Herodotos was geen historicus

Herodotos (Neues Museum, Berlijn)

Ergens in februari liet een oudheidkundige mailinglijst weten dat een classicus een online-lezing zou verzorgen over “Herodotus and the Invention of History”. Het was gratis, het was online en het was toegankelijk voor iedereen. De goede bedoelingen spatten er vanaf en ik wil er ook niet over mopperen. Daarom blog ik er pas nu over. Maar het is wel onzin.

Geschiedwetenschap

Kijk, het zit zo. Geschiedenis, d.w.z. het verklaren van gebeurtenissen uit het verleden, is een wetenschap. Net als chemie en astronomie. Maar wetenschappen komen niet kant-en-klaar uit de hemel vallen. Aan de astronomie ging het tastend zoeken vooraf van de astrologen en aan de chemie ging de alchimie vooraf. Pas in de Nieuwe Tijd zijn deze activiteiten van een proto-wetenschappelijk stadium overgegaan naar het wetenschappelijke stadium. Het springende punt is, zoals Rens Bod zo mooi heeft beschreven in Een wereld vol patronen, de reflectie op het proces waarmee we informatie zoeken.

Lees verder “Herodotos was geen historicus”

De Germanen (4) Meer geschiedenis

Germaans krijgersgraf (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje had ik een begin gemaakt met een geschiedenis van de Germanen, een geschiedenis die grotendeels een geschiedenis is die door Romeinse auteurs wordt verteld. Maar die vertelden niet altijd de hele waarheid. Eén factor die ze niet lijken te hebben herkend, is dat de Elbe-Germanen de andere groepen wat opduwden richting Rijn.

Romeinse controle

Je kunt ook zonder legers een land beheersen, en dat was Romes nieuwe beleid voor de regio tussen Rijn en Donau. Het is grappig dat er enerzijds een culturele discussie was over “de Germanen”, die konden worden gepresenteerd als nobele wilden en als degenen tegen wie een Romeinse man kon bewijzen wie ’ie was, terwijl het concrete beleid was gericht op samenwerking met losse stammen of volken – dus niet “de Germanen”, maar de Chamaven, de Bructeren of zo. Rome wees leiders aan, stamkrijgers dienden in de Romeinse legers, en er was handel. Publius Cornelius Tacitus zegt ergens tussen neus en lippen door dat de Germanen het meeste hielden van “de oude munten” en dus voldoende wisten om te herkennen dat de Romeinen met het zilvergehalte sjoemelden. De Germaanse kooplieden wisten heel goed wat ze deden.

Lees verder “De Germanen (4) Meer geschiedenis”

Het einde van de Oudheid

Toen Romulus Augustulus in 476 werd afgezet, was Julius Nepos nog steeds de officiële keizer van het West-Romeinse Rijk (Bodemuseum, Berlijn)

Het handboek van Luuk de Blois en Bert van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, eindigt met een beschouwing over het einde van de Oudheid. Die begint met de opmerking dat het een onmogelijke taak is het einde van het behandelde tijdperk te markeren. Elke periodisering, zo schrijven de auteurs, heeft immers iets onnatuurlijks. Ze geven ook aan dat het jaartal 500 na Chr. alleen maar de gewoonlijke keuze is, en behandelen dan diverse mogelijkheden.

Politiek en religie

Wie kijkt naar de politiek, kan kiezen voor het einde van het Romeinse Rijk, maar dan deugt 500 niet. In plaats daarvan zou je 1453 moeten kiezen, als Mehmet de Veroveraar de laatste Romeinse hoofdstad Constantinopel inneemt. Het einde van het West-Romeinse Rijk in 476 is ook al een rare keuze, schrijven de auteurs, want feitelijk stelde dat politiek al een tijdje niet meer zo veel voor, terwijl de ideologie van de ene wereldheerser nog bleef bestaan. Dus wat wilde het afzetten van Romulus Augustulus zeggen? De Arabische veroveringen in de zevende eeuw vormden volgens de schrijvers wél een belangrijke politieke breuk. Ze geven althans geen redenen waarom het belang van dit proces genuanceerd zou moeten worden. Ik denk: terecht.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”

De niet zo grote volksverhuizingen

De niet zo grote volksverhuizingen

Het landkaartje hierboven circuleert in allerlei varianten op het internet. Het is ook te vinden in allerlei boeken. Steeds opnieuw een akelig grote hoeveelheid pijlen, die allemaal staan voor een akelig grote hoeveelheid barbarenstammen die West-Europa bedreigen. Dat beeld is de akelige erfenis van het akelige negentiende-eeuwse idee, alleen nog verdedigd door de Leidse historicus Rutte, dat het West-Romeinse Rijk ten onder zou zijn gegaan ten gevolge van de Grote Volksverhuizingen.

Niemand gelooft dat nog. Daarvoor hebben serieuze historici, van Pirenne tot Meier, voldoende serieus onderzoek naar gedaan. Maar dit kaartje van de Grote Volksverhuizingen blijft maar terugkomen. Het heeft nu eenmaal het voordeel van de eenvoud. Het klopt echter voor geen meter. Voor geen centimeter zelfs.

Lees verder “De niet zo grote volksverhuizingen”

De literatuurlijst bij het handboek

Theodor Mommsen (Humboldt-Universität, Berlijn)

Ik heb nu al een paar keer geblogd over de handboekstof voor oudhistorici, maar hoorde dat de begeleidende werkcolleges niet overal meer bestaan. Ook hoorde ik dat het voorkomt dat docenten geen tijd toegewezen krijgen om zich voor te bereiden. Het tweede is nog erger dan het eerste. Een docent die is gespecialiseerd in, pakweg, de laat-Romeinse stad, moet zich inlezen als het gaat over, pakweg, het Macedonische koningschap of de Midden-Bronstijd. Krijgt zo’n docent die voorbereidingstijd niet, dan is er grote kans dat hij terugvalt op kennis uit zijn eigen handboekencollege. Dan verstrekt hij zijn studenten dus verouderde informatie. Dat is intens jammer, want veel geschiedenisstudenten specialiseren zich na hun eerste jaar in een ander tijdvak. Over de Oudheid hebben ze dan eigenlijk alleen verouderde informatie gekregen.

Goed academisch onderwijs – waarmee ik weinig van doen heb maar waar ik wel bezorgd over ben – veronderstelt een docent die breed overzicht heeft. Het veronderstelt bovendien werkcolleges om de stof te bespreken. Misschien dat het gebrek aan discussie nog valt te compenseren met een goed hoorcollege. Ik wil zelfs nog aannemen dat zo’n hoorcollege digitaal kan. Maar die docent, die moet wel zijn tijd krijgen om zich te voorbereiden.

Lees verder “De literatuurlijst bij het handboek”

Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen

De apostel Paulus. Byzantijns ivoorsnijwerk, gevonden in een Merovingische context (Teseum, Tongeren)

Nog een derde filmpje in mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: dit keer over Henri Pirenne, de grote Belgische historicus. Ik heb al eens eerder over zijn boek Mahomet et Charlemagne geschreven en het is niet zo zinvol dat te herhalen. U leest het hier maar.

Het filmpje duurt een kwartier. Langer dan ik wilde, maar het is dan ook een heel belangrijk boek. Niet om de eigenlijke these: dat de Late Oudheid, met de Merovingen als opvallendste dynastie, overging in de Vroege Middeleeuwen doordat de handel tussen het oostelijk en westelijk bekken van de Middellandse Zee tot stilstand kwam na de Arabische veroveringen. Zonder Mohammed geen Karel de Grote. Dát is weerlegd.

Lees verder “Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen”

Oorlogsslachtoffer

Oorlogsslachtoffer uit Regensburg-Harting (Staatssammlung für Antropologie und Paläoanatomie, München)

Afgezien van de Leidse historicus M. Rutte zijn er weinig historici die nog veel waarde hechten aan de achttiende-eeuwse theorie dat het Romeinse Rijk ten onder ging door Germaanse volksverhuizingen. Geleerden als Henri Pirenne hebben zó effectief aangetoond dat de Romeinse cultuur de migrerende Germanen assimileerde, dat is vergeten hoe vernieuwend hun inzicht ooit is geweest. Dat wil echter niet zeggen dat het allemaal peis en vree was aan de Rijn en de Donau.

Rond het midden van de derde eeuw werd de Romeinse wereld getroffen door een afschuwelijke ziekte, die momenteel wordt geïdentificeerd met een ebola-variant. Hyperbesmettelijk dus – en vooral gevaarlijk in het warme zuiden. Het staat vast dat de Mediterrane economie instortte en het staatsapparaat desintegreerde, terwijl aannemelijk is dat de legioenen onbetaald bleven. Germaanse stammen konden de grens oversteken en meteen doorlopen naar Catalonië. In deze context bezweek ook de Donau-grens en hoewel de Romeinen die grens herstelden – een beroemde inscriptie in Augsburg herdenkt de overwinning – was de schade immens.

Lees verder “Oorlogsslachtoffer”

Henri Pirenne

St.-Pietersnieuwstraat 132, Gent

Afgelopen zondag en maandag ben ik in Gent een paar keer langs het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 132 gewandeld waar de Belgische historicus Henri Pirenne (1862-1935) woonde, de auteur van Mahomet et Charlemagne. Het bleek een moderne bouwval. Zelfs geen gevelsteentje herinnerde aan de ooit beroemde bewoner, maar eigenlijk verbaasde dat me niet. Wie een écht belangrijk boek schrijft, zal zien dat zijn inzichten zó ingeburgerd raken dat niemand meer herkent dat je er anders over kunt denken, waarna degene die het heeft bedacht kan worden vergeten.

De vraag die Pirenne wilde beantwoorden, was waarom de Middeleeuwen zo’n ander karakter hadden dan de Oudheid. Er was een transitie geweest, zoveel was duidelijk. In het Romeinse Rijk was er interregionale handel, bloeiden de steden, betaalden de mensen met munten, beloonde de overheid zijn functionarissen in geld; in de Middeleeuwen was de handel beperkter, waren de steden kleiner, ruilde men producten en compenseerde de vorst zijn graven en hertogen door ze land in leen te geven. Wat was er gebeurd?

Lees verder “Henri Pirenne”

Tussen Oudheid en Middeleeuwen

Vier “Domburg-fibulae” uit de overgangstijd van Oudheid naar Middeleeuwen (Museum Dorestad, Wijk bij Duurstede)

Het leek ooit zo gemakkelijk, het verdelen van de geschiedenis. Eerst was er de Oudheid; dan kwamen de Middeleeuwen; en in de Renaissance begon dan de geschiedenis van onze eigen westerse cultuur. Maar het bleef niet zo gemakkelijk. In de negentiende eeuw verdubbelde de Oudheid in lengte en breidde het tijdvak zich uit naar Egypte en het Midden-Oosten, terwijl in de twintigste eeuw steeds duidelijker werd dat de cesuur tussen het Laat-Romeinse Rijk en de duistere Middeleeuwen niet was wat ze zou moeten zijn.

Ik herinner me met hoeveel plezier ik tijdens mijn studie Mahomet et Charlemagne (1937) heb gelezen, het boek waarin de Belgische historicus Henri Pirenne bewees dat de “barbaren” heel snel door de Romeinse beschaving waren geassimileerd. Een mijlpaal in de geschiedschrijving, en als er tegenwoordig wat lacherig over dit boek wordt gedaan, is het omdat Pirenne tevens suggereerde dat de echte breuk de opkomst van de islam was geweest, die het Middellandse Zee-gebied in tweeën zou hebben gebroken en een obstakel vormde voor interregionale handel. Einde van de handel, einde van de steden, einde van de gemonetariseerde belastingen, einde van de scholen, einde van de klassieke beschaving. Pirenne schreef dit voordat archeologen bewezen dat de economische instorting in feite voorafging aan de Arabische expansie, maar zelfs waar hij zich vergiste, toonde Pirenne de weg vooruit: de overgang van de Oudheid naar de Europese Middeleeuwen moet niet geïsoleerd worden behandeld, maar samen met de opkomst van de islam.

Lees verder “Tussen Oudheid en Middeleeuwen”