Caesar naar Thapsus

Scipio’s haven: Mahdia, iets ten zuiden van Thapsus.

Het was 4 april in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, omgerekend 5 februari 46 v.Chr. U weet dus dat u bent beland in een blogje in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Het antwoord op deze vraag is dat hij begon aan de campagne rond Thapsus, een havenstad die tegenwoordig Ras Dimas heet. Het stadje, waarvan de omgeving in de voorgaande weken was ontdaan van graan en andere levensmiddelen, lag ongeveer achttien kilometer ten oosten van Caesars eigen haven, Lepcis Parva. Caesar had daarvandaan al galeien uitgestuurd om een vlootblokkade te leggen. Bedenk hierbij dat de roeiers veel water nodig hadden, dat aan boord moest zijn en de schepen traag maakte. Desondanks was een begin gemaakt met het uithongeren van Thapsus.

Lees verder “Caesar naar Thapsus”

Een foeragecampagne

De provincie Africa was spreekwoordelijk vruchtbaar: op deze munt uit het museum in Pamukkale wordt ze gepersonifieerd door een vrouw met in haar ene hand een graanhalm en in de andere een hoorn des overvloeds.

Het was alweer de zeventiende maart van in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, ofwel 18 januari 46 v.Chr. op onze kalender. U weet: dit is een blogje is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

En u kunt het stukje van vandaag eigenlijk overslaan, want aan het einde zijn we terug bij het begin. Het is de stilte voor de storm, want met het volgende blogje komt het einde van de Afrikaanse campagne in zicht. Caesar had de laatste weken alle versterkingen ontvangen die hij nodig had, Metellus Scipio durfde de beslissende slag niet aan: alles was klaar voor de laatste confrontatie – behalve dat Caesar inmiddels beschikte over te veel mensen om nog te voeden. Eerst moest de foerage op orde zijn.

Lees verder “Een foeragecampagne”

Versterkingen voor Caesar

Reconstructie van een schorpioen, een pijlen-schieter zoals ook Caesar die gebruikte.

Als ik u zeg dat het 28 februari was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 5 december 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u voor de honderdste keer een stukje zult gaan lezen in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Nieuwe versterkingen voor Caesar

Ik denk dat hij een gat in de lucht sprong. De strijd om Uzitta, het Afrikaanse stadje dat hij wilde veroveren en dat werd verdedigd door Metellus Scipio en koning Juba I, was overgegaan in een stellingenoorlog, waarin Caesars mannen langzaam hun doel naderden. Het landkaartje is hier.

Toen Caesar zijn versterkte linies had voltooid en doorgetrokken tot een punt dat nog juist buiten schootsafstand van de stad lag, sloeg hij een versterkt legerkamp op. Hij liet katapulten en schorpioenen dicht opeen voor zijn legerkamp opstellen, gericht tegen de stad, en bestookte onophoudelijk de verdedigers van de muur. (Afrikaanse Oorlog 56; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Versterkingen voor Caesar”

De aankomst van Juba I

Een krijgsolifant zoals Juba I meenam (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

Wanneer ik schrijf dat het 17 februari was en toevoeg dat het was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en wanneer ik dat omreken naar 29 november 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u in een nieuw stukje uit de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” bent beland.

Versterkingen

Ik heb vorige keer verteld dat Caesar een poging had gedaan Uzitta te veroveren. Metellus Scipio had zijn leger opgesteld maar de slag niet aangedurfd. Sindsdien was er weinig gebeurd. Caesars manschappen waren bezig geweest hun posities uit te bouwen, Scipio’s soldaten zullen hetzelfde hebben gedaan en beide partijen wachtten op versterkingen. Scipio had hierbij het voordeel dat hij enkele havens in de omgeving controleerde. Een capabele vlootcommandant, Gaius Vergilius, wist daarvandaan verschillende van Caesars schepen te onderscheppen. Op 17 februari, onze 29e november, arriveerde bovendien Scipio’s bondgenoot Juba I, de koning van Numidië. Hij nam drie legioenen, 18.000 man lichte infanterie, 20.000 ruiters en dertig olifanten mee. Dat hij niet gerust was op de afloop, blijkt wel uit het feit dat hij in zijn hoofdstad Zama

midden op het forum een hoge brandstapel had opgericht. Als hij de oorlog zou verliezen, was hij van plan daar al zijn bezittingen op te stapelen, vervolgens alle burgers te doden en ook erop te gooien, een vuur eronder aan te steken en tenslotte zichzelf daarop te doden en samen met kinderen, vrouwen, burgers en de hele koninklijke schat te verbranden (Afrikaanse Oorlog 91; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “De aankomst van Juba I”

De Huurlingenoorlog (3)

De Huurlingenoorlog werd beslist op een plek die de Zaag heet, een naam die past op vrijwel elke bergrug.

In de twee vorige stukjes (één, twee) over de Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) vertelde ik hoe de tegen Karthago in opstand gekomen huurlingen succes op succes boekten. Alleen Karthago de stad zelf was nog niet in handen van de opstandelingen, en in de late zomer van 239 sloegen Matho en Spendius het beleg op.

Karthago belegerd en bevrijd

Karthago had echter nog altijd een vloot en importeerde nu voedsel vanuit Syracuse. Bovendien bleven generaal Hamilkar en zijn Numidische bondgenoot Naravas de huurlingen aanvallen in de rug, zodat die tegelijk belegerden en belegerd werden. In de lente van 238 moesten de rebellen het beleg opbreken.

Terwijl Matho in Tunis bleef, zetten Spendius, Autaritos en Zarzas de achtervolging in van Hamilkar en Naravas, die zuidwaarts trokken om de vruchtbare velden en boomgaarden van Kaap Bon veilig te stellen. Polybios, opnieuw alleen geïnteresseerd in de successen van Hamilkar, vertelt weinig over deze campagne, die eindigde toen de Karthaagse generaal en zijn Numidische bondgenoot erin slaagden hun vijanden in te sluiten in een dal dat bekendstond als De Zaag.

Lees verder “De Huurlingenoorlog (3)”

De Huurlingenoorlog (2)

Een savanne-olifant, zoals gebruikt in de Huurlingenoorlog (British Museum)

In mijn vorige stukje over de Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) vertelde ik hoe de huurlingen die op Sicilië hadden gevochten voor Karthago, in het huidige Tunesië waren aangekomen en daar in opstand waren gekomen.

Begin van de Huurlingenoorlog

De eerste actie van Matho en Spendius was gericht tegen de havensteden Hippo Diarrhytos en Utica, die zich niet bij de opstand hadden aangesloten. Het was misschien niet de handigste zet, want de steden konden over het water bevoorraad worden. En zo geschiedde. In de eerste weken van 240 v.Chr. zeilde de Karthaagse generaal Hanno de Grote naar Utica met een leger waarin de Karthagers zelf dienst deden, samen met grote groepen inderhaast geronselde huurlingen. Vermoedelijk waren dit de eerder door Geskon betaalde soldaten, die geen reden hadden om niet opnieuw te vechten voor Karthago. Ook waren er katapulten en honderd olifanten aan boord.

Lees verder “De Huurlingenoorlog (2)”

De Huurlingenoorlog (1)

Borstpantser, mogelijk gebruikt door een kleine Italische huurling in de Huurlingenoorlog (Musée national du Bardo, Tunis)

Ik heb in het verleden regelmatig geblogd over Karthago en de Punische Oorlogen tegen de Romeinen. De Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) heb ik echter nog nooit behandeld, terwijl dat een fascinerend onderwerp is. Het was een humanitaire catastrofe zonder weerga.

Eigenlijk is de naam “Huurlingenoorlog” net zo eufemistisch als de naam die de geschiedschrijver Polybios gebruikt: “de oorlog die de Verdragloze wordt genoemd”. Dat geeft weliswaar aan dat het conflict absoluut en onverzoenlijk was, maar het woord “oorlog” suggereert dat er definieerbare fronten en strijdende partijen waren. Maar zo geordend was het niet. Het was een bewapend conflict van allen tegen iedereen.

Lees verder “De Huurlingenoorlog (1)”

Over vissen, vissers en visserij

Vissers op een mozaïek uit Hadrumetum (Museum van Sousse)

Omdat het vandaag de Internationale Dag van de Visserij is, even een stukje over vis, vissers en vistechnieken. En ook over mozaïeken. Meer precies, een groot mozaïek dat ik enkele keren heb gezien in het museum van de Tunesische stad Sousse, het antieke Hadrumetum. Het museum identificeert het als funerary mosaic maar ik heb geen idee waarom. Wat ik weer wel weet is dat het dateert uit het laatste kwart van de tweede eeuw na Chr. en dat er diverse vistechnieken zijn afgebeeld.

Hierboven twee vissers die een sleepnet binnenhalen. Hieronder twee mannen die hengelen. (“Het heng’len is een schone zaak en geeft het mensdom veel vermaak.”)

Hengelaars op een mozaïek uit Hadrumetum (Museum van Sousse)

Lees verder “Over vissen, vissers en visserij”

Uzitta

Kaartje van de omgeving van Uzitta.

Als ik u zeg dat het eind januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar november 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij zocht de confrontatie met zijn tegenstanders. Zoals we al zagen waren enkele dagen eerder het Dertiende en het Veertiende Legioen gearriveerd, samen met 800 Gallische ruiters, duizend boogschutters en slingeraars, alsmede het door Gaius Sallustius Crispus bemachtigde graan. De stad Thysdrus, het huidige El Djem, zegde ook een enorme hoeveelheid graan toe. Eén probleem: Thysdrus lag zeventig kilometer naar het zuiden. Desondanks was de situatie duidelijk in Caesars voordeel aan het veranderen, zodat deze het initiatief naar zich toe kon trekken.

Lees verder “Uzitta”

Metellus Scipio rukt op

Munt van Metellus Scipio, met een personificatie van Africa (Staatliche Münzsammlung, München)

Als ik u zeg dat het 12 januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 25 oktober 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat nu een blogje volgt in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Ik beloofde vorige keer dat Caesars nederlaag bij Ruspina een onverwacht gevolg zou hebben. Het vloeide voort uit de strijdwijze waarmee Titus Labienus zijn oude generaal had vastgepind op de vlakte. Hij had lichtbewapende Numidische soldaten en cavalerie samen laten aanvallen. Als Caesars mannen aanvielen, weken

de ruiters van de vijanden terug; maar de infanteristen bleven weerstand bieden, totdat de ruiters met een nieuwe charge hun infanterie te hulp kwamen. (Afrikaanse Oorlog 15; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Metellus Scipio rukt op”