De Maronitische Wereldkroniek (1) Inleiding

Sint-Maron

Dit is het eerste van tien blogjes over de onlangs ontdekte Maronitische Wereldkroniek. Ik zal daarin een becommentarieerde vertaling geven van het interessantste deel. En ik zeg meteen: die vertaling heeft geen enkele pretentie. Daarover straks meer. Maar eerst: wat is de Maronitische Wereldkroniek?

Het belang

Zoals de naam al aangeeft, is het een overzicht van de geschiedenis van de wereld, die volgens de samensteller al ruim zes millennia oud was. Het eerste deel is voor ons niet bijster interessant: het is vooral een overzicht van de bijbelse geschiedenis, dat we uit andere bronnen beter kennen. (Geestig is het synchronisme van de krachtpatsers Simson en Herakles.) Na de tijd van de twee koninkrijken en de Babylonische Ballingschap lezen we over Alexander de Grote en het hellenisme. De auteur schrijft dat keizer Augustus koningin Kleopatra liet vermoorden, iets wat vermoedelijk waar is, maar niet staat in andere bronnen.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (1) Inleiding”

Faits divers (48)

Zomaar een foto van Tipasa

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers. Ik probeer altijd wat eenheid aan te brengen, wat soms lukt en soms niet, maar dit keer zijn de faits divers echt heel divers.

Egypte in Leiden

Eerst wat nieuws uit eigen land, namelijk uit ons eigen Leidse Rijksmuseum van Oudheden: de mooie expositie over het ontdekken van het oude Egypte is tot 3 mei verlengd. “Wegens succes geprolongeerd”, heet zoiets, en de tentoonstelling is inderdaad heel goed bezocht, zonder dat het onprettig druk is. Gaat dat zien dus.

Lees verder “Faits divers (48)”

De Codex Sinaiticus

Het einde van het Evangelie van Johannes in de Codex Sinaiticus (© Wikimedia Commons)

Iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt, al is het nog zo oppervlakkig, weet dat we vrijwel geen boeken hebben uit die tijd. De antieke literatuur is grotendeels overgeleverd in de vorm van middeleeuwse kopieën van kopieën van kopieën. Al in de zestiende eeuw hadden geleerden in de gaten dat zo’n 80% van de manuscripten dateerde van na 800 na Chr. Dat is verre van ideaal. Weliswaar zijn er papyri, die wel komen uit de Oudheid, maar die hebben slechts zelden de lengte van een volledig werk.

Het is zoals het is, maar je zou zo graag echt oude boeken willen hebben. En dat geldt zeker voor de Bijbel, die nou eenmaal normatief is voor joden en christenen. Voor gelovige mensen was de onduidelijke tekstoverlevering zo nu en dan problematisch. Zo zijn er manuscripten met en zonder het zinnetje dat er drie zijn “die getuigen in de hemel: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.noot 1 Johannes 5.7-8. Dit zogeheten Comma Johanneum heeft nogal wat theologische implicaties.

Lees verder “De Codex Sinaiticus”

Faits divers (13)

De uitbarsting van de Hoge Vuursche, die Houten veranderde in het Pompeii van Utrecht

In de reeks faits divers deze keer: eerst de flauwekul en daarna de leuke dingen.

Flauwekul

Het begint in deze onregelmatig verschijnende rubriek een traditie te worden: uitleggen wat er afgelopen week niet klopte in de archeologie van Israël. Het gaat over de opgraving van Gath, waar de Filistijnen, zo lezen we, … nou ja, leest u verder. Het enige nieuws is dat het botanisch materiaal is geïnventariseerd. Gewoon, wetenschappelijk werk. Niks bijzonders. Sommige planten blijken hallucinerend te werken en – presto – dat is religieus. Volgens deze redenering zouden de bewoners van elke Nederlandse of Belgische boerderij waar alruin, doornappel of bilzekruid wordt gevonden, dus eveneens hallucinerend door het leven gaan.

En omdat archeologen ook hallucinatie-opwekkende planten hebben opgegraven in Griekenland, moeten de Filistijnen dus Griekse goden hebben aanbeden. En dat moet wel een moedergodin zijn, die de onderzoekers meteen maar gelijkstellen aan Hera, Artemis, Demeter en Asklepios. Ik ben niet op de hoogte van werkelijke aanwijzingen dat de Mykeense Grieken een moedergodin aanbaden, maar waarom zou een wetenschapper nadenken over bewijs als hij de conclusie al kent?

Lees verder “Faits divers (13)”

De palimpsesten van het Catharinaklooster

Het Catharinaklooster

Onder aan de voet van de Sinaïberg ligt al eeuwenlang het Catharinaklooster. Volgens de overlevering ligt het bij de plek van het Brandende Braambos. In 337 na Chr. zou keizerin Helena, de moeder van Constantijn de Grote, er een kapel hebben laten bouwen. Later, in de zesde eeuw, liet de Byzantijnse keizer Justinianus rond de kapel een versterkt klooster aanleggen. Dat bestaat nog en heeft zijn naam te danken aan de heilige Catharina van Alexandrië.

Catharina

Volgens een losjes op de historische Hypatia geïnspireerde legende was Catharina de dochter van de gouverneur van Alexandrië en was keizer Maxentius verliefd op haar. Ze sloeg hem af, omdat ze had beloofd maagd te zullen blijven. Maxentius liet het er niet bij zitten en stuurde veertig filosofen op haar af om haar ervan te overtuigen haar geloof af te zweren. Het tegendeel gebeurde. Katharina, die al op haar vijftiende Plato uit haar hoofd kende, bekeerde de filosofen.

Lees verder “De palimpsesten van het Catharinaklooster”

Palimpsesten en verkoolde boekrollen

Fragmenten van de Derveni-papyrus (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een oudheidkundige beschikt over ruwweg drie soorten data: teksten, archeologische vondsten en etnografische vergelijkingen. Je kunt het DNA daar als vierde aan toevoegen en er is informatie die in beide groepen valt – een opgegraven inscriptie, papyrus, munt of kleitablet is zowel tekst als vondst – maar dit is het wel zo ongeveer. Sommige databestanden groeien snel, zoals de verzameling archeologische vondsten; andere groeien wat langzamer, zoals het aantal kleitabletten; en weer andere data-categorieën zijn stabiel. Er zit althans nauwelijks groei in het aantal Griekse en Latijnse literaire teksten.

Maar toch, er zijn palimpsesten: stukken perkament waar de oorspronkelijke tekst van is afgeschraapt om het opnieuw te kunnen beschrijven, zodat er onder een goed leesbare tekst nog een oudere, minder goed leesbare tekst zit. De beroemdste recente palimpsest is de Archimedes-codex: een dertiende-eeuws gebedsboek, geschreven op bladzijden waarop twee onbekende traktaten van de Griekse geleerde Archimedes te lezen waren.

Lees verder “Palimpsesten en verkoolde boekrollen”

Manuscriptenjacht

Het Catharinaklooster in de late negentiende eeuw op een schilderij van Adolf von Meckel (Museum voor Schone Kunsten, Gent)

Ik heb onlangs geblogd over het belang dat oude handschriften hebben voor oudheidkundigen: ze kunnen, door te kijken naar de schrijffouten in de manuscripten, vaststellen welke met elkaar verwant zijn, en zo een stamboom opstellen waarmee is vast te stellen hoe een verloren gegane tekst eruit moet hebben gezien. De alleroudste handschriften zijn niet per se de belangrijkste, maar ze hebben wel een voordeel. Boeken slijten immers en de inhoud moet daarom op gezette tijden worden gekopieerd, waarbij fouten kunnen worden gemaakt. Hoe kleiner het aantal keren dat de tekst is overgeschreven, hoe geringer de kans op fouten, en daarom is de ouderdom van een manuscript niet zonder belang.

Manuscripten, manuscripten

Het Nieuwe Testament, geschreven in het Grieks, is overgeleverd in talloze manuscripten. Het inlegvel in de alweer wat oudere editie die ik hier thuis heb staan (voor de insiders: een Nestle-Aland 25), noemt alleen al voor de evangeliën drieënvijftig niet-elimineerbare handschriften, dat wil zeggen manuscripten die niet van een bekend ouder handschrift zijn overgeschreven. Ze worden alle aangeduid met codes, maar één ervan heeft een speciale aanduiding: א, de Hebreeuwse letter A. Dit is de Codex Sinaiticus, die in 1859 door Konstantin von Tischendorf is ontdekt in het Katherinaklooster aan de voet van de berg Sinai.

Lees verder “Manuscriptenjacht”