De metro van Rome (2): een ingewikkeld stuk

Kaartje van de metro van Rome

De Romeinse metrolijnen B en A (in die volgorde) laten we nu even links liggen, en we gaan kijken naar de lijn waar nu zoveel over is te doen: lijn C. Deze metrolijn gaat het ‘verre’ en wat armoedige oosten van de stad verbinden met het noordwesten, voorbij de (meestal) luxe wijk Prati.

Plannen en vertragingen

De plannen voor lijn C stammen al uit 1941, toen het fascistische regime nog dacht in termen van een groots ‘Imperium’, met Rome als hoofdstad. Niet voor niets werd de bebouwing langs en op weg tussen het hoofdkwartier van Mussolini (Palazzo Venezia) en het Colosseum zo’n beetje platgegooid en omgedoopt tot Via dell’Impero, daarbij niet al te veel consideratie tonend met de daaronder deels verborgen keizerlijke fora.

Lees verder “De metro van Rome (2): een ingewikkeld stuk”

1700 jaar Nikaia (5): de besluiten

Nikaia loste niet alle problemen op; er waren meer concilies nodig. In het Rila-klooster zijn ze allemaal afgebeeld.

Het is maar al te begrijpelijk dat de bisschoppen die aanwezig waren op het Concilie van Nikaia meenden dat de Heilige Geest hen in de juiste richting had geleid. Men was het vooraf oneens geweest over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon, over de autonomie van de bisschoppen, over de paasdatum en over nog andere thema’s. De bisschoppen communiceerden in het Grieks, maar we moeten niet onderschatten dat de aanhangers van de twee grote scholen van Bijbeluitleg, de Alexandrijnse en Antiocheense, niet zelden dachten in het Egyptisch (Koptisch) en het Syrisch (Aramees).

Persoonlijke ergernissen speelden een rol. Wellicht waren er mensen die zich stoorden aan de rol van de keizer. We beschikken over een door hem bij een andere gelegenheid gehouden toespraak waaruit blijkt dat hij de theologische finesses niet geheel beheerste. (De auteurs van onze bronnen, die Constantijn positief presenteren, maken overigens geen melding van irritaties over zijn rol.) Ondanks alle moeilijkheden eindigde de vergadering met consensus. De keizer had met de ruziënde bisschoppen een enorm risico genomen, maar kon tevreden beginnen aan het regeringsjubileum, de vicennalia, dat hij kort daarna zou vieren. Zoals gezegd heeft de Kerk de ingreep door het wereldlijk gezag geaccepteerd omdat de Heilige Geest zo evident aanwezig was geweest.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (5): de besluiten”

Cornelis de Bruijn (5) Jeruzalem

Cornelis de Bruijn, het Heilig Graf

Dit is het vijfde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Het heilige Land

Cornelis de Bruijn wilde naar Jeruzalem, dat lag op twee dagen van de haven van Jaffa. Maar toen hij halverwege was, in Ramla, gaven de Ottomaanse gezagsdragers hem bevel te blijven waar hij was. Een epidemie in Jeruzalem maakte verder reizen onverantwoord. Pas na bijna drie maanden kon De Bruijn verder reizen en op 17 oktober 1681 bereikte hij de heilige stad. Onderweg passeerde hij het vervallen kerkje voor Sint-Joris in Lydda, waar ik vorig jaar over blogde.

De autoriteiten stonden geen privébezoek toe aan de heilige plaatsen. Ze hadden de franciscanen, die al sinds de Kruistochten de Europese christenen vertegenwoordigden, aangewezen als coördinatoren. De monniken organiseerden rondleidingen, die voor de zekerheid werden beschermd door bewapende Ottomaanse escortes. Pelgrimage was zo veilig en verantwoord, maar bezoekers kregen zo alleen te zien wat hun was toegestaan.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (5) Jeruzalem”

C14 | Constantinopel

De stedenmaagd van Constantinopel (Bodemuseum, Berlijn)

[Veertiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Constantijns vicennalia, het feest van zijn twintigste regeringsjaar, eindigden in Rome. In deze jaren bouwde hij op de Vaticaanse heuvel in het westen de Sint-Pieter, terwijl hij op de Esquilijn in het oosten de Sint-Jan van Lateranen liet bouwen in een oud keizerlijk paleis. In het zuiden verrees de Sint-Paulus buiten de Muren. De bouw van deze christelijke basilieken leent zich voor tweeërlei uitleg: het is denkbaar dat Constantijn bescheiden aan de randen van de stad bouwde en het christendom niet wilde opdringen aan de bewoners van Rome; het is echter eveneens denkbaar dat hij de kerken plaatste op heuveltoppen om de mensen in te peperen dat het christendom had gezegevierd. Zoals meestal is er geen eenduidig antwoord.

Een extra residentie

Andere bouwprojecten uit deze jaren waren de Grafbasiliek in Jeruzalem en de Geboortekerk in Betlehem. Ook de forten langs de oostgrens werden versterkt. Het voornaamste bouwproject was echter de extra residentie, die bekend is komen staan als Constantinopel. Het ritueel waarmee de bouw in 324 was begonnen was heidens geweest. Sindsdien waren er nieuwe stadsmuren gebouwd en op 11 mei 330 werd de residentie plechtig ingewijd, opnieuw met een grotendeels heidens ritueel. Bij die gelegenheid werd ook het nieuwe forum in gebruik genomen, dat was aangelegd rond een porfieren zuil met daarop een beeld van de zonnegod. Het had de gelaatstrekken van Constantijn.

Lees verder “C14 | Constantinopel”

Het Jaar 1000 (1): Politiek

Otto III, keizer in het jaar 1000; links van hem Gerbert van Aurillac

De grenzen van de Oudheid zijn niet arbitrair en liggen bij pakweg 3000 v.Chr. en 650 na Chr. Tussen die twee data bestonden ruwweg vergelijkbare economische en sociaal-culturele structuren. Daarvóór beschikken we over alleen archeologische data, in de Oudheid hebben we daarnaast ook geschreven informatie maar nog altijd te weinig, en na 650 na Chr. krijgen we eindelijk redelijk wat geschreven informatie. In West-Europa bereiken we dat punt van voldoende geschreven informatie pas later, ergens rond het jaar 1000. Op de ene plek in Europa wat vroeger, op de andere wat later, maar de Oudheid was definitief voorbij.

Alle reden om nog eens naar dat roemruchte an mil te kijken, zeker nu het Rijksmuseum van Oudheden over dat onderwerp een expositie organiseert die op vrijdag 13 oktober begint. Die gaat vooral over Nederland. Ik wilde nog eens kijken naar West-Europa in zijn geheel. Hoe zat het ook alweer met de Volle Middeleeuwen? Waarom is het culturele leven van de Late Middeleeuwen zo anders dan in de Vroege Middeleeuwen / Late Oudheid? De transitie is interessant, maar ik heb er al jaren niet meer naar omgezien. Kortom, tijd voor een aantal blogjes. Bloggen is immers heerlijk om je geheugen op te frissen.

Lees verder “Het Jaar 1000 (1): Politiek”

Domitianus in Nijmegen

De splitsing van Waal en Rijn (of eigenlijk: het Pannerdens Kanaal)

Dat keizer Domitianus (r.81-96) het Rijnland heeft bezocht, staat vast. Maar hoe ver is hij gekomen? Een halfvergeten inscriptie uit de eerste of tweede eeuw werpt daarop enig licht.

De inscriptie in kwestie schijnt gigantische afmetingen te hebben gehad. Ze stond ooit bij de Sint-Jan van Lateranen in Rome en is daar gezien door de veertiende-eeuwse geleerde Francesco Petrarca. Ook andere humanisten hebben de inscriptie beschreven, maar ze is verloren gegaan. De tekst is niet heel speciaal: in een gedichtje claimt een ik-figuur zich in te spannen voor de Romeinse zaak. De ik-figuur kan alleen Domitianus zijn omdat hij als enige, zoals het gedichtje claimt, oorlog heeft gevoerd aan zowel de Rijn als de Donau.

Lees verder “Domitianus in Nijmegen”

Olielamp met Petrus en Paulus

Olielampje met Petrus en Paulus (Archeologisch Museum, Florence)

Het olielampje hierboven, dat ik eerder deze week gebruikte om een stukje over Paulus mee te illustreren, is te aardig om niet nog even een blogje aan te wijden. Het is gemaakt in de tweede helft van de vierde eeuw en gevonden op de Caelius, een heuvel in Rome waarvan, te beginnen met Constantijn, steeds grotere delen in handen van de kerk zijn gekomen. De basiliek van Sint-Jan van Lateranen is daarvan het bekendste voorbeeld. Dit lampje is even verderop gevonden, in het (niet meer bestaande) klooster van Sint-Erasmus.

Het olielampje heeft, zoals u ziet, de vorm van een schip met twee opvarenden, die dankzij hun kapsels zijn te identificeren: op de boeg geeft de apostel Petrus de richting aan, terwijl Paulus aan het roer zit en het bootje op koers houdt. Op de vlag – als dit een vlag is – staat Dominus legem dat Valerio Severo (“De Heer geeft de Wet aan Valerius Severus”). Er is aan toegevoegd Vivas Eutropi, wat zoiets wil zeggen als “lééf, Eutropius”, een gangbare heilswens die in het midden laat of Eutropius lang, gezond, gelukkig of op een andere manier prettig zal gaan leven.

Lees verder “Olielamp met Petrus en Paulus”