De gesel Gods (7)

Het graf van Theodorik in Ravenna

[Laatste deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik behandelde de slag op de Catalaunische Velden, waarin Aetius de Hunnen versloeg.]

Een jaar later, in 452, probeerde Attila Italië binnen te vallen, maar zijn leger was al niet meer zo groot en hij keerde terug. Deze expeditie lijkt bedoeld te zijn geweest om het prestige van de Hunnen op te vijzelen en de coalitie bij elkaar te houden. Niet veel later overleed hij, naar verluidt tijdens zijn huwelijksnacht met een prinses die Hildico heette. (Ze is een van de historische personages achter de Kriemhild van het Nibelungenlied.) De Hunse federatie spatte uit elkaar en al in 454 liepen de Ostrogoten, die tot dan toe Attila hadden gediend, over naar Rome. Later zouden ze onder leiding van koning Theodorik trekken naar Italië.

Zo eindigde de slag op de Catalaunische Velden in een Romeinse zege, zij het mede behaald door legers van Germaanse afkomst. Hoe noodzakelijk was de West-Romeinse overheid eigenlijk nog? Voor de rijksverdediging en de rechtspraak had ze weinig betekenis meer en het gezag van de keizers reikte niet ver. Dat bleek in 455.

Lees verder “De gesel Gods (7)”

De gesel Gods (2)

Petrus en Paulus op een glazen penning van bisschop Damasus (Vaticaanse Musea, Rome)

[Tweede deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en behandelde de doorbraak van enkele Germaanse stammen over de Rijn, het Romeinse Rijk binnen. In 410 viel Rome.]

De inname van Rome was voor de Visigoten en hun leider Alarik een middel om een regeling af te dwingen. Ze wilden land. De Romeinse auteur Orosius beschrijft de gebeurtenissen in zijn Wereldgeschiedenis. De vertaling is van Hein van Dolen.

Lees verder “De gesel Gods (2)”

Misverstand: Archimedes

De stadsmuren van Syracuse zijn wél gebouwd door Archimedes

Misverstand: Archimedes stak Romeinse schepen in brand met spiegels

Terwijl de Grieken streden tegen de Perzen en tegen elkaar, breidde in Italië de Romeinse republiek zijn macht gestadig uit. Rond 275 v.Chr. verenigde ze Italië, waarna oorlog uitbrak met de Karthagers, die een imperium hadden gesticht langs de kusten van Andalusië en noordelijk Afrika. Deze Eerste Punische Oorlog (264-241) ‘duurde zonder onderbreking vierentwintig jaren en was de meest lange, intensieve en grootschalige oorlog uit de geschiedenis’, noteerde de Griekse historicus Polybios (ca. 200- ca. 118). Hij overdreef niet. Aan één gevecht, de zeeslag bij Eknomos, namen 287 000 soldaten deel, een cijfer dat vermoedelijk niet overdreven is. Na afloop van het enorme conflict was Rome meester van Sicilië en zon Karthago op wraak.

De Tweede Punische Oorlog brak uit in 218. De Karthaagse generaal Hannibal (247-192) verbaasde de wereld door laat in het seizoen nog over de Alpen te trekken en Italië te veranderen in een oorlogszone. Onder de indruk van Hannibals successen koos de Siciliaanse havenstad Syracuse, een Romeinse bondgenoot, partij voor Karthago. In 213 begonnen de Romeinen aan de belegering van de afvallige stad, waarbij hun gevaarlijkste tegenstander de slimme ingenieur Archimedes (287-212) was, die allerlei nieuwe wapens ontwikkelde. Eén daarvan zou een brandspiegel zijn geweest waarmee hij vuur kon ontsteken aan boord van de Romeinse schepen. Het is een van de beroemdste gebeurtenissen uit de Oudheid; de reconstructie in Cabiria, een van ’s werelds eerste speelfilms (1914), is onvergetelijk.

Lees verder “Misverstand: Archimedes”

Misverstand: De Titusboog

De triomfboog van Titus (rechts), vele jaren geleden. Foto William P. Thayer.

Misverstand: De triomfboog van Titus staat bij het Forum Romanum

Na de verwoesting van Jeruzalem vierde generaal Titus in Rome een triomftocht, en elke reisgids voor Rome vermeldt dat de toen gebouwde triomfboog staat op de heuvelrug tussen het Forum Romanum en het Colosseum. De boog is inderdaad gewijd aan Titus, maar de inscriptie maakt duidelijk dat het monument geen triomfboog kan zijn. Er is namelijk geen sprake van glorieuze overwinningen, maar wel van de divus Titus, “de vergoddelijkte Titus”. En aangezien keizers gewoonlijk pas na hun overlijden onder de goden werden opgenomen, moet het monument dateren van na Titus’ dood.

De echte triomfboog stond een paar honderd meter verder naar het zuiden in de bocht van het Circus Maximus. Een middeleeuwse reiziger, aangeduid als de Anonymus van Einsiedeln, heeft het overwinningsteken – dat later is gesloopt – nog gezien en citeert het opschrift:

Lees verder “Misverstand: De Titusboog”

Misverstand: Wolvin

De Capitolijnse wolvin (Capitolijnse Musea, Rome)

Misverstand: De Capitolijnse wolvin dateert uit de zesde eeuw v.Chr.

Terwijl de Perzen bezig waren de wereld onder één koning te verenigen en de Grieken het stedelijk leven ontdekten, ontstonden ook in Italië steden. Eén daarvan was Rome, dat al in de zesde eeuw een enorme stad was, met bijvoorbeeld een tempel voor de oppergod Jupiter die behoorde tot de grootste heiligdommen van de Mediterrane wereld. Er is geen twijfel dat het een belangrijk artistiek centrum was, maar juist het beroemdste kunstwerk dat in deze tijd in Rome zou zijn gemaakt, de Capitolijnse wolvin, is niet wat het lijkt.

Lees verder “Misverstand: Wolvin”

De stichting van Rome

Nijlpaard op een munt van Philippus Arabs (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het was in de IJzertijd niet ongebruikelijk dat mensen woonden op heuveltoppen en de vallei van de Tiber was geen uitzondering. Ook voor Rome is het gedocumenteerd: we weten dat er boeren woonden op de toppen van de Palatijn, Velia, Capitool en Quirinaal. Dat de Romeinen later dachten dat hun stad was gesticht door herders, is nog maar een eerste vergissing. Dat de stad was gesticht op 21 april is een volgend misverstand, ingegeven door het feit dat de Romeinen zich niets primitievers konden voorstellen dan herders en de herders in Latium op die dag een oud lentefeest vierden.

Wat in feite gebeurde is dat in de late negende eeuw v.Chr. de heuveltopdorpjes begonnen samen te werken. Een echo klinkt door in een opmerking van de Romeinse taalkundige Festus, die het woord Septimontium, “zevenheuvelenfeest”, moet verklaren en zegt dat

op zeven plaatsen offers werden gebracht: op de Palatijn, op de Velia, op de Fagutal, in de Subura, op de Germalus, op de Caelius, op de Oppius en op de Cispius.

Lees verder “De stichting van Rome”

Efedrismos

Efedrismos (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Nu we anderhalve meter afstand moeten houden, nauwelijks kunnen reizen en niet naar musea kunnen, geef ik u wat u niet krijgen kunt: twee dames uit het verre Griekenland in een museum, en ze houden zeker geen anderhalve meter afstand.

Ze spelen efedrismos, een spelletje dat een beetje lijkt op pétanque in de zin dat er eerst een kleine bal of steen werd weggeworpen en dat de spelers die vervolgens met een steentje of een bal moesten zien te raken. Daarna moest de verliezer de winnaar op de rug nemen en naar de doelsteen dragen.

Lees verder “Efedrismos”

De bevolking van Rome

Het grafveld langs de Via Severiana tussen Portus en Ostia, een van de onderzochte begraafplaatsen

Er staat momenteel een leuk stuk van Hendrik Spiering in het NRC Handelsblad over de herkomst van de bevolking van de stad Rome in de keizertijd. Het onderzoek, gepubliceerd in Science, bestond uit de analyse van het DNA van 127 mensen vanaf de laatste IJstijd tot op heden. Het gaat om resten die zijn gevonden op negenentwintig begraafplaatsen rond de stad.

Het blijkt daarbij dat in de eeuwen vóór onze jaartelling acht van de elf onderzochte paleogenomen (zeg maar antieke DNA-profielen) een Europese signatuur hadden, dus de gebruikelijke erfenis van de eerste landbouwers en Bronstijd-steppebewoners (die we gewoonlijk identificeren met de eerste sprekers van het Indo-Europees). Is in deze vroege tijd dus ruim driekwart van de mensen afkomstig uit de wijde omgeving, in de keizertijd is dat veel minder. Begrijp ik het stuk in het Handelsblad goed – het artikel in Science zit achter een academische betaalmuur – dan zijn er van de achtenveertig onderzochte paleogenomen uit de keizertijd slechts twee lokaal en hebben tweeëndertig mensen voorouders uit het oosten. Wat overigens niet uitsluit dat ze zélf in Latium geboren kunnen zijn, zoals blijkt uit isotooponderzoek.

Lees verder “De bevolking van Rome”

Romeins kannibalisme

Het slachten van varkens in de winter was in elke voorindustriële samenleving belangrijk: dit detail van Breughels “Volkstelling in Betlehem” kan zó worden toegepast op de situatie in het antieke Rome.

Het is al heel lang bekend: als de mensheid nog toekomst wil hebben, zullen we in het rijke noorden een stap terug moeten doen. Vleesconsumptie zal zeldzaam worden. (Ironie: ik schrijf deze woorden net nadat ik een stuk kip in de oven heb gezet.) Minder vlees is ook niet zó heel erg, want het is eigenlijk een nogal inefficiënt voedingsmiddel. Als iemand van alleen vlees en zuivel zou moeten leven, is twee-en-een-half voetbalveld nodig om hem te voeden, terwijl een even grote akker met graan twaalf mensen kan voeden.

In het Romeinse Rijk, met zijn onderontwikkelde economie, was vlees dus zeldzaam. Mensen aten vooral graanproducten, met als gezonde aanvullingen de vruchten van de wijnrank en de olijfboom. Plus natuurlijk nog wat fruit. Als een gewone Romein al vlees at, zal het zijn gegaan om spek, lever, haas, ham en andere delen van de varkens die in de wintermaanden werden geslacht. Als je bedenkt dat deze dieren afval eten, is het niet zo vreemd dat bijna de helft van alle bekende amuletten betrekking heeft op maagkramp. De Romeinen legden dit verband overigens niet.

Lees verder “Romeins kannibalisme”