Faits divers (29): ontdekkingen

Decius (Capitolijnse Musea, Rome)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer zomaar wat oudheidkundige ontdekkingen.

***

Wapenoffer

Eerst maar eens een gewone ontdekking: een Germaanse wapenvondst bij Hedensted, dat u aan de oostkant van Jutland moet zoeken, iets ten noordwesten van Funen. De Germanen hadden in de eerste eeuwen van onze jaartelling de gewoonte zo nu en dan enorme aantallen militaire objecten in moerassen te werpen. Ze zijn vooral bekend uit Denemarken en het zuiden van Zweden. Archeologen nemen aan dat het krijgsbuit was, omdat ook de menselijke resten weleens worden gevonden. Bij de depositie die bij Hedensted is gevonden, behoort een kostbaar pantserhemd.

Lees verder “Faits divers (29): ontdekkingen”

Heliogabalus (7): henotheïsme

Heliogabalus (privé-collectie)

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]

Tempelprostitutie, (zelf)castratie, dierentuinen en (heel misschien) mensenoffers behoorden tot de Syrische cultus van Elagabal. Het is aannemelijk dat de auteurs van onze geschreven bronnen deze praktijken verkeerd hebben begrepen en benutten om de keizer gruwelijker te presenteren dan hij was. Desondanks resteert de vraag hoe Heliogabalus’ daden passen in de cultus in het algemeen. Tempelprostitutie en castratie waren aspecten van de cultus van specifieke godinnen – wat was hun relatie tot Elagabal, wat was het grote geheel?

Er is wel aangenomen dat er in de derde eeuw een tendens naar monotheïsme bestond. Zo’n tendens valt ook in de religieuze hervormingen van Heliogabalus te ontwaren. Het is zelfs mogelijk te denken dat de cultus van Elagabal later, via de zonnecultus van keizer Aurelianus en Constantijn de Grote, de weg bereidde naar het christendom. Dat wil niet zeggen dat Heliogabalus de architect van het monotheïsme was. In Emesa werden ook andere goden aanbeden en, zoals we hebben gezien, negeerde Heliogabalus die niet. Het is niet zo dat de keizer alle andere goden wilde vernietigen om alleen zijn eigen god te vereren.

Lees verder “Heliogabalus (7): henotheïsme”

Heliogabalus (4): ondergang

Heliogabalus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

[Dit is het vierde van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]

Matiging

Hoewel de bronnen, zoals gezegd, geen goede chronologie bieden, hebben we een beeld van de laatste maanden van Heliogobalus’ bewind. Naarmate de tijd verstreek, radicaliseerde de keizer. Hij werd volwassen, begon zelf te regeren en begreep Rome niet. Zowel de bevolking als de soldaten ergerden zich, maar volgens Cassius Dio en Herodianos kwam de meeste kritiek van de elite.

Heliogobalus’ grootmoeder Julia Maesa vreesde dat de soldaten de heiligschennis en de curieuze verschijningen niet lang zouden verdragen. Ze haalde Heliogabalus er daarom toe over om zijn neef Alexianus, de zoon van Julia Mamaea, aan te wijzen als zijn opvolger (caesar). Het voorwendsel zou zijn geweest dat deze Heliogabalus kon helpen bij de staatszaken, terwijl hij zich kon wijdde aan religie en andere belangrijkere kwesties.

Lees verder “Heliogabalus (4): ondergang”

De EDCS: een databank voor inscripties

Een damnatio memoriae van Maximianus Thrax uit Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de “inscriptietoeter”. Daarmee waarschuwt hij me als hij op een opgraving een oud inschrift ziet. Die moet ik dan fotograferen. Ik moet inmiddels duizenden van die dingen hebben vastgelegd en die foto’s gaan dan naar de EDCS.

De EDCS is de digitale Epigraphik-Datenbank van oudheidkundige Manfred Clauss en de onlangs overleden IT-specialist Wolfgang Slaby. U vindt haar hier. Voor wie in inscripties is geïnteresseerd, is het een enorme verbetering. Vroeger moesten oudheidkundigen die een inscriptie wilden raadplegen, zich behelpen met het Corpus Inscriptionum Latinarum ofwel CIL. Dat was een boekenkast vol onhandelbaar logge, in wit kunstleer gebonden folianten, waarin alle bekende Latijnse inscripties stonden. Duizenden, tienduizenden. Soms met een tekeningetje erbij. Er zijn soortgelijke boekenreeksen voor het Grieks en de Semitische talen en voor kleine corpora als de Achaimenidische Koningsinscripties.

Lees verder “De EDCS: een databank voor inscripties”

Domitianus (40): Verzonnen informatie

Nerva (Getty-villa, Malibu)

De voorname senator Nerva volgde Domitianus in september 96 op. Een van zijn eerste maatregelen was het aanpassen van de gehate Fiscus Judaicus. In het volgende jaar – Tacitus was toen een van de consuls – wees de nieuwe vorst Trajanus aan als opvolger. Deze verbleef in de nog altijd zichtbare gouverneurswoning in Keulen toen hij begin 98 vernam dat Nerva was overleden en dat hij zodoende de macht had. Naar verluidt nam hij zijn zwaard, gaf het aan een van zijn lijfwachten, en zei dat die het vóór hem moest gebruiken zolang hij een goede keizer was, en tegen hem als hij een slechte keizer werd.

Nerva en Trajanus zetten Domitianus’ bouwbeleid voort. De pleinen die nu Forum van Nerva en Forum van Trajanus heten, zijn in feite ontworpen voor de vermoorde keizer. De expositie in Leiden, de catalogus en het PALMA-boek leggen het duidelijk uit. Trajanus inspecteerde de Rijngrens en voerde tegen de Daciërs en de Parthen de oorlogen die Domitianus had voorbereid. De voornaamste protegés van de vermoorde vorst, zoals Plinius de Jongere, zagen een pauze in hun carrière maar konden die na enige tijd weer voortzetten.

Lees verder “Domitianus (40): Verzonnen informatie”

Domitianus (30): Apotheose

De apotheose van Julia (Fitzwilliam Museum, Cambridge)

Het gebruik staat bekend als apotheose, vergoddelijking. Een Romeinse keizer met een natuurlijke opvolger – lees: een (geadopteerde) zoon – kreeg na zijn dood goddelijke eerbewijzen. Dit gebruik was na de dood van Caesar ontstaan en een Romeinse aanpassing van de hellenistische heersercultus. En die was op zijn beurt een aanpassing van de Egyptische verering van de koning, de god die de mensheid representeerde vis-à-vis de andere goden. Niet voor elke keizer was een apotheose weggelegd. Als een keizer moest wijken na een staatsgreep – lees: vermoord was – zou de Senaat de nagedachtenis officieel vervloeken. Dat heette een damnatio memoriae en zou het lot zijn van de in Leiden met een tentoonstelling herdachte keizer Domitianus (r.81-96).

Keizerinnen, prinsen en prinsessen konden ook weleens een vergoddelijking tegemoet zien. Het gebeurde met Flavia Julia. Nadat ze in de Tempel van de Familie Flavius (de familienaam van de dynastie) was bijgezet, kreeg ze eerbewijzen als Diva Julia Augusta. De munt hierboven voegt aan die titel toe dat ze de dochter was van de Divus Titus. Normaalgesproken ligt deze sestertius in het Fitzwilliam-museum in Cambridge, maar nu is hij op de Leidse expositie.

Lees verder “Domitianus (30): Apotheose”

Altaar in Rindern

Het altaar van Rindern (foto Paul van der Heijden)

Eerst even een misverstand uit de wereld helpen: het dorpje Rindern, even ten noorden van Kleef, is niet het Romeinse Arenacum. De namen lijken op elkaar, zeker, maar archeoloog Jan Verhagen heeft aannemelijk gemaakt dat de Romeinen met die naam Kleef bedoelden. (Op mijn website moet ik dit nog corrigeren.) De heridentificatie neemt niet weg dat Rindern in de Oudheid bewoond is geweest en dat het kleine museum Forum Arenacum heet.

Ik ben daar in 2009 met mijn zakenpartner langs gereden, op weg naar een echt buitenland dat ik me nu niet herinner. We wilden destijds ook het altaar in de kerk zien, want er is een beroemde Romeinse inscriptie, maar die dag was de kerk op slot. Afgelopen zaterdag hadden mijn vriendin en ik meer succes. Hier is de tekst op de ongeveer een kubieke meter grote steen, zoals die er momenteel uitziet (EDCS-11100795).

Marti Camulo
sacrum pro
salute Tiberii
Claudi Caesaris
[A]ug(usti) Germanici Imp(eratoris)
[c]ives Remi qui
[t]emplum constitu-
erunt

Lees verder “Altaar in Rindern”

Maximinus de Thraciër

Een damnatio memoriae van Maximianus Thrax uit Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de inscriptietoeter die afgaat als hij ergens op een opgraving een steen ziet waarop wat woorden staan geschreven. Ik stuiter er dan meteen op af om foto’s te maken. Later zal ik er dan een nummer aan toevoegen uit de EDCS, de Epigrafische Database van de Duitse oudheidkundigen Manfred Clauss en Wolfgang Slaby, en als daar nog geen foto’s in staan, dan stuur ik die op. Meer dan eens gaat het om materiaal dat nog niet is gedigitaliseerd of zelfs volkomen onbekend was.

In januari heb ik iets van vierhonderd foto’s gestuurd en dat is mede doordat ik op een regenachtige ochtend in Sétif heb staan fotograferen in twee met inscripties gedecoreerde parken, de Jardin Emir Abdelkader en de wat kleinere Jardin Rafaoui. Daar zat ook de bovenstaande foto bij van een inscriptie die kort voor 1920 moet zijn ontdekt in wat toen nog Saint-Arnaud heette en tegenwoordig El-Eulma heet. Zoals u ziet heeft iemand de tekst van die inscriptie doorgestreept. Een damnatio memoriae.

Lees verder “Maximinus de Thraciër”

Damnatio memoriae

Inscriptie ter herdenking van de Brits-Franse bezetting van Beiroet en Tripoli (Nahr al-Kalb)

Ik blogde al eens eerder over de Nahr al-Kalb, de “hondenrivier” vlak ten noorden van Beiroet, waar nogal wat legers inscripties hebben achtergelaten om te laten weten dat ze er waren geweest. Het was er voor de bezoeker al niet erg veilig door het verkeer en een deel van het betonnen pad is inmiddels getroffen door betonrot en afgesloten, maar het is nog steeds leuk om te bekijken.

Een van de inscripties is de bovenstaande. In de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog rukte generaal Allenby vanuit Jeruzalem op naar het noorden, richting Damascus. Vlak voor hij daar aankwam, hadden de Arabieren die stad al ingenomen, zoals u misschien weet uit de speelfilm Lawrence of Arabia. Tijdens deze operatie bezetten het Eenentwintigste Britse Legercorps en het Franse detachement in Palestina en Syrië de havens van Beiroet en Tripoli. De inscriptie herdenkt een en ander.

Lees verder “Damnatio memoriae”

Damnatio memoriae

Moedwillig kapot geslagen beeld van Aquilia Severa (Nationaal Museum, Athene)

Een van de wonderlijke gewoontes uit de oude wereld is de verwijdering uit de openbare ruimte van namen en standbeelden van mensen die in ongenade waren gevallen. Soms met paradoxale gevolgen: we weten bijvoorbeeld veel over de Egyptische koning Echnaton omdat zijn opvolgers zijn monumenten lieten slopen en de stenen opnieuw gebruikten, waarbij de oorspronkelijke hiërogliefenteksten niet meer zichtbaar waren. Ze waren eeuwenlang beschermd tegen de wind, zodat we ze uitstekend kunnen lezen. Ik zat eerder deze week te kijken naar een piekfijn bewaard portret van de Romeinse prinses Julia, die in ongenade was gevallen. Iemand heeft haar hoofd van een standbeeld gehakt en begraven – en ervoor gezorgd dat een vrouw die vergeten moest worden, na vele eeuwen juist heel herkenbaar is.

Waarom de oude volken dit deden? Wellicht speelt een rol dat bij veel halfgeletterde volken – en de overgrote meerderheid van de mensheid in de Oudheid was analfabeet – aan teksten een bepaalde magische betekenis wordt toegekend. Vernietig iemands portret of kras zijn naam weg, en je maakt hem machteloos. Los daarvan moet het een manier zijn om je af te reageren:

Lees verder “Damnatio memoriae”