Egypte ontdekken

Het was niet Napoleon die, toen hij een team geleerden meenam naar het front, Egypte ontdekte. Al eerder waren er Griekse reizigers geweest, zoals Herodotos van Halikarnassos, die een priester interviewde over de bronnen van de Nijl. Er was de Romeinse officier Ammianus Marcellinus, die een correcte vertaling wist te geven van de hiëroglyfen. Er was kalief Al-Ma’mun, die de Grote Piramide opende en daar een mummie vandaan haalde. En er zijn altijd Egyptenaren geweest die naar de aloude monumenten keken, zich afvroegen wat dat waren en zo grondslagen legden voor wat nu egyptologie heet.

Egypte als ontdekking

Het is dan ook terecht dat de huidige expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, gewijd aan het ontdekken van Egypte, begint met Arabische visies op het antieke Egypte. Al-Masudi komt langs, die u op deze blog eerder bent tegengekomen. Pas na de Arabische ontdekkers stelt het museum de West-Europeanen aan de bezoekers voor: eerst kunstenaars als Cornelis de Bruijn, later ook wetenschappers.

Lees verder “Egypte ontdekken”

Herodes de Grote

De decoratie van het paleis van Herodes in Masada

Het Nieuwe Testament gaat over vissers, tollenaars, huismoeders en timmerlieden: het kopergeld van Romes gouden eeuw, om Arie van Deursen te parafraseren. De groten der aarde blijven echter niet onvermeld: keizer Augustus, keizer Tiberius en een handvol plaatselijke vorsten maken hun opwachting. Uit die laatste categorie is koning Herodes er een. Of beter: Herodes is er vijf, want we hebben Herodes de Grote, Herodes Archelaos, Herodes Antipas en twee keer Herodes Agrippa. En dan is er nog een Herodes die geen Herodes heette maar Filippos. Dus dat maakt zes. Daar wil ik het de komende tijd eens over hebben.

Antipatros

En we beginnen bij de grondlegger van de dynastie: Antipatros. U bent hem, als u een trouwe lezer bent, eerder tegengekomen: hij was commandant van het leger dat Julius Caesar in 47 v.Chr. te hulp schoot tijdens de Alexandrijnse Oorlog. Als dank benoemde Caesar hem tot epitropos – een woord dat we zouden kunnen vertalen als toezichter – voor de zwakke heerser Hyrkanos II.

Lees verder “Herodes de Grote”

Tweemaal de Gouden Eeuw

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

1.

Oké, die Gouden Eeuw, waar komt die nou weer vandaan? Antwoord: dat weten we niet. De oudste vermelding van de mythe is te vinden in de Werken en dagen van de Griekse dichter Hesiodos, die u moet plaatsen in de achtste eeuw v.Chr. Zoals wel meer mensen in de Oudheid meende hij dat het in de loop der tijden van kwaad tot erger was gegaan. Eerst was er een paradijselijke gouden eeuw, toen een zilveren eeuw, een bronzen eeuw, een eeuw van helden en tot slot een ijzeren eeuw.

En daarmee hebben we het probleem bij de kuif. Vier metalen van afnemende waarde onderbroken door een eeuw van helden. Het lijkt erop dat Hesiodos zich de Mykeense tijd herinnerde en die integreerde in een ouder mythisch schema. Er moet dus vóór Hesiodos een verhaal zijn geweest over vier tijdperken. We vinden die een slordige acht eeuwen ná Hesiodos bij de dichter Ovidius, die dus weliswaar jonger is, maar een oudere fase documenteert in een traditie die we niet kennen. Cassius Dio maakte het lijstje overigens nog beter door een gouden eeuw te laten degenereren tot ijzer en roest.

Lees verder “Tweemaal de Gouden Eeuw”

Laurent Binet, HhhH

Je mag een gegeven paard niet in de mond kijken, maar voor Laurent Binets roman HhhH moet ik toch een uitzondering maken. Ik waardeer het dat ik het cadeau heb gekregen, maar ik heb het alleen uitgelezen omdat ik rekende op een spectaculaire conclusie, die echter uitbleef.

De merkwaardige titel is de afkorting van Himmlers hersens heten Heydrich, waarvan Binet zegt dat de Nazi’s dit gewoonlijk zeiden om de relatie tussen het hoofd van de SS en zijn rechterhand aan te duiden. Reinhard Heydrich gold als een van de gevaarlijkste mannen in het Derde Rijk, en het was een enorme klap voor het prestige van het nationaalsocialisme toen hij in Praag werd vermoord door twee Tsjecho-Slowaakse verzetstrijders, Jan Kubiš en Jozef Gabčík. Over deze aanslag gaat de roman, die in 2010 de Prix Goncourt voor een eerste roman kreeg.

Lees verder “Laurent Binet, HhhH”