De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking

[De komende tijd zal Kees Alders in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het slot van de inleiding, waarvan het begin hier was.]

Het gangbare beeld is dat de Griekse, Indische en Chinese filosofie tegelijkertijd, ongeveer zes eeuwen vóór het begin van onze jaartelling, zouden zijn ontstaan, onafhankelijk van elkaar, en dat ze zich in de eerste daarop volgende eeuwen vrijwel los van elkaar hebben ontwikkeld. Maar is dat wel zo?

Lees verder “De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking”

De vroege Stoa (1): Zenon versus Krates

Zenon van Kition (Museo archeologico nazionale, Napels)

[Tijdens het Hellenisme kregen de Academie van Plato en de Peripatetische school van Aristoteles gezelschap van nieuwe filosofische stromingen, zoals het Cynisme, de Cyreense School en het Epicurisme. De bekendste was de Stoa.]

Het woord ‘stoïcijns’ staat in onze taal voor ‘onbewogen’. De stoïcijnse filosofen, aan wie onze taal dit woord heeft te danken, staan er dan ook om bekend dat ze pleitten voor soberheid, en het vermijden van al te heftige emoties.

In dat streven stond de Stoa, zoals deze school ook wel heet, echter niet alleen. De lijfspreuk van Solon van Athene was al ‘alles met mate’, en dat bleef een lijfspreuk van veel Grieken. Ook Plato vond dat de geest zich niet teveel moest aantrekken van emoties, omdat die hoorden bij het lichaam. Plato’s leerling Aristoteles pleitte voor een evenwichtig leven: extreme emoties keurt hij af. En we zagen hoe ook Epikouros, een filosoof van het genot, uiteindelijk pleitte voor kalmte en soberheid.

Lees verder “De vroege Stoa (1): Zenon versus Krates”

Atheense democratie

De Atheense democratie wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

De Atheense democratie. Het is zo’n onderwerp waar je als oudhistoricus niet aan kunt ontkomen. Verplicht nummer, ongeveer zoals James Bond een Martini moet bestellen. Het handboek van De Blois en Van der Spek, waarover ik op donderdag regelmatig blog, bevat dus ook een paragraaf. Ik denk te proeven dat de  auteurs die met tegenzin hebben geschreven.

Simpel samengevat is in Athene de macht van de adel op verschillende manieren overgedragen aan een breder gremium. Eerst tekende Drakon de wetten op. Rond 630 v.Chr. deed Kylon  een poging een tyrannie te stichten. Dat mislukte. (Misschien herinnert u zich dat drie jaar geleden enkele skeletten zijn gevonden van mogelijke slachtoffers.) Begin zesde eeuw waren er nieuwe wetten en hervormingen, dit keer op naam van Solon. Daarna vestigde Peisistratos een tyrannie en toen zijn zoon Hippias in 510 v.Chr. na een Spartaanse interventie was verdreven, gaf Kleisthenes extra bevoegdheden aan de Volksvergadering.

Lees verder “Atheense democratie”

Kleobis en Biton

Kleobis en Biton (Delfi)
Kleobis en Biton (Delfi)

Aan het begin van zijn eerste boek vertelt Herodotos over de gelukkige regering en uiteindelijk ondergang van de spreekwoordelijke koning Kroisos. Hij gebruikt het om alle thema’s van zijn werk te introduceren, alsof dit de prelude is tot een groot muziekstuk. Eén daarvan is de aard van het menselijk geluk. Dat is volgens Herodotos altijd tijdelijk en dat betekent dat het lot van koningen, wier lot immers grote invloed heeft op dat van hun volk, ons allemaal zou moeten aangaan.

Herodotos presenteert een fictief gesprek tussen Kroisos, de rijke en gulle maar niet al te schrandere Aziaat, en de wijze Solon, een van de Griekse zeven wijzen. Kroisos wil horen dat hij de gelukkigste van alle mensen is, maar Solon aarzelt. De gelukkigste mens over wie hij ooit hoorde, zo zegt hij, was een zekere Tellos, die al zijn kinderen én kleinkinderen gezond zag opgroeien en bovendien een eervolle dood stierf in een zegevierend leger. Krosos wil dan weten wie de op één na gelukkigste mens is. Hier is het antwoord van Herodotos’ Solon:

Lees verder “Kleobis en Biton”

Zeven wijzen

Oannes, een van de zeven wijzen (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Volgens de Mesopotamische mythen schiepen de goden de mensheid om het land te bewerken, de opbrengst te offeren en er zo voor te zorgen dat de goden goed te eten hadden. Helaas kenden de eerste mensen hun taken en plichten nog niet zo goed. Daarom zonden de goden de zeven apkallū, de zeven wijzen.

De eerste hiervan was Uanna, die een vissenlijf had en de voeten, armen, hoofd en stem van een mens. Hij leerde de eerste mensen schrijven, rekenen, steden stichten, tempels bouwen, wetten maken, grenzen trekken, land verdelen, zaden planten, vruchten oogsten en – uiteraard – offeren. Ook legde hij uit hoe de wereld was geschapen. Er waren nog zes apkallū, elk geassocieerd met een andere oude stad en andere vaardigheden. U leest er hier meer over.

Lees verder “Zeven wijzen”

Naukratis (1)

Naukratis[Mijn collega en vriend Edwin de Vries werkte enige tijd op een opgraving in Naukratis, Egypte. Hij doet de komende dagen verslag.]

Onlangs heb ik drie weken deel mogen nemen aan een prachtig project van het British Museum, namelijk aan archeologische opgravingen in Naukratis, in Egypte. In dit blog, en nog twee volgende blogs, wil ik iets vertellen over de site en mijn ervaringen daar. Als de naam u niet meteen iets zegt, of als het wel vaagweg een belletje doet rinkelen, maar een geheugensteuntje welkom zou zijn, dan wil ik graag beginnen met een introductie.

Naukratis lag ooit aan de meest westelijke van de zeven armen van de Nijldelta, de Canopische tak. Het lag een aardig stuk landinwaarts, maar fungeerde als een belangrijke haven voor Egypte. Voor de periode van grofweg 600 tot 400 v.Chr. was het waarschijnlijk de haven van Egypte. Een voorganger dus van het beroemde Alexandrië.

Lees verder “Naukratis (1)”