Het Forum Romanum

Het Forum Romanum, gezien vanaf de Palatijn

Ik ken maar weinig plaatsen waar zoveel lieux de mémoire bij elkaar zijn te vinden als op het Forum Romanum: het centrale plein van de stad Rome.

De vorige zin is wat paradoxaal, want het woord forum betekent eigenlijk zoiets als “buiten” (vgl. ons woord forens) en verwijst dus allerminst naar iets middenin een stad. De verklaring is dat het alleroudste Rome lag op de heuvel Palatijn en dat het latere Forum Romanum inderdaad daar buiten lag. Het was de drassige vallei, die afwaterde naar de Tiber door het dal tussen Palatijn en Capitool. Archeoloog Giacomo Boni vond in dit dal allerlei archaïsche graven.

Lees verder “Het Forum Romanum”

Menandros

Menandros (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Het kan verkeren. Weinig antieke auteurs zijn in de Oudheid zó populair geweest en in onze tijd zó vergeten als de Atheense toneelschrijver Menandros. U moet hem plaatsen in de tijd van Alexander de Grote en zijn opvolgers of, als u het precies wil weten, tussen 342 en 291 v.Chr.

In de hellenistische en Romeinse tijd zou het moeilijk zijn geweest iemand te vinden die hem niet bewonderde. Hij won acht keer de jaarlijkse Atheense toneelwedstrijden ter ere van Dionysos. Men prees het empathische vermogen van de blijspeldichter: hij kon zich inleven in de mensen die hij ten tonele voerde en presenteerde hun gevoelens geloofwaardig. Misschien is het wel omdat hij bevriend was met Theofrastos, de opvolger van Aristoteles als hoofd van het Lyceum én de auteur van een (overgeleverd) boek met karakterschetsen. De bewondering voor de levensechtheid van zijn toneelstukken ging zo ver dat men weleen speels vroeg of Menandros het leven nabootste of dat het leven een imitatie was van Menandros.

Lees verder “Menandros”

Fietsen naar Thessaloniki: de Apennijnen

Midden in de Apennijnen: de opgraving van de pars rustica van Plinius’ landgoed.

Ik was – voor degenen die vandaag instappen in het zomerfeuilleton (eerste aflevering hier) – op weg naar Rome. Weliswaar was me verzekerd dat na de Alpen de Apennijnen reuze zouden meevallen, maar het was nog een flink eind naar de bovenloop van de Tiber en vooral: ik moest klimmen naar een pas op zo’n 800 meter hoogte. Minder dan de 1300 meter naar de Col du Lautaret maar meer dan de 700 naar de Col de Montgenèvre. En ik was geen held in klimmen.

De Apennijnen

Maar het lukte allemaal goed en in Sarsina wachtte me een verrassing, namelijk het standbeeld van Plautus, de Romeinse komediedichter, die daar blijkbaar was geboren. Ik herinner me een wat statig beeld van een man in een toga die vanaf een hoge sokkel over de grote weg uitkeek, maar ik heb het met Google Earth niet kunnen terugvinden. Wel staan er in Sarsina beelden van toneelspelers in Romeinse uitrusting. Met dat laatste toon je beter wat de man heeft betekend, maar vermoedelijk zou hij zelf het eerste soort beeld leuker hebben gevonden.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: de Apennijnen”

Toneel in de Oudheid

toneel_in_de_oudheid

Wat je ook mag denken van de oude Grieken en Romeinen, ze weten de aandacht wél vast te houden. Al een eeuw of zes. En terecht, want wie zich in de antieke culturen verdiept, vindt steeds weer iets om zich over te verbazen en van te genieten. Veel fans zijn lid van het Nederlands Klassiek Verbond, dat volgend jaar alweer tachtig jaar bestaat, en lezen het daarmee geaffilieerde tijdschrift Hermeneus, dat nog tien jaar ouder is.

Vanouds geven beide handen en voeten aan het Renaissance-denkbeeld dat je door kennis van de oude wereld het betrekkelijke leert zien van je eigen tijd en wat wijsheid opdoet. Beide geloven bovendien in het mooie zeventiende-eeuwse ideaal dat het genot van deze kennis, het verworven inzicht en de ontdekkingsvreugde niet het privilege moeten blijven van een geleerde elite, maar bereikbaar dienen te zijn voor iedereen.

Lees verder “Toneel in de Oudheid”

Klassieke literatuur (4): toneel

Het theater van Dionysos in Athene, waar veel van de overgeleverde toneelstukken in première zijn gegaan.
Het theater van Dionysos in Athene, waar veel van het overgeleverde toneel in première is gegaan.

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een collegereeks. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik het toneel.]

De Grieken kenden twee soorten twee toneel: de tragedie en de komedie. De komedies zijn, om redenen die ik zo meteen zal uitleggen, wat vergeten geraakt, maar de tragedies worden nog volop gespeeld. Dat wil zeggen: enkele ervan, want de Rhesos van Euripides is onspeelbaar. Om die reden neemt men ook wel aan dat het stuk niet van die tragicus is: het is zo anders dan de rest van zijn stukken. Maar ja, wat weten we nu eigenlijk over Grieks toneel, als we het moeten doen met tweeëndertig tragedies en elf hele en zes halve komedies?

Lees verder “Klassieke literatuur (4): toneel”