Vandaag blogje numero 7500, en ik wijd het aan een van de grote vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis: Veleda. De enige keer dat ik iets zag dat in de verte leek op een standbeeld, was een reliëf in Regensburg, in het Walhalla. Maar misschien moeten we daar eens verandering in gaan brengen.
Om te beginnen: Veleda was (althans volgens de Romeinse auteur Publius Cornelius Tacitus) een van de belangrijkste personages uit de Bataafse Opstand, namelijk de profetes die de diverse Germaanse groepen het vertrouwen gaf voor de strijd tegen Rome. Zelf behoorde ze tot de Bructeren, die leefden van de Achterhoek tot aan de Lippe in Duitsland.
[Dit is het laatste van zes blogjes over de oude Germanen. Het eerste was hier.]
Er zijn nog twee met elkaar verwante onderwerpen die ik ter afronding van deze reeks blogjes wil bespreken: de Germaanse religie en de “archaic survivals”. Over het eerste weten we te weinig en dus roepen wetenschappers het tweede in, maar ook daarmee zijn problemen. En om het helemaal complex te maken zijn er allerlei versteende theorieën die inmiddels niet meer als hypothese worden herkend en gelden als feit. Zo werd ooit gedacht dat alle religie was ontstaan als de verering van natuurkrachten, hoewel dat ten dele christelijke polemiek is (“alleen het monotheïsme is een zuivere religie, de heidenen vereerden valse goden zoals natuurverschijnselen”). De notie blijft echter terugkomen, en niet alleen in de germanistiek.
Ter zake nu. Wat weten we wel? Ik denk het volgende.
[Derde deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]
Museum Dorestad
De bezoeker zal eerst naar de bovenverdieping klimmen, waar de eerste zaal is gewijd aan de voorgeschiedenis. Naar mijn smaak had daar iets meer aandacht mogen zijn voor de IJzertijd, want de naam “Dorestad” is Keltisch – duron betekent zoiets als versterking. Het museum begint nu met de Romeinse aanwezigheid bij de splitsing van Rijn en Lek.
De tweede zaal is ingericht als schip. De bezoeker kan meevaren en een film zien over een historische gebeurtenis: een mevrouw Katla heeft ooit van haar moeder opdracht gekregen om aalmoezen te gaan verdelen in Dorestad, en we weten dat ze een lange zeereis heeft gemaakt om daar te komen. Het filmpje toont hoe die reis gegaan kan zijn, hoe Dorestad eruit zag, welke handel er plaatsvond (zoals in slaven) en hoe men er ook feest kon vieren. Heel slim heeft het museum ervoor gekozen er een tekenfilm van te maken; met de computer gegenereerde beelden ogen realistischer, maar ze verouderen snel. Het Katla-filmpje kan nog wel even mee.
Hercules Magusanus geldt als een van de belangrijkste goden van de Bataven. Dat zegt althans iedereen, maar er zijn haken en ogen. Dat iets goed is gedocumenteerd, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat het belangrijk was. Maar na deze en nog wat andere kentheoretische slagen om de arm, moeten we maar denken dat Hercules Magusanus een belangrijke Bataafse godheid is geweest.
Hercules Magusanus
Toen ik u in december uitnodigde voor de oudejaarsvragen, kreeg ik voor het eerst de vraag voorgelegd waar Magusa lag. De normale lezing van “Hercules Magusanus” is immers dat het de halfgod Hercules was, zoals die werd vereerd met de rituelen van Magusa. De vraag verbaasde me omdat ik niet beter wist dan dat Hercules Magusanus een zogeheten syncretisme was: twee goden die aan elkaar werden gelijkgesteld, zoals Apollo Grannus en Mars Lenus. Dat ik niet beter wist, betekent natuurlijk niet dat Hercules Magusanus ook werkelijk een syncretisme was. Er zijn volop goden die een plaatsnaam hebben als bijnaam. Zo is Hercules Deusoniensis de Hercules van Deuso. Kortom, het was een goede vraag.
Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee stukjes waarmee je de Oudheid wel in het nieuws wil hebben en twee stukjes hoe het niet moet. Eerst het slechte en dan het goede nieuws.
***
Nikolaas van Myra
Op 6 december was het een kleine 1700 jaar geleden dat Nikolaas, bisschop van Myra ontsliep. En omdat over de hele wereld mensen de heilige vereren, is dat voor archeologen in Demre, zoals Myra nu heet, een buitenkans om naar publiciteit en fondsen te hengelen. Zo komt het dat er elk jaar wel een vondst wordt gemeld die zou bewijzen dat Nikolaas’ gebeente nog in Myra rust (en niet in 1087 is overgebracht naar Bari). Zo toont het museum in Antalya botfragmenten, hadden we een paar jaar geleden deze holle claim, die daarna werd herhaald, en was er nu deze flauwekul.
De uitbarsting van de Hoge Vuursche, die Houten veranderde in het Pompeii van Utrecht
In de reeks faits divers deze keer: eerst de flauwekul en daarna de leuke dingen.
Flauwekul
Het begint in deze onregelmatig verschijnende rubriek een traditie te worden: uitleggen wat er afgelopen week niet klopte in de archeologie van Israël. Het gaat over de opgraving van Gath, waar de Filistijnen, zo lezen we, … nou ja, leest u verder. Het enige nieuws is dat het botanisch materiaal is geïnventariseerd. Gewoon, wetenschappelijk werk. Niks bijzonders. Sommige planten blijken hallucinerend te werken en – presto – dat is religieus. Volgens deze redenering zouden de bewoners van elke Nederlandse of Belgische boerderij waar alruin, doornappel of bilzekruid wordt gevonden, dus eveneens hallucinerend door het leven gaan.
En omdat archeologen ook hallucinatie-opwekkende planten hebben opgegraven in Griekenland, moeten de Filistijnen dus Griekse goden hebben aanbeden. En dat moet wel een moedergodin zijn, die de onderzoekers meteen maar gelijkstellen aan Hera, Artemis, Demeter en Asklepios. Ik ben niet op de hoogte van werkelijke aanwijzingen dat de Mykeense Grieken een moedergodin aanbaden, maar waarom zou een wetenschapper nadenken over bewijs als hij de conclusie al kent?
Greep van een mes in de vorm van een wagenmenner (Eenum; Gronings Museum, Groningen)
Ik heb weleens vaker geblogd (één, twee) over de beschrijving die de Romeinse auteur Plinius de Oudere gaf van de mensen die woonden op de kunstmatige heuvels langs de Waddenzee. De terpen of wierden verbaasden hem. Hoorde het gebied, onderworpen aan eb en vloed, nu bij het land of bij de zee? Wat waren dat van mensen, die de vrijheid zo lief hadden dat ze zich hadden teruggetrokken in armzalige boerderijen op die heuvels? Waren ze nu niet feitelijk, zo impliceerde hij, de gevangenen van een onbewoonbaar gebied?
Dat viel wel mee. Archeologen hebben het beeld van een armzalig en meelijwekkend volk sterk genuanceerd. Er was zelfs ruimte voor een vorm van politiek leven, gegeven het feit dat er in het noordelijke kustlandschap minimaal vier stamverbanden zijn aan te wijzen. Meestal houden we het erop dat twee groepen Friezen woonden aan weerszijden van de Vlie, dus in het huidige Noord-Holland en Fryslân. Wat oostelijker zouden dan twee groepen Chauken hebben gewoond, gescheiden door de Dollard, in wat nu Groningen en Ostfriesland is. Deze reconstructie is, zoals alle reconstructies van de antieke topografie, minder zeker dan men wel aanneemt, maar we zullen het ermee doen. Ik ga het hebben over de Groningse Chauken.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.