Ziryab

Monumentje voor Ziryab, Córdoba

Toen ik eens keek naar een documentaire over het Apolloproject viel me op dat de geleerden die ervoor zorgden dat de mensheid de maan bereikte, meest mannen overigens, allemaal witte overhemden droegen. Toen ben ook ik witte overhemden gaan dragen. Wat ik maar zeggen wil: je hebt smaakmakers en smaakvolgers. En dat was vroeger ook zo. Neem Abu al-Hasan ‘Ali ibn Nafi (789-857), bijgenaamd Ziryab, wat een zangvogel is.

Ziryab speelde de oud (een luit zonder fretten) aan het hof van de Abbasidische kalief Harun ar-Rashid. Op zeker moment – wellicht nadat het Kalifaat van Bagdad in 806 te maken kreeg met een opstand die overging in een conflict tussen Haruns opvolgers – reisde Ziryab af naar het westen. Via het hof van de Aghlabidische emir van Kairouan (in Tunesië) bereikte hij in 822 Córdoba, waar hij in dienst trad van emir Abd ar-Rahman II (r.822-852). Daar gold hij niet alleen als de grootmeester op de oud, maar ook als arbiter elegantiae: hij zette de toon op velerlei gebied.

Lees verder “Ziryab”

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Lees verder “De Maghreb in de Middeleeuwen”

Het Kalifaat van Córdoba

De door Al-Hakam II gebouwde mihrab in de moskee van Córdoba

[Derde van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba, dat zo meteen verandert in een kalifaat. Het eerste blogje was hier.]

Ik heb al eens geschreven over de geschiedenis van Ifriqiya, het gebied tussen zeg maar Tripoli in Libië en Algiers in Algerije, met als hoofdstad het Tunesische Kairouan. Het gold, zoals in het vorige blogje aangegeven, als bufferstaat tussen het Emiraat van Córdoba en het Kalifaat van Bagdad, en werd bestuurd door de Aghlabiden. Dat veranderde in 910, toen de macht in Ifriqiya in handen kwam van een nieuwe dynastie, de Fatimiden, die in de loop der tijd haar gezag zou doen gelden in heel noordelijk Afrika en Palestina, en bovendien het kalifaat opeiste.

Het Kalifaat van Córdoba

Dit laatste kon de emir van Córdoba niet over zijn kant laten gaan. Als er dan toch meer dan één kalief moest zijn, dan was hij niet de mindere van de Abbasidische heerser in Bagdad en de Fatimidische kalief in Caïro. Vanaf 929 presenteerde Abd al-Rahman III (r.912-961) zich dus ook als “heerser der gelovigen”. Hij had enig recht van spreken, want zijn staat was machtiger dan ooit. In het noorden was Asturië uiteengevallen, de diverse opvolgersstaatjes en de ooit door Karel de Grote ingestelde markgraafschappen betaalden tribuut aan Córdoba en erkenden de emir/kalief als leenheer. Abd al-Rahmans zoon Al-Hakam II (r.961-976) vergrootte zijn macht nog in de richting van Marokko.

Lees verder “Het Kalifaat van Córdoba”

Islamitisch recht (7) mu’tazilieten

Zestiende-eeuwse tekening van Al-Ma’mun

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje legde ik uit dat tegenover de claim van de islamitische rechtsgeleerden (ulama) dat zij konden uitleggen hoe de gelovigen zich het beste konden gedragen, de kalief stond. Die bevorderde bestudering van Griekse, Indische, Perzische en Syrische teksten in het Huis der Wijsheid.

De mu’tazilieten

De daar opgedane kennis van de Griekse wijsbegeerte werd toegepast door de theologen die mu’tazilieten worden genoemd.noot De naam betekent zoiets als “zij die zich afzijdig houden” (in een destijds belangrijk geschil). Net als de Griekse stoïcijnse filosofen meenden ze dat God en de Rede identiek waren. Dit betekende dat goed en kwaad door de mens beredeneerd konden worden en dat mensen voor morele kennis niet uitsluitend waren aangewezen op de openbaring in de Koran.

Lees verder “Islamitisch recht (7) mu’tazilieten”

Islamitisch recht (6) de kalief

Geleerden reizen van keizer Theofilos (r) naar kalief Al-Ma’mun (l)

[Dit is het zesde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In de voorgaande vijf blogjes heb ik verteld hoe binnen het Kalifaat behoefte groeide aan een islamitisch rechtsstelsel en hoe de rechtsgeleerden, de ulama, iets volkomen nieuws ontwierpen, dat noch op het joodse, noch op het christelijke, noch op het Romeinse Recht leek. In het islamitische recht was een duidelijke hiërarchie van rechtsbronnen, maar één bron was opvallend afwezig: de kalief.

De visie van de kalief

Hadiths over de eerste vier kaliefen, de “rechtgeleide kaliefen”, werden in overweging genomen. Zij hadden de Profeet nog gekend. De beslissingen van de Umayyadische kaliefen hadden in de tijd van de Abbasidische kaliefen echter geen groot gezag. Althans voor de rechtsgeleerden. De heerser der gelovigen zelf zag dat anders. Een kalief was een plaatsbekleder – en niet van Mohammed, zoals je weleens leest. Inscripties, munten en vroege islamitische teksten maken duidelijk dat de kalief zichzelf zag als de plaatsbekleder van God op aarde.

Lees verder “Islamitisch recht (6) de kalief”

Islamitisch recht (2) de hadith

Een veertiende-eeuwse afbeelding van een qadi

[Dit is het tweede van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje beschreef ik hoe de Umayyadische kaliefen, residerend in Damascus, geen beleid hadden om hun imperium te islamiseren. Ze handhaafden het gewoonterecht en accepteerden verschillende rechtsstelsels naast elkaar. Unificatie had geen prioriteit: wie een gebied onderwerpt, bouwt eerder draagvlak door bestaande praktijken te laten bestaan.

De Abbasiden

Met het verstrijken van de tijd, ontstond hierover toch wat onvrede bij althans een deel van de gelovigen. Dat de eerste vier opvolgers van Mohammed “de rechtgeleide kaliefen” werden genoemd, was een regelrecht verwijt aan de Umayyadische kaliefen, die zich niet recht lieten leiden. De frustratie van de gelovigen combineerde met onvrede onder de niet-Arabische moslims. Met name de Perzen voelden zich achtergesteld, en een opstand was het resultaat. In 750 werd de Umayyadische dynastie vervangen door de Abbasidische, die de residentie verplaatste naar Bagdad.

Lees verder “Islamitisch recht (2) de hadith”

Ǧibrīl ibn Nūḥ al-Anbārī

Een van de wetenschappelijke instellingen uit Abbasidisch Bagdad

Zoals bekend veroverde een handjevol Arabieren in de zevende eeuw het halve Oost-Romeinse Rijk en het hele Perzische Rijk. Dat betekende echter niet dat de bevolking van al die gebieden nu ineens Arabisch ging spreken of moslim werd. De Arabische veroveraars wilden aanvankelijk liever als Herrenvolk onder elkaar zijn en lieten buitenstaanders node toe tot hun kringen. Nog eeuwenlang waren de meeste bewoners van Syrië en Irak christelijk of joods. Deze groepen werden door de islamitische overheid erkend; theoretisch als tweedeklas-burgers, maar vaak om hun kennis en ervaring toch hoog gewaardeerd. Zoroastriërs werden echter niet erkend en de manicheeërs, die toentertijd bijna een wereldreligie vormden, werden zelfs vervolgd.

Vanaf ca. 800 na Chr. werd er serieus werk gemaakt van zowel de islamisering als de arabisering. Er werd een enorm vertaalproject op touw gezet, waarbij de christenen een belangrijke rol speelden. Zij waren het die de wetenschap van de Grieken en Romeinen overbrachten naar het Abbasidische Rijk (Kalifaat van Bagdad). Hun taal was het Syrisch-Aramees en een intellectuele bovenlaag kende ook Grieks; bovendien waren Griekstaligen makkelijk te vinden in het aangrenzende Oost-Romeinse Rijk. Vrijwel alle wetenschap uit de Oudheid werd in de negende eeuw in het Arabisch vertaald, aanvankelijk met Syrisch als tussentaal, later ook direct uit het Grieks.

Lees verder “Ǧibrīl ibn Nūḥ al-Anbārī”

De Europese canon (1-5)

Tijdens keizer Septimius Severus, wiens ereboog u hier ziet, bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang

Een tijdje geleden stelde ik een Europese historische canon voor van tweeënveertig vensters en nodigde ik u uit toevoegingen te doen en verbeteringen te suggereren. Tussen vandaag en de Europese verkiezingen van 6 juni zal ik in elf blogjes de uitkomst aan u presenteren: steeds vijf vensters en daarnaast een stukje waarin ik de keuzes verantwoord. Bedenk wel: een canon een didactisch hulpmiddel, geen in steen gehouwen waarheid. Een canon heeft meer te doen met wetenschapscommunicatie dan met wetenschap. Wie liever een canon van de geschiedwetenschap leest, vindt die hier.

Ter zake nu.

Het Romeinse Rijk

Periode: Tot de zesde eeuw / tot 1453

In het krachtige en welvarende Romeinse Rijk, dat rond 202 na Chr. zijn grootste omvang bereikte, woonde ongeveer een derde van de wereldbevolking. Hoe vitaal de toenmalige cultuur was blijkt wel uit het feit dat het imperium bleef bestaan tot 1453 (later meer) terwijl de voornaamste Romeinse talen – het Grieks, het Latijn en het Aramees – nog springlevend zijn.

Lees verder “De Europese canon (1-5)”

Het ontstaan van het Kalifaat (1)

Arabische ruiter (Louvre, Parijs)

Ik heb al vaak verwezen naar het ontstaan van een Arabisch wereldrijk in de zevende eeuw na Chr. Dat kun je aanduiden als de “grote Arabische veroveringen” of het “einde van de Oudheid” of “de tijd van de rechtgeleide kaliefen”. Je kunt het niet aanduiden als “de opkomst van de islam”, want dat is een parallel lopend, langzamer proces dat pas later op stoom kwam. Daarover zo meteen meer. Het ontstaan van het Kalifaat is in elk geval de brug tussen de antieke cultuur, die in de zesde eeuw in een crisis raakte, en de Middeleeuwen, wanneer er nieuwe politieke structuren ontstaan en het aantal geschreven bronnen sterk toeneemt.

Een traditioneel beeld

Het traditionele beeld is dat de profeet Mohammed met een nieuw, Arabisch monotheïsme een generatie van enthousiaste nieuwe gelovigen inspireerde, dat zij daarop de halve wereld veroverden en dat uiteindelijk de macht kwam te liggen bij een kalief uit de Umayyadische familie. Die resideerde in Damascus, begon het verworven rijk te organiseren en kon zich daarbij geen scherpslijperij permitteren. Een eeuw later trad de Abbasidische dynastie aan, met hoofdstad Bagdad, die beloofde een meer islamitisch georiënteerde staat te stichten.

Lees verder “Het ontstaan van het Kalifaat (1)”

Geliefd boek: River Kings

Het begint met een kraal. Een kraal van carneool, afkomstig uit Gujarat in India. En teruggevonden in een graf uit het eind van de negende eeuw in Repton in Midden-Engeland. Bio-archeoloog Cat Jarman van de Universiteit van Bristol gebruikt de kraal in River Kings als rode draad om de Vikingen te volgen van Engeland via Scandinavië en Oekraïne naar Constantinopel en verder. Dat doet ze niet met een fictieverhaal, maar door het oplossen van archeologische en historische puzzels.

Jarman beschrijft de vondsten en de antwoorden – als die er zijn – en legt ook het proces en de methoden helder uit. Zo leer je ook als historisch onderlegde lezer veel nieuws over de Vikingen en over de snelle ontwikkelingen in de onderzoeksmethoden. Want Jarman staat met haar werk aan het front van wat Jona de DNA-revolutie noemt.

Lees verder “Geliefd boek: River Kings”