
Aanstaande dinsdag is het 1700 jaar geleden dat in Nikaia, het huidige İznik in Turkije, een enorme vergadering begon van christelijke leiders: het Concilie van Nikaia. (Ook wel aangeduid als Nicea, maar ik wil niet invisibiliseren.) Onder toezicht van keizer Constantijn de Grote stelden de bisschoppen een formule vast waarmee ze de relatie tussen God de Vader en God de Zoon konden beschrijven; verder namen ze besluiten over de berekening van de paasdatum, de organisatie van de kerk en de levenswijze van de geestelijken.
Uit de baaierd aan christelijke vormen ontstond één christendom, dat nog steeds bestaat. De beslissingen zijn na al die eeuwen zó vanzelfsprekend, dat we niet langer herkennen hoe revolutionair ze ooit waren.
Innovaties
Het eerste punt is dat Constantijn alleen bepaalde leiders uitnodigde, namelijk bisschoppen die meenden dat wie Christus vereerde, niet ook andere goden mocht vereren. Dit exclusivisme was in de antieke wereld allerminst vanzelfsprekend en nog vér na het Concilie van Nikaia waren er volop christenen die ook naar synagogen of heidense tempels gingen. Volgens de conciliedeelnemers en de huidige kerken zouden dat geen christenen zijn, maar dat zagen zij zelf natuurlijk anders.
Een tweede revolutionaire innovatie was dat er voor de christenen maar één manier kon zijn om over het goddelijke te denken, de orthodoxe. Ook dit speelt nog altijd een rol in het christendom. Het onderscheid tussen de oosterse en westerse kerken gaat bijvoorbeeld terug op (na Nikaia geformuleerde) verschillende opvattingen over Christus.
Nikaia introduceerde ook de methode om de doctrine vast te stellen: door een vergadering. Alle bisschoppen waren officieel gelijk en in de zin dat ieders mening (althans officieel) het zwaarst woog, was de intellectuele discussie in Nikaia een democratie van experts. Als men het eens was, zo was de redenering, dan moest het zijn doordat de Heilige Geest de aanwezigen in de juiste richting leidde. (Zie het plaatje hierboven, waarin de Heilige Geest in de vorm van een duif neerdaalt.) Hiermee werd feitelijk gezegd dat niet alleen de heilige schrift, maar ook de consensus der bisschoppen geïnspireerd was en een bron van religieus gezag. Deze blog is niet de plek om uit te weiden over latere discussies over het leergezag, maar ik denk dat de aanwezigen in Nikaia vreemd zouden hebben opgekeken van het aforisme van paus Benedictus XVI dat waarheid niet democratisch wordt bepaald.
Een laatste innovatie uit 325 is inmiddels wat op de achtergrond geraakt, althans in Europa: dat de overheid een rol had bij het bepalen of handhaven van de christelijke rechtzinnigheid. Een Europese regeringsleider mag nu dan wel zeggen dat jeder mag nach seiner Façon selig werden, maar overheidsbetrokkenheid bij de orthodoxie is eeuwenlang een belangrijk aspect van de Europese cultuur geweest.
Kortom, in Nikaia ontstond het christendom zoals wij het kennen en het concilie heet met recht een belangrijke historische gebeurtenis. Bijzonder is bovendien dat we de invloed (vormende werking, agency…) van dit aspect van de antieke cultuur op onze cultuur kunnen onderbouwen met de relevante sociaalwetenschappelijke argumenten.
Was Nikaia wel zo innovatief?
Revoluties komen echter nooit zomaar. Niet alleen Constantijn, élke Romeinse magistraat voelde zich verantwoordelijk voor de goede relatie tussen zijn onderdanen en de goden (pax deorum). Dat dit zich vertaalde in orthodoxie, was slechts een beperkte innovatie. De relatie tussen God de Vader en God de Zoon oogt weliswaar als een nieuw, christelijk thema, maar feitelijk importeerden de theologen een oudere discussie over Plato’s Timaios – ik schreef er al eens over.
Ik noem ook de eed van trouw die keizer Decius in 249/250 eiste van al zijn onderdanen. Ze moesten verplicht offeren. Decius is de geschiedenis in gegaan als christenvervolger, maar de eed van trouw trof andere groepen even hard: denk aan pythagoreeërs, denk aan de groep rond het Corpus Hermeticum, denk aan neoplatonisten en denk aan anderen die moeite hadden met de antieke offerpraktijk. Het springende punt is dat Decius religie benutte om in een verdeeld imperium eenheid te scheppen. Een kwart eeuw later deed keizer Aurelianus hetzelfde door de verering van de zon voor te schrijven. Ook in dit opzicht bood Constantijn niets nieuws.
Keizer Diocletianus, die de verering van Jupiter en Hercules had benut om eenheid te scheppen, had andersdenkenden gewelddadig vervolgd: manicheeërs en christenen dus. En ook dit aspect is in Nikaia aanwezig. De betrouwbaarheid van de anekdote dat Nikolaas van Myra een opponent een klap zou hebben gegeven mag dan dubieus zijn, ze past bij het algemene karakter van de kerkvergadering. Er zijn namelijk meer anekdotes over verbaal en fysiek geweld. Constantijn stond niet boven intimidatie: de bisschoppen moesten eens lopen langs een erehaag van gardisten met getrokken zwaarden, en de keizer dwong de consensus over een compromisformule af met sancties.
Wat ik maar zeggen wil: Nikaia schiep een christendom, maar het was geen schepping uit het niets. Anderhalve eeuw geleden muntte Theodor Mommsen het aforisme dat vernieuwingen altijd tot uitdrukking worden gebracht middels bestaande vormen. Mommsens bekendste voorbeeld was het keizerschap van Augustus, dat weliswaar een revolutie was maar dat zich bediende van traditionele vormen. Hij zou ook het ontstaan van het christendom hebben kunnen noemen.
[morgen meer over het Concilie van Nikaia]
Zelfde tijdvak
Kunst uit Xinjiangaugustus 28, 2023
De Zijderoute: Alle wegen leiden naar Babelseptember 20, 2023
1700 jaar Nikaia (2): de gastenlijstmei 19, 2025

Dat “niet invisibiliseren” vind ik een beetje onzinnig. Als je namelijk Nicea schrijft, is het meteen duidelijk waar je het over hebt. Nu is het: Hè? Wat?”
Dat went snel genoeg. We zeggen ook geen Bombay of Peking meer en Batavia heet alweer een tijdje Jakarta.
Maar we zeggen wel sezar,en niet kaisar en we schrijven Caesar . En er zijn nog heel veel inwoners van Mumbay die denken dat ze in Bombay wonen.
Dat bedoel ik. Hier komen we nooit uit, dus ik zou voor de meest gangbare spelling kiezen.
Daar komen we dus niet uit.
In tegendeel. We kunnen niet blijven doen alsof Babyloniërs en Grieken alleen maar relevant zijn in zoverre ze Romeins waren. Spelling is een eerste manier om ze hun hun identiteit terug te geven. Zoals Jona in zijn blog schreef, zal het perfecte systeem nooit bestaan (Caesar, Jezus), maar we kunnen beginnen met erkennen dat er meer volken zijn geweest dan de Romeinen, en dat de Romeinen meertalig waren.
In alle kerkelijke teksten is het de Geloofsbelijdenis van Nicea.
Het zal vast wel dat de naam van de stad in 325 uitgesproken werd als Nikaia, maar om te weten waarover het gaat is Nicea in het Nederlands de gangbare term.
Ik heb als historicus niets met de kerk te maken hè. Ik hoef alleen maar te vertellen wat het geval is geweest en oorzaken te zoeken. En bij de presentatie wil ik er rekening mee houden dat niet iedere Romein Latijn sprak.
Er zijn heel veel Nederlandse vormen van namen van plaatsen, rivieren, bergen landen, die in het land waar ze zich bevinden anders heten, Het is echt onbegonnen werk die Nederlandse vormen te vervangen door de plaatselijke vorm. Ik zou er alleen aan beginnen als men er daar ter plaatse waarde aan hecht, zoals bij Côte d’Ivoire of Türkiye, maar verder gewoon blijven spreken van Florence, Moskou, Warschau, Lissabon, Tiber, Egypte enz enz
Natuurlijk heb je hier wel met de kerk te maken. De stad Nikaia is alleen bekend om de daar opgestelde geloofsbelijdenis, en die geloofsbelijdenis heet de geloofsbelijdenis van Nicea in het Nederlands. Voor alle andere gevallen mag je Nikaia schrijven, of Iznik voor mijn part, maar de synode aanduiden met een andere dan gangbare naam is verwarrend.
Turkije is gewoon Turkije voor ons. We gaan niet mee in Erdogan’s zoveelste neurose want dat is voor het Nederlands irrelevant. (‘Turkey’= kalkoen…Schande! Ontheiliging van de Turkse eer!)