Alexander de Grote in Pamfilië

Syllion

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote in de eerste maanden van 333 v.Chr. langs de Lycische kust was getrokken. Na deze tocht kwamen de Macedoniërs aan in Pamfylië, een uitgestrekte vlakte in het zuiden van Turkije, die in het voorjaar even groen is als Holland of Vlaanderen. Net als de Grieken woonden de Pamfyliërs in met elkaar rivaliserende steden en ook hier gold dat de vijand van je buurman je vriend is. Anders gezegd: Alexander belandde in een politiek wespennest.

Het wespennest

Door zich te verbinden met het Lycische Faselis haalde hij zich een conflict op de hals met Termessos, en dat leidde er weer toe dat de Pamfylische stad Perge zich bij de Macedoniërs aansloot, wat op zijn beurt tot gevolg had dat die als vijanden werden beschouwd door de bewoners van Syllion en Aspendos. Met diplomatieke middelen zette Alexander de situatie naar zijn hand. Althans, dat dacht hij.

Lees verder “Alexander de Grote in Pamfilië”

M3 | Filippos II en Alexander

Het slagveld bij Chaironeia, waar Filippos II afrekende met de Grieken. Achteraan de Parnassos.

Alexander, die later de bijnaam De Grote zou krijgen, maakte zijn debuut in de geschiedenis in het najaar van 341 v.Chr.: zijn vader Filippos II benoemde hem tot regent over Macedonië terwijl de koning zelf ten strijde trok. Hoe de benoeming verliep, weten we niet, maar we mogen speculeren dat Alexander een zegelring kreeg overhandigd. Er zullen getuigen zijn geweest: misschien generaal Parmenion, na Filippos de machtigste man in Macedonië, en wellicht ook Antipatros, die bij eerdere gelegenheden regent was geweest. Hun aanwezigheid was belangrijk omdat ze zich daarmee committeerden aan de kroonprins. Als Filippos II iets zou overkomen, kon Alexander bij zijn troonsbestijging rekenen op de steun van twee machtige families.

Het Perinthos-incident

Zelf trok Filippos naar de Zee van Marmara, waar hij hoopte Perinthos in te nemen. Ik heb al eerder verteld dat het anders liep. De Perzische koning Artaxerxes III Ochos beschouwde de Macedonische aanval op de havenstad als inmenging in de Perzische vitale belangen en greep in. In het voorjaar van 340 v.Chr. stuurden de Perzen niet minder dan drie legers naar Europa. Zoiets was sinds de dagen van Xerxes niet meer gebeurd.

Lees verder “M3 | Filippos II en Alexander”

De Atheense Bondgenotenoorlog

Artaxerxes III Ochos (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Een tijdje geleden gaf ik in mijn reeks over het eerstejaarshandboek oude geschiedenis, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, aan dat het dicht bij de bronnen blijft en daardoor niet goed in balans is. We lezen veel over de Perzische Oorlogen en over de Peloponnesische Oorlog, en dit laatste precies volgens de selectie die Thoukydides aanbrengt, maar de Bondgenotenoorlog en de Derde Heilige Oorlog komen er bekaaid vanaf. De bronnen laten zich daar niet zo een-twee-drie navertellen. Jammer, want deze twee conflicten schiepen het vacuüm dat Macedonië zou vullen. Ze markeren feitelijk het begin van het einde van de Griekse vrijheid. Om die reden blog ik vandaag toch eens over de Bondgenotenoorlog, die u moet plaatsen tussen 357 en 355 v.Chr.

De Tweede Delische Zeebond

Eerst nog even dit: door de opkomst van Thebe – hierover schrijven De Blois en Van der Spek wel het een en ander – waren de kaarten in het Griekse moederland grondig geschud. Zeker na de slag bij Leuktra in 372 was Sparta niet langer de supermacht die het ooit was geweest. De Atheners hadden al in 378 een tweede Delische Zeebond opgericht, die minder hoorde te gelden als een eigen imperium, wat een veelgehoorde klacht was geweest bij de oorspronkelijke Delische Zeebond. Het probleem was dat Athene zijn herwonnen bondgenoten niet goed wist te beschermen.

Lees verder “De Atheense Bondgenotenoorlog”

Atheense democratie

De Atheense democratie wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

De Atheense democratie. Het is zo’n onderwerp waar je als oudhistoricus niet aan kunt ontkomen. Verplicht nummer, ongeveer zoals James Bond een Martini moet bestellen. Het handboek van De Blois en Van der Spek, waarover ik op donderdag regelmatig blog, bevat dus ook een paragraaf. Ik denk te proeven dat de  auteurs die met tegenzin hebben geschreven.

Simpel samengevat is in Athene de macht van de adel op verschillende manieren overgedragen aan een breder gremium. Eerst tekende Drakon de wetten op. Rond 630 v.Chr. deed Kylon  een poging een tyrannie te stichten. Dat mislukte. (Misschien herinnert u zich dat drie jaar geleden enkele skeletten zijn gevonden van mogelijke slachtoffers.) Begin zesde eeuw waren er nieuwe wetten en hervormingen, dit keer op naam van Solon. Daarna vestigde Peisistratos een tyrannie en toen zijn zoon Hippias in 510 v.Chr. na een Spartaanse interventie was verdreven, gaf Kleisthenes extra bevoegdheden aan de Volksvergadering.

Lees verder “Atheense democratie”

Griekse leeuw

Aardewerk uit Chios (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

De donderdag gebruik ik vaak om een stukje te schrijver over Een kennismaking met de oude wereld, het handboek van Bert van der Spek en Luuk de Blois waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde. Ik wandel, zoals de trouwe lezers weten, de laatste herdruk door om te zien of mijn kennis erg is verouderd. En om zo nu en dan een aanvulling te geven.

Vandaag wijk ik een beetje af van die aanpak door een kunstvoorwerp te behandelen uit de Griekse Archaïsche Periode, het tijdperk waar we waren aangekomen. Hierboven ziet u een op Chios gemaakte en in Thessaloniki teruggevonden beker met een mooi leeuwtje erop. Vladimir Stissi vertelt me dat het zo tussen 575 en 550 v.Chr. is te dateren. Ruwweg even oud als de Apollo van Tenea.

Lees verder “Griekse leeuw”

De Archaïsche Periode

Vier kouroi tonen de verbeterde beheersing van de anatomie: v.l.n.r. uit Tenea (ca. 560 v.Chr.), uit een onbekende plaats in Griekenland (ca. 540), uit Anavyssos (ca. 530) en uit Agrigrento (ca. 480 v.Chr.).

In Griekenland heet de tweede helft van de IJzertijd (pakweg 800-480 v.Chr.) de Archaïsche Periode. Die naam gaat bij mijn weten terug op de grote Winckelmann, die de klassieke kunst enorm bewonderde en de aanloop daarheen aanduidde als archaïsch. Het idee dat de periode tussen pakweg Homeros en Marathon een aanloop was naar de klassieken, duikt nog altijd weleens op, bijvoorbeeld omdat beeldhouwers steeds beter in staat waren de menselijke anatomie weer te geven. Zo rond 490 lijken ze het volledig in de vingers te hebben gekregen en vanaf dan noemen we het klassiek. Een beroemd boek, Archaic Greece van Anthony Snodgrass, dat probeert de Archaïsche Periode wat meer recht te doen, ontkomt er ook niet helemaal aan de drie eeuwen te typeren als een “age of experiment” voor de latere bloeitijd.

Het is een aantrekkelijk verhaal. Dat beeldhouwers zochten naar de perfecte anatomie is gewoon wáár. Maar de eigenlijke geschiedenis zal niet naar zo’n doel hebben gewerkt. Misschien is het wel beter de tweede helft van de IJzertijd aan te duiden als de tweede helft van de IJzertijd. Die naam vertelt immers iets over Griekenlands technologisch niveau, wat op zijn beurt weer iets vertelt over het potentieel van een samenleving.

Lees verder “De Archaïsche Periode”

Factcheck: Griekse democratie

Het spreekgestoelte op de Pnyx in Athene.

In een van de oudste versies van het epos van Gilgameš wil de titelheld ten oorlog gaan, maar een college van adviseurs verbiedt het hem. Daarop roept hij een volksvergadering samen die hem wel toestemming verleent. Simpele conclusie: democratie bestond al in het Mesopotamië van de Vroege Bronstijd.

Van de Fenicische steden uit de Late Bronstijd en de IJzertijd – Tyrus, Sidon, Beiroet, Byblos, Arwad – is niet zo heel erg veel bekend en ze zullen ook niet allemaal hetzelfde bestuurd zijn geweest, maar het staat vast dat er naast de koningen magistraten waren en dat de vorsten van tijd tot tijd het advies vroegen van volksvergaderingen. Ik aarzel of we dit een democratie moeten noemen: je zou willen lezen over soevereine besluiten door die vergadering en voor zulke informatie hebben we domweg te weinig bronnen. De jarenlange belegering van Tyrus in de vroege zesde eeuw is bij mijn weten de enige periode in de Fenicische geschiedenis waarvan we weten dat het volk zonder koning regeerde en dat is nou net een atypische situatie.

Lees verder “Factcheck: Griekse democratie”