Shi’iten waren betrokken bij enkele opstanden tegen de Umayyaden. Grosso modo was de tendens echter: depolitisering.

Depolitisering

De tweede imam, Hasan, had al afgezien van zijn aanspraken op het kalifaat, latere imams zochten andere vormen van accommodatie. Zo was Jaffar de Rechtvaardige, de zesde imam, een bekende rechtsgeleerde. De rond het midden van de achtste eeuw door hem aangelegde collectie anekdotes over Mohammed, De ochtend der religie, schijnt voor alle moslims belangrijk te zijn en hij geldt als leraar van de grondleggers van enkele soennitische rechtsscholen. Een andere oplossing was vervanging van de heersende dynastie. De Abbasieden, die verwant waren met de familie van Mohammed en na 750 het kalifaat overnamen, waren voor althans sommigen van degenen die wilden dat de afstammelingen van de Profeet het gezag hadden, al een stap in de goede richting. Kalief Al-Mamum wees de achtste imam, Ali al-Ridha of Reza, aan als opvolger, maar gif verhinderde deze oplossing (818 n.Chr.).

De ultieme sji’itische accommodatie aan het wereldlijke gezag van de soennieten is de soefi-mystiek. Anders gezegd: simpelweg ontkennen dat de wereld er echt toe doet.

Toen de elfde imam in 874 in een achterhoedegevecht was gesneuveld en zijn zoon Mahdi onvindbaar bleek, zeiden zijn volgelingen dat hij voortaan in verborgenheid leefde. Aan het einde der tijden zou de Twaalfde Imam terugkeren. Aanvankelijk waren er nog mensen die meenden namens hem te mogen spreken, maar na 941 raakte ook hun rol uitgespeeld.

Sindsdien kenmerkt de shi’a zich door een bereidheid compromissen te sluiten met het doorgaans soennitische gezag. Alleen de Twaalfde Imam kan immers het Vrijdaggebed volmaakt leiden en alleen hij kent perfect de ware levenswijze. Tot nader order zijn dus alle opvattingen, ook de soennitische, overwegenswaard. Dat Khomeiny in Iran in 1979 de macht zélf nam, is een breuk met de sji’itische traditie en de vraag is pertinent in welke mate hij sji’iet was. (In Irak en Libanon wijzen sji’ieten theocratie af.)

De moskee van Damghan in Iran, een van de oudste ter wereld 

Iranisering

De instelling van het Abbasiedenkalifaat in Bagdad is om verschillende redenen interessant. In de eerste plaats omdat het brak met de Umayyadische bestuurspraktijk. Die was op haar beurt een voortzetting van allerlei laatantieke gebruiken. De Abbasieden streefden naar echt islamitisch bestuur en islamitisch recht. In feite begon de islamisering van het Arabische wereldrijk dus ver ná de grote Arabische veroveringen.

Een tweede aspect is wat lastiger uit te leggen. De Arabische legers versloegen de legers van de Sasanidische Perzen, maar de mensen op de Iraanse hoogvlakte hielden vast aan hun eigen zoroastriaanse, nestoriaanse, manichese en monofysitische tradities. Verslagen waren de Perzen zeker, maar overwonnen? Nee. Er kwam nooit een garnizoensstad zoals Kufa, Cairo of Kairouan in Iran. Men bleef Perzisch spreken. Anders gezegd: de bewoners van het Sasanidenrijk – Iran en Irak dus – aanvaardden de islam op hun eigen voorwaarden.

Het is daarom mogelijk het verhaal uit het eerste blogje van vandaag, over de totstandkoming van het schisma, ook anders te lezen: niet “top down” maar “bottom up”. De inwoners van het voormalige Sasanidenrijk zochten leiders die hun wat ruimte zouden laten. Dat kon een Huseyn zijn, die ze uitnodigden om naar Kufa te komen; dat kon steun zijn aan de beginnende Abbassieden. De rol van de inwoners van het voormalige Sasanidenrijk is belangrijk, want de partijgangers van Ali en Huseyn zouden vergeten zijn geweest als ze geen aanhangers hadden gehad die belang hadden bij hun leiderschap.

[U hoeft de commentaarsectie niet te gebruiken om de vruchteloze discussie over de relatie tussen islam en het westen weer op te rakelen. Dank u wel. Wordt vervolgd]

6 gedachtes over “De sji’ieten van Irak (2)

  1. Rob van Dam

    “Tot nader orde zijn dus alle opvattingen, ook de soennitische, overwegenswaard.”
    Tot nader ordeR.

  2. FrankB

    “zeiden zijn volgelingen dat hij voortaan in verborgenheid leefde.”
    Een opmerkelijk thema, dat vaker voorkomt. Iedereen kent bv. De Moldau van Smetana, maar lang niet iedereen deel 6 genaamd Blanik. Hussitische ridders liggen nog altijd te slapen in de Tsjechische berg van die naam, wachtend op hun moment van terugkeer.

  3. Ben Spaans

    Khomeini – zo bezig met instellen van een (bij hem nog Geestelijk) Leiderschap – gaat er al ergens een belletje rinkelen voor deze mens uit de twintigste eeuw…?

Reacties zijn gesloten.