Het Mausoleum van Augustus

Het mausoleum van Augustus

Nu in Rome het Mausoleum van Augustus, dat lange tijd gesloten was, weer open gaat, en omdat het vandaag de eerste dag is van de mooie maand april, herplaats ik een oud blogje waar ik ooit veel plezier in had.

***

Het moet 2007 zijn geweest dat ik met een stuk of vijf mensen wandelde door Rome, langs de Via del Corso, de grote straat van de noordelijke toegangspoort naar het stadscentrum. Tussen die straat en de Tiber ligt het Mausoleum van keizer Augustus, een grote ruïne van tweeduizend jaar oude bakstenen. Het monument is altijd op slot. De antieke toegangspoort is altijd afgesloten met een groot metalen hek.

Lees verder “Het Mausoleum van Augustus”

Taal en gevoel

Hoeveel drummers telt u?

Afgelopen week ontdekte ik het onderstaande filmpje, dat ik zo verschrikkelijk vrolijk vind dat ik het eigenlijk al dagen loop te fluiten. Amerikaans rocknummer, uitgevoerd en gezongen door duizend Italianen. Er zit een leuk, enthousiasmerend verhaal aan vast dat u hier maar even moet lezen. U hoeft mijn muzikale smaak niet te delen, maar ik wil toch iets aan u voorleggen.

Lees verder “Taal en gevoel”

“Naar alle kanten het Rijk vergroot” (1)

De boog van Septimius Severus op het Forum Romanum

Een van de opvallendste monumenten op het Forum in Rome is de ereboog van keizer Septimius Severus. Als u er niet vertrouwd mee bent, zult u misschien de filmscène uit Roman Holiday kennen waarin Gregory Peck een slapende Audrey Hepburn vindt en een taxi voor haar belt; de ereboog is steeds zichtbaar op de achtergrond. Hoewel de reliëfs van dit monument in de twintigste eeuw zwaar te lijden hebben gehad van de zure regen, is het opschrift nog goed te lezen:

Ter ere van Imperator Caesar Lucius Septimius, zoon van Marcus, Severus Pius Pertinax Augustus, vader des vaderlands, overwinnaar van de Arabische Parthen, overwinnaar van de Adiabenische Parthen, opperpriester, in het elfde jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, elfmaal uitgeroepen tot Imperator, driemaal consul, proconsul […] omdat hij met zijn bijzondere talenten de staat intern heeft hersteld en naar alle kanten het Rijk heeft vergroot; geschonken door Senaat en Volk van Rome.

Lees verder ““Naar alle kanten het Rijk vergroot” (1)”

Caesar in Rome: de “Rechtsfrage”

Caesar (Palazzo Altemps, Rome)

Ik liet u gisteren achter met de Senaatsvergadering die Marcus Antonius buiten de stad Rome had georganiseerd op de kalenden van april van het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls waren – 3 maart 49 v.Chr. op onze kalender, vandaag 2069 jaar geleden. In zijn Burgeroorlog 1.32 beschrijft Caesar de toespraak die hij bij die gelegenheid zou hebben gehouden. Daarin vertelt hij wat zijn beweegredenen waren geweest om de Tweede Burgeroorlog te ontketenen.

Uiteraard zijn de volgende woorden te lezen in de context van zijn propagandistische geschiedwerk, maar het zou een samenvatting kunnen zijn van wat op de dag feitelijk is gezegd. De vertaling is van de onlangs overleden classica Hetty van Rooijen.

Lees verder “Caesar in Rome: de “Rechtsfrage””

Caesar in Rome

Senatoren (kopie van de Ara Pacis, Vaticaanse Musea, Rome)

Het was 31 maart in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren – 2 maart 49 v.Chr. op onze kalender, vandaag 2069 jaar geleden. Maar de consuls waren niet in Rome, ze waren gevlucht. Toen Julius Caesar de Rubico was overgetrokken en er geen steun bleek te zijn voor de officiële vertegenwoordigers van de republiek, waren ze eerst naar het zuiden van Italië getrokken en vervolgens de Adriatische Zee overgestoken. Caesar had ze achtervolgd, had niet kunnen vermijden dat ze ontsnapten, had legers gerekruteerd en had door middel van de Lex Roscia de verdere rekruteringsbasis verbreed. Sinds 14 november 50, de dag waarop hij de Rubico was overgestoken, had de veroveraar van Gallië ongeveer 1500 km afgelegd.

Terug in Rome

En nu, op onze tweede maart, kwam hij over de Via Appia aan in Rome. Tien jaar daarvoor was hij voor het laatst in de stad geweest, als consul; sindsdien had hij Gallië veroverd en een deel van de daar verworven buit bestemd om het stadscentrum van Rome te renoveren. Naast het Forum Romanum had hij voor 600 miljoen sestertiën de grond gekocht om een tweede forum te bouwen. De stad waar hij aankwam, was zo een andere dan de stad die hij had verlaten. Ook hijzelf was veranderd. Hij was niet langer een oud-consul die blij mocht wezen zijn loopbaan te mogen voortzetten in een redelijk belangrijke provincie. Hij commandeerde een groot, getraind leger.

Lees verder “Caesar in Rome”

Geliefd boek: Het Mussolinikanaal

Het Mussolinikanaal is het verhaal van de familie Peruzzi, arme boeren uit de Po-vlakte die, gedreven door armoede en honger, verhuizen naar de moerassen ten zuiden van Rome waar ze in ruil voor een boerderij en een stuk grond de Pontijnse moerassen droog leggen. Ze worden kolonisten.

Vanwege de honger. Vanwege de honger zijn we hier gekomen. Waarom anders? Als we geen honger hadden gehad, waren we daar gebleven. Daar was ons thuis. Waarom hadden we hiernaartoe gemoeten? We hadden altijd daar gewoond en onze hele familie woonde daar. We kenden er elke rimpel in het terrein en elke gedachte van onze buren. Elke plant. Elk kanaal. Waarom zouden we in vredesnaam helemaal hiernaartoe zijn gekomen?

En het is het verhaal van Italië van het begin van de twintigste eeuw, doorheen  de Eerste en de Tweede Wereldoorlog tot de bevrijding, mei 1944.

Lees verder “Geliefd boek: Het Mussolinikanaal”

Caesar verovert Corfinium

Portret van Caesar uit Priene

In de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr. (11/12 januari volgens de Romeinse kalender), was Julius Caesar Italië binnengevallen door de Rubico over te trekken. Dat was het begin van de Tweede Burgeroorlog. Hij was namelijk gouverneur van wat ik gemakshalve even zal aanduiden als Gallië en de Povlakte, en door met een leger zijn provincie te verlaten, was hij formeel in opstand tegen de Senaat.

Ik wijdde er al een stukje aan en beschreef in een tweede stukje hoe Caesar langs de Adriatische kust oprukte naar het zuidoosten, terwijl zijn kolonel Marcus Antonius de Apennijnen overtrok richting Umbrië. Met de inname van Arezzo stelde hij Caesars aanvoerlijnen vanuit Gallië veilig. Ondertussen evacueerden de consuls en hun generaal Pompeius, die hun macht zagen afbrokkelen, de hoofdstad. Alleen in het zuiden konden ze nog soldaten rekruteren. Ik was in deze reeks gekomen tot Caesars inname van Ascoli op 8 januari (5 februari op de Romeinse kalender). Wat gebeurde er in de daarop volgende weken?

Lees verder “Caesar verovert Corfinium”

Pyrrhos van Epirus (2)

Helm uit Midden-Italië (Villa Giulia, Rome)

In mijn vorige stukje beschreef ik hoe koning Pyrrhos van Epirus de Romeinen tweemaal versloeg maar grote verliezen leed. Zijn manschappen raakten behoorlijk gedemoraliseerd en zijn lijfarts bood de Romeinen zelfs aan zijn meester te vergiftigen.

Onderhandelingen

Dat het er slecht voor Pyrrhos voorstond, wil niet zeggen dat Rome opgelucht adem kon halen. Welbeschouwd was Pyrrhos in zijn missie geslaagd: de Romeinen weghouden van Tarente en de andere Griekse steden. De Senaat zal blij zijn geweest te vernemen dat Karthago, waarmee Rome kort daarvoor een verdrag had gesloten, op Sicilië de oorlog had verklaard aan Syracuse. Die stad riep nu de hulp in van de koning van Epirus. Voor Pyrrhos was Sicilië een aantrekkelijk alternatief, want hier kon het moreel van zijn leger zich herstellen.

Lees verder “Pyrrhos van Epirus (2)”

Pyrrhos van Epirus (1)

Pyrrhos van Epirus (Buste uit Herculaneum, nu in Napels)

In de loop van de vierde eeuw v.Chr. had Rome de meeste Italische steden en stammen opgenomen in zijn stelsel van bondgenoten: de Etrusken in het noorden, de bergvolken in de Apennijnen en Abruzzen, de stadstaten rond de Baai van Napels. Expansie naar de Griekse havensteden in het zuiden was alleen maar logisch. Een voorwendsel hoefde niet eens te worden gevonden want in de eindeloze reeks conflicten tussen de Griekse stadstaten was er altijd wel een partij die Romes hulp inriep.

Zo’n ingreep kon echter leiden tot escalatie. Tarente, een machtige stadstaat in de “hak” van Italië, beschouwde een van de Romeinse interventies als inmenging in de eigen invloedssfeer, er waren wederzijdse klachten, diplomaten werden mishandeld, oorlog werd verklaard, legers werden gelicht, rekruten getraind, bondgenoten geworven. Tarente deed wat Griekse stadstaten in Italië in crisistijd altijd hadden gedaan: hulp vragen in het moederland.

Lees verder “Pyrrhos van Epirus (1)”

Geliefd boek: De held van Temesa

Het is bijna ondoenlijk om uit de tweeënvijftig romans die Simon Vestdijk (1898-1971), de man die volgens Roland Holst “sneller schrijft dan God kan lezen”, en waarvan er zevenentwintig in mijn boekenkast terecht zijn gekomen, er één favoriet uit de kiezen. Na een dag strepen in een longlist hield ik deze titel over: De held van Temesa (1962), waarvan hierbij de kaft van de eerste druk. Dit boek is naast Aktaion onder de sterren en De verminkte Apollo de derde en laatste van de ‘Griekse romans’ van Vestdijk en is gebaseerd op historische en mythische gegevens.

De Griekse stad Temesa, later genoemd Tempsa, heeft echt bestaan, al lag het niet in het huidige Griekenland maar in het in die tijd door de Grieken gekoloniseerde deel van Italië. De stad wordt genoemd o.a. door Homeros, Strabo en de geograaf Pausanias (ca 115-180 n.Chr.). De toenmalige ligging is tot op heden niet achterhaald, maar de stad moet aan de Tyrreense Zee gelegen hebben, het deel van de Middellandse Zee dat ingeklemd wordt door de zuidkust van de laars van Italië en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië.

Lees verder “Geliefd boek: De held van Temesa”