Priester Hendrik, een van degenen die de rechten van de Hollandse boeren hielp overbrengen naar oostelijk Europa
Voilà: de derde aflevering van de reeks over de Europese canon. Nu we de Late Oudheid en de verantwoording hebben gehad, kunnen we beginnen met de Volle Middeleeuwen.
Democratisch bestuur
Periode: vanaf ca. 1000
Alternatieven: Althing, Magna Carta, Staten-Generaal, Defensor Pacis.
Het principe was simpel, daar in de landen langs de Noordzee: wie water deert, die water keert. Dat gaf iedereen een verantwoordelijkheid in de landverdediging en dus een stem. Nu was dat wat bewerkelijk en daarom kwamen er waterschappen en hoogheemraadschappen. Het was het begin van de representatieve democratie. Later namen de bewoners van de Lage Landen hun rechten mee naar het oosten, toen ze voorbij de Elbe nieuwe gronden ontgonnen.
De Atheense Volksvergadering wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene
Misverstand: Onze democratie komt uit Athene
Eén van de opvallendste trekken van het klassieke Athene was de democratie, een woord dat letterlijk betekent dat het volk, de demos, de macht uitoefende, kratein. De Atheense volksvergadering, waaraan zo’n zesduizend mannen deelnamen, had reële bevoegdheden. De Atheense historicus Thoukydides (ca. 460 – ca. 395) legt de politicus Perikles het volgende in de mond:
We hebben een staatsvorm die geen kopie is van de instellingen van onze buren. In plaats van anderen na te bootsen, zijn wij juist een voorbeeld voor hen. Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen. In onze persoonlijke geschillen verzekeren onze wetten gelijk recht. (Thoukydides, De Peloponnesische oorlog 2.37.1; vert. M.A. Schwartz)
Menig modern politicus zou het niet anders zeggen. Het oude Atheense staatsbestel vertoont ontegenzeggelijk gelijkenis met ons politieke systeem. Maar dat de huidige westerse democratie op de Griekse terug zou gaan, zoals nog in 2007 in een Nederlands schoolboek werd vermeld, is nu net niet waar. Alleen het woord is uit het Oudgrieks overgenomen.
Wigle van Aytta van Swichum (door Jacob de Punder, 1564)
Ik weet niet precies waarom, maar de Pragmatieke Sanctie van 1549 krijgt niet helemaal de aandacht die ze verdient. Het is echter een sleutelmoment geweest in onze geschiedenis. Het is maar een klein beetje overdreven om te zeggen dat het vandaag 470 jaar geleden is dat Nederland officieel ontstond.
In de voorgaande eeuw waren de gewesten van wat nu de Benelux heet in handen gekomen van de hertogen van Bourgondië en hun erfgenaam was de Habsburger Karel V: bij de gratie Gods keizer van het Duitse Rijk, koning van een stuk of vier Spaanse koninkrijken, heer van nog zo het een en ander, en verder “heer der Nederlanden” omdat het opsommen van alle titels uit onze contreien zo omslachtig was. Deze titel maakte al duidelijk dat Karel de “zeventien provinciën” zag als een eenheid.
De ideeën van de negentiende eeuw zijn nog bij ons: de democratie bijvoorbeeld en de nationale staat zoals geschapen door de politici naar wie de straten zijn vernoemd in uw plaatselijke staatsliedenbuurt. Of de moderne wetenschap met helden als Maxwell, Mendel, Mendeleev alsmede Koch, Cantor en Curie. We groeien met de negentiende eeuw op, leven er nog in en denken dat het niet anders kan. Sommige ideeën hangen we op aan een persoon, zoals de evolutieleer van Charles Darwin, de psychoanalyse van Sigmund Freud en het complex aan ideeën van Karl Marx.
Socioloog, econoom, politicus
Karl Marx was enerzijds socioloog en econoom en anderzijds politicus. Als politicus is hij – of misschien beter: zijn erfgoed – voldoende omstreden om een eerlijke blik op zijn rol als wetenschapper lastig te maken. En let’s face it: hij had het nogal bij het verkeerde eind, want hij meende het einde van het kapitalisme te beschrijven terwijl hij in feite stond aan het begin.
Geen wonder dat schoolkinderen, als ze over Karl Marx moeten schrijven, nogal eens radeloos zijn (“naar mijn mening was die man helemaal niet zo slim”). Eén moeder vroeg me om haar zoon van veertien of vijftien, op wie ik erg ben gesteld, eens te helpen. En zo kwam het dat ik vorige week een treinreis heb benut om per Whatsapp een cursus marxisme te versturen. Kortom: hier zijn Marx en zijn historische context, gereduceerd tot vierendertig appjes.
In een van de oudste versies van het epos van Gilgameš wil de titelheld ten oorlog gaan, maar een college van adviseurs verbiedt het hem. Daarop roept hij een volksvergadering samen die hem wel toestemming verleent. Simpele conclusie: democratie bestond al in het Mesopotamië van de Vroege Bronstijd.
Van de Fenicische steden uit de Late Bronstijd en de IJzertijd – Tyrus, Sidon, Beiroet, Byblos, Arwad – is niet zo heel erg veel bekend en ze zullen ook niet allemaal hetzelfde bestuurd zijn geweest, maar het staat vast dat er naast de koningen magistraten waren en dat de vorsten van tijd tot tijd het advies vroegen van volksvergaderingen. Ik aarzel of we dit een democratie moeten noemen: je zou willen lezen over soevereine besluiten door die vergadering en voor zulke informatie hebben we domweg te weinig bronnen. De jarenlange belegering van Tyrus in de vroege zesde eeuw is bij mijn weten de enige periode in de Fenicische geschiedenis waarvan we weten dat het volk zonder koning regeerde en dat is nou net een atypische situatie.
In 1314 kozen de Duitse rijksgroten hertog Lodewijk van Beieren tot koning. Het was destijds gebruikelijk dat de koningen van het Heilige Roomse Rijk – zoals Duitsland destijds heette – probeerden zich daarna tot keizer te laten kronen, waarvoor men dan naar Italië trok om zich in Rome te vervoegen bij de paus. Ook Lodewijk trok naar Rome, hoewel op dat moment, 1327/1328, de paus verbleef in Avignon. Daarom verzocht de Duitse koning een vertegenwoordiger van het Romeinse volk hem te kronen. En zo geschiedde.
Dit was niet alleen omdat de paus er niet was. Er lag een ideologische keuze aan ten grondslag die te maken had met een omstreden boek dat in 1324 was gepubliceerd, de Verdediger van de vrede (Defensor pacis) van de Parijse geleerde Marsiglio dei Mainardini of, zoals zijn wetenschappelijke artiestennaam luidde, Marsilius van Padua. In het boek verbond hij enkele radicale consequenties aan het denken van de Arabische filosoof Ibn Rushd (Averroës), die erop had gewezen dat het religieuze en het wetenschappelijke kennen berustten op twee verschillende methoden, en de Brabantse denker Siger, die had gesproken van een dubbele waarheid. Dei Mainardini verbond hieraan de conclusie dat de kerk een ander soort waarheid bezat dan de staat en dat de twee zich zo min mogelijk met elkaar moesten bemoeien.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.