Faits divers (13)

De uitbarsting van de Hoge Vuursche, die Houten veranderde in het Pompeii van Utrecht

In de reeks faits divers deze keer: eerst de flauwekul en daarna de leuke dingen.

Flauwekul

Het begint in deze onregelmatig verschijnende rubriek een traditie te worden: uitleggen wat er afgelopen week niet klopte in de archeologie van Israël. Het gaat over de opgraving van Gath, waar de Filistijnen, zo lezen we, … nou ja, leest u verder. Het enige nieuws is dat het botanisch materiaal is geïnventariseerd. Gewoon, wetenschappelijk werk. Niks bijzonders. Sommige planten blijken hallucinerend te werken en – presto – dat is religieus. Volgens deze redenering zouden de bewoners van elke Nederlandse of Belgische boerderij waar alruin, doornappel of bilzekruid wordt gevonden, dus eveneens hallucinerend door het leven gaan.

En omdat archeologen ook hallucinatie-opwekkende planten hebben opgegraven in Griekenland, moeten de Filistijnen dus Griekse goden hebben aanbeden. En dat moet wel een moedergodin zijn, die de onderzoekers meteen maar gelijkstellen aan Hera, Artemis, Demeter en Asklepios. Ik ben niet op de hoogte van werkelijke aanwijzingen dat de Mykeense Grieken een moedergodin aanbaden, maar waarom zou een wetenschapper nadenken over bewijs als hij de conclusie al kent?

Meer flauwekul

Uiteraard hebben de Israëlische archeologen niet als enigen een abonnement op het hypen van vondsten. We vernamen onlangs dat Houten het Pompeii van Utrecht is. Oké, de auteur van dat berichtje is columnist, dus een stukjesbakker die zijn onverschilligheid voor de stof toont door clichégebruik.

En dat kan de archeologie dus niet meer gebruiken. Er zijn al genoeg mensen afgehaakt door de hijgerige hypes die voor archeologische voorlichting doorgaan. De vondst in kwestie, bilzekruid bewaard in een uitgehold botje, is aardig genoeg en verdiende betere publiciteit. Minder zekerheid, meer twijfel, minder vondsten, meer hypothese-toetsing: dat is hoe je mensen brengt in een staat van vertrouwdheid met het wetenschappelijk proces.

Leuke faits divers

De chronologie van Griekenland in de IJzertijd is om een veelvoud aan redenen wat minder duidelijk dan we zouden willen. Ik blogde er al eens over. Hier is een volgende bijdrage: een reeks herdateringen, gebaseerd op koolstofdateringen van vondsten op het eiland Andros. Er zijn diverse problemen. Primo, de vondsten zijn verbrand – nooit ideaal bij een koolstofdatering – en lijken niet uit een geheel gesloten context te komen. Secondo, er zijn koolstofdateringen die op een meer traditionele chronologie duiden. Terzo, als dit zou kloppen (en dat kan), betekent het dat er nogal wat gepropt moet worden tussen het steeds beter gedateerde einde van de Bronstijd en de steeds beter bekende invoering van het ijzer.

Het kan zeker, maar het is lastig. Eigenlijk hebben we gewoon goede jaarringdateringen nodig en die zullen er nog wel komen. Tot het zover is, is dit een voorbeeld van een archeologisch vraagstuk dat je kunt gebruiken om te tonen wat archeologie nu eigenlijk is: een puzzel.

Want weet je: oudheidkunde is een wetenschap en zo kan het ook het beste in het nieuws komen. Zo doet men onderzoek naar de oude manuscripten uit het Catharinaklooster in Egypte. Die zijn allang bekend en uitgegeven – ik blogde al eens over – maar nu kijken ze met allerlei soorten licht naar palimpsesten: teksten die zijn weggeschraapt om het perkament voor een tweede keer als schrijfmateriaal te gebruiken. En daarbij is nu een tekst ontdekt over de jeugd van de god Dionysos. Het lijkt een beetje op het wonderlijke werk van Nonnos. Desondanks een mooi voorbeeld van wat we niet weten, waarover we het hoofd mogen breken en waarvan we weten dat we niet voldoende weten.

Nog meer leuke faits divers

Ik rond nog even af met twee leuke faits divers. Eén, u moet eens kijken op Taaldacht, de blog van Olivier van Renswoude. Hij weet alles over de Germaanse talen en benut die kennis om uitspraken te doen over de Oudheid. Interessant dus, en ook geschreven in een hoogst eigen jargon. Bij gebrek aan ander woord zou ik het “germaniserend” noemen. Van Renswoude biedt bijvoorbeeld geen “bouquet” mooie observaties, zelfs geen “boeket”, maar een “tuil”. Het toont echter ook hoe flexibel buigzaam en rijk het Nederlands is. Onze taal is ons voornaamste antieke erfgoed, dus ga eens een kijkje nemen.

En tot slot een boek dat uw belangstelling kan hebben: Archaeology of the Roman Conquest van Manuel Fernández-Götz en Nico Roymans. De blurb rept van “recent advances in conflict archaeology research” die “our knowledge of Rome’s military campaigns in Western and Central Europe” revolutionair vernieuwen. En dat is dus simpelweg wél waar: er zijn zoveel data bij gekomen dat conflictarcheologen echt heel nieuwe perspectieven kunnen openen op bijvoorbeeld Caesars oorlog in Gallië, de Cantabrische Oorlog van Augustus, de campagnes van Drusus en Tiberius in de Alpen, de Germaanse oorlogen en de verovering van Britannia. En u kunt het boek gewoon downloaden.

Ondanks de sterke schijn van het tegendeel is archeologie, zo hoop ik met deze aflevering uit de onregelmatig verschijnende rubriek Faits Divers te hebben getoond, een wetenschap die gewoon zonder hype kan worden gebracht – het is immers interessant en dat is voldoende. Of althans, het tonen van de puzzel is een duurzamere manier om aandacht voor de Oudheid te vragen dan de al heel lang als vervelend ervaren hypes over Filistijnse moedergodinnen of het Pompeii van Utrecht.

Deel dit:

6 gedachtes over “Faits divers (13)

  1. Frans Buijs

    Met dat stukje van Jerry Goossens in het AD viel het eigenlijk best mee. Hij nuanceert de mogelijkheid dat de Romeinen geestverruimende middelen gebruikten. En hij sluit af met de opmerking dat bij de archeologie alle kleine puzzelstukjes belangrijk zijn. Prima toch?
    Over het gebruik van geestverruimende middelen in de oudheid valt volgens mij trouwens genoeg te vertellen.

    1. Karel van Nimwegen

      Maar het “Pompeii van Utrecht”… hoeveel mensen lezen verder? Dát is het probleem.

      In het museum waar ik werk, vermijden we dit soort clichés omdat je weet dat je mensen afstoot. Het woord ‘oudheid’ is al erg genoeg.

    2. Wat Karel zegt: het gaat om het clichégebruik. Het beste artikel blijft er ongelezen door. Je jaagt er mensen mee weg. Lees je verder in de krant als de minister van Buitenlandse Zaken weer eens “bezorgd” is over de situatie in dit of dat buitenland?

    1. FrankB

      Dit voorstel steun ik. Het is wel een beetje jammer voor de zeer zeldzame uitzonderingen.

Reacties zijn gesloten.