De dood van de messias (6)

De graflegging

Het laatste stukje van vandaag kan alleen gaan over de graflegging, zoals hierboven afgebeeld door de Nigeriaanse kunstenaar George Bandele, wiens werk de aanleiding was tot deze reeks. Volgens Marcus stierf Jezus tijdens het negende uur, rond een uur of drie in de middag. Misschien was het in feite wat later, want degenen die het lichaam van het kruis haalden hadden haast om het nog voor het vallen van de avond te doen. Bij zonsondergang zou immers de sabbat beginnen, waarop werk niet was toegestaan.

Zo staat het althans in zowel Marcus als Johannes, waarvan ik al aangaf dat ze onafhankelijk van elkaar ruwweg hetzelfde vertellen. Beide auteurs vermelden ook Jozef van Arimatea, een lid van het Sanhedrin, als degene die het lichaam bij Pilatus opvroeg. Marcus voegt toe dat Pilatus verbaasd was over Jezus’ snelle dood en het lijk pas afstond toen een centurio dit had bevestigd. Marcus noemt verder Maria van Magdala en Maria de moeder van Joses als aanwezig bij de graflegging. Johannes maakt daar een mannenzaak van: Jozef kreeg hulp van Nikodemos.

Deze bracht een mengsel van mirre en aloë mee, ongeveer honderd pond. Zij namen het lichaam van Jezus en wikkelden het met de welriekende kruiden in zwachtels, zoals bij een Joodse begrafenis gebruikelijk is. Op de plaats waar hij gekruisigd werd, lag een tuin en in die tuin een nieuw graf, waarin nog nooit iemand was neergelegd. Vanwege de voorbereidingsdag van de Joden en omdat het graf dichtbij was, legden zij Jezus daarin neer.

Lees verder “De dood van de messias (6)”

De dood van de messias (4)

De kruisdraging

Pilatus veroordeelde Jezus tot het kruis. Hierboven ziet u hoe hij, in de weergave van de Nigeriaanse houtsnijder George Bandele, het instrument van zijn dood naar Golgotha droeg. Wat tegenwoordig in Jeruzalem wordt aangewezen als de Via Dolorosa, de “lijdensweg”, gaat ervan uit dat Pilatus verbleef in de burcht Antonia, wat niet juist is: het praetorium was bij de Davidsburcht, vlakbij de huidige Jaffapoort, en Jezus droeg de dwarsbalk van zijn kruis door wat nu David Street en Muristan Street heet.

Althans, dat zal zijn route zijn geweest als de plaats van executie werkelijk was waar men het traditioneel aanneemt: in de huidige Grafbasiliek. Daaraan bestaat overigens weinig twijfel. De kerk in kwestie is gebouwd in de vierde eeuw op de plek van een tempel voor Afrodite die op zijn beurt weer rond het jaar 130 was gebouwd op de plaats waar de christenen het graf van Jezus vereerden. Wie tegenwoordig de Syrische kapel bezoekt, zal zien dat er diverse graven zijn, gemaakt aan het begin van de jaartelling.

Lees verder “De dood van de messias (4)”

De Grafbasiliek in Jeruzalem

grafbasiliek

In een artikel in Het Parool over de spanningen in de Grafbasiliek in Jeruzalem wordt de aandacht getrokken door een fotobijschrift:

Volgens veel christenen bevindt het lichaam van Jezus zich onder deze tombe.

Tja. Er zijn nogal wat soorten christenen, “veel” is een rekkelijk begrip en de meeste gelovigen hechten niet zo aan de finesses der geloofsleer. Maar of het nu gaat om nestorianen, om Armeniërs of Kopten, om maronieten, om Grieks- of Russisch-orthodoxen, om Rooms-katholieken, om lutheranen, om anglicanen, om calvinisten, om doopsgezinden, om de amish, om evangelischen, om quakers, om mormonen, om zevendedagsadventisten, om het Leger des Heils, om de pinkstergemeenschappen, om Jehova’s Getuigen of om gereformeerden (al dan niet vrijgemaakt, binnen dan wel buiten verband), of om rekkelijken dan wel preciezen, om de geestelijkheid of de gelovigen: geen van die groepen denkt dat Jezus nog begraven ligt. De christelijke leer draait immers om zijn opstanding.

Lees verder “De Grafbasiliek in Jeruzalem”

Jeruzalem

De Grafbasiliek
De Grafbasiliek

Zoals de joden van Wenen het ooit Mozes kwalijk namen dat hij hun voorouders veertig jaar door de woestijn had laten zwerven in plaats van ze rechtstreeks naar Oostenrijk te brengen, zo heb ik het mezelf kwalijk genomen dat ik meer dan veertig jaar niet naar Jeruzalem ben gegaan. Daarvoor waren goede redenen, maar toen ik er in 2011 voor het eerst was, had ik het gevoel dat ik iets had gemist door er niet eerder heen te gaan. Ik heb die avond een bevriende rabbijn gebeld, die me had geadviseerd de reis te maken. Hoe ik daar stond op het balkon van mijn hotel, telefoon aan mijn oor, kijkend naar de Rotskoepel, luisterend naar een vertrouwde stem: het is een van de drie herinneringen aan Israël die in mijn geheugen zijn geslepen.

Vrijwel alles in Jeruzalem gaat lijnrecht in tegen wat me dierbaar is. Ik ben historicus en mijn liefde voor het verleden is – in alle bescheidenheid gezegd – redelijk belangeloos. Ik ben geen nationalist die moet bewijzen dat Nederlanders een supervolk zijn. Ik ben geen religieuze fanaat die zijn heilsleer een empirische basis wil geven. Ik ben geen academicus die onderzoekspaden negeert die zijn subsidie in gevaar brengen. Niet dat ik in alles vrij ben van eigenbelang, maar als ik bezig ben met het verleden wil ik vooral weten hoe het precies is geweest en ik beleef plezier aan de aha-erlebnis. Dat is genoeg en of het verleden relevant is of niet, maakt mij niet uit.

Lees verder “Jeruzalem”