
Het verhaal van Champollions ontcijfering van de hiëroglyfen is vaak genoeg verteld. Ik heb er lang geleden weleens een filmpje over gemaakt. Hoe een codebreker uit de Tweede Wereldoorlog, Michael Ventris, erin slaagde het Lineair-B te lezen, heb ik ook weleens aangestipt. Dat is eveneens een bekend verhaal. Over de ontcijfering van het spijkerschrift hebben we het op deze blog echter nooit gehad, terwijl dat een leuke puzzel is geweest.
Spijkerschriften
Maar eerst even dit. Er zijn verschillende soorten spijkerschrift. Het voornaamste is het Babylonische, dat ook door de Assyriërs werd gebruikt. Het is afgeleid van het Sumerische spijkerschrift. Verder hadden de Elamieten een eigen spijkerschrift, en toen de Perzen eenmaal in het Nabije Oosten de macht hadden, voelden ze zich aan hun stand verplicht ook een eigen schrift te hebben. Dat gebruikten ze in hun koninklijke inscripties, vaak in combinatie met andere schriftsoorten – kijk maar hier.
De feitelijke ontcijfering is gedaan door Henry Rawlinson, die daartoe de Behistun-inscriptie bestudeerde. Die is niet alleen Perzisch, maar ook Babylonisch en Elamitisch, en vertelt een verhaal dat we ook kennen van de Griekse onderzoeker Herodotos. In 1835 “brak” Rawlinson de code van het Perzisch, waarbij het hielp dat het weinig tekens zijn. Ook zijn vormen van het oude Perzisch bekend uit de antieke religieuze literatuur. In 1857 gold ook het Babylonische spijkerschrift als ontcijferd. Dat was complexer, maar de deskundigen wisten inmiddels precies wat er in de Behistun-inscriptie stond en de Babylonische taal, het Akkadisch, behoort tot de Semitische taalfamilie. De “codes” van het Sumerisch en Elamitisch zijn nog later gebroken.
Maar Rawlinson was niet de eerste die erin slaagde tekens van het Perzische spijkerschrift te lezen. Die eer komt toe aan Georg Friedrich Grotefend (1775-1853), die rond 1800 werkzaam was aan een gymnasium in Göttingen. Hij beschikte over de tekeningen van de Hollandse ontdekkingsreiziger Cornelis de Bruijn en diens Duitse collega Carsten Niebuhr, die Persepolis hadden bezocht en kopieën hadden gemaakt van de inscripties.
Ontcijfering
Het gaat om de inscriptie hierboven, die bekendstaat als DPa, wat wil zeggen dat het de eerste (a) inscriptie is uit Persepolis (P) van Darius I de Grote (D). Ze is enkele keren aangebracht op een pijler in diens paleis. Hier is een iets leesbaarder weergave:

Als u deze en andere inscripties vergelijkt, zal het u opvallen dat er maar vierenveertig tekens zijn, waarvan we inmiddels weten dat het zesendertig letters zijn en acht begrippen. Het is dus een alfabet en dan is het logisch aan te nemen dat de \ een spatie is. Het viel Grotefend bovendien op dat een bepaalde reeks tekens werd herhaald. Die is hier aangegeven in rood.

Grotefends gelukkige ingeving was: als dit in een paleis is gevonden, zal dit wel het woord zijn voor koning. In het huidige Perzisch is dat šah, in het Oud-Perzisch iets als xšathra. Grotefend redeneerde dat de eerste twee tekens dus wel /x/ en /š/ zouden zijn en het derde een /a/.

Verder redeneerde hij dat de vorm die ik twee plaatjes terug in het groen heb weergegeven, weleens de tweede naamval meervoud kon zijn: “koning der koningen”. Het interessante is dat die meervoudsuitgang in de volgende regel wordt herhaald.

Omdat veel Indo-Europese talen de tweede naamval meervoud iets is dat eindigt op -num, gokte Grotefend dat hij nu ook de /n/ en de /m/ te pakken had. Hij had opnieuw geluk.

De volgende gelukkige gok was dat het eerste woord op de tweede regel wel “groot” zou betekenen, berez in de aan Grotefend bekende vorm van het Oud-Perzisch. De formule “NN, de grote koning, koning der koningen, koning van iets-in-meervoud” is niet zó heel gek. Zo kreeg Grotefend weer enkele tekens te pakken, al lezen we die tegenwoordig iets anders.
da-a–ra-ya-va-u-ša \ xa–ša–a-ya-tha-i-ya \
va–za–ra–ka \ xa–ša–a-ya-tha-i-ya \ xa–ša–a–
ya-tha-i-ya-a–na–a–ma \ xa–ša–a-ya-tha-i-ya \
da-ha-ya-u-na–a–ma \ vi-i-ša-ta-a-sa-pa-ha-ya-
a \ pa-u-ça \ ha-xa–a–ma–na-i-ša-i-ya \ ha-
ya \ i-ma–ma \ ta-ça-ra–ma \ a-ku-u-na-u-ša
Nu had Grotefend voldoende informatie. Het was nauwelijks een gok meer dat het eerste woord “Darius” moest zijn.
da–a–ra–ya–va–u–ša \ xa–ša–a–ya-tha-i-ya \
va–za–ra–ka \ xa–ša–a–ya-tha-i-ya \ xa–ša–a–
ya-tha-i-ya–a–na–a–ma \ xa–ša–a–ya-tha-i-ya \
da-ha-ya–u–na–a–ma \ vi-i-ša-ta-a-sa-pa-ha-ya–
a \ pa-u-ça \ ha-xa–a–ma–na-i-ša-i-ya \ ha-
ya \ i-ma–ma \ ta-ça-ra–ma \ a-ku-u-na-u–ša
Op dit punt liep hij echter vast. Hij wist dat er “Darius, de grote koning, koning der koningen, koning van …” stond. Wij lezen:
Darius, de koning
groot, koning der ko-
ningen, koning
der landen, Hystaspe-
s’ zoon, een Achaimenide, die
dit paleis bouwde.
Publicatie
Toen Grotefend zijn letters had gevonden, probeerde hij het gepubliceerd te krijgen, maar hij kwam niet verder dan een krantenartikel. Dat trok echter voldoende aandacht in Duitse geleerde wereld. Later heeft hij nog enkele letters gevonden.
Rawlinson kende Grotefends werk niet, maar wist de “code” zelf te kraken doordat hij in de vierde en vijfde regel de woorden voor Hystaspes en Achaimenide herkende. Toen hij aankwam in Behistun, kon hij het Perzisch alfabet al beter lezer dan Grotefend ooit had gedaan. Met de enorme tekst van de inscriptie erbij, kon hij definitief resultaat boeken.

Algiers 1830
Eise Eisinga (2)
Positivisme
Een in totaal fascinerend verhaal dat ik zover het Henry Rawlinson betreft al sinds de lagere school ken. Dat zit zo. Als protestantse jongen las ik de Nederlandse Arend en daar werd het verhaal uit de doeken gedaan met een nadruk op avontuur. Kennelijk nooit vergeten.