Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)
De laatste Romeinse keizer die nog belang stelde in de gebieden ten noorden van de Alpen was Majorianus (r.457-461). Dat betekende dat hij het conflict aanging met de Franken, die inmiddels in het noorden van Gallië een staat aan het opbouwen waren. Ik blogde al eens over hun leider Childerik.
De Romeinse auteur Sidonius Apollinaris hield een lofrede op zijn keizer, waarin hij alle stereotypen uit de kast haalde om de Franken neer te zetten als allerafschuwelijkste woestelingen. De toekomst behoorde echter wél aan die woestelingen: Majorianus bereikte weinig en de Franken namen de macht in Gallië over. Over deze episode is groot nieuws op komst maar het is nog onder embargo.
Onvoltooid portret van Vitellius (Archeologisch Museum van Plovdiv)
Als er één gebied ter wereld is waar het goed wonen is, is het Noordwest-Europa. De delta’s van de Rijn, Maas en Schelde ontsluiten een achterland dat zich uitstrekt tot diep in Frankrijk en tot voorbij Duitsland. Langs de corridor van Rijn en Rhône kan bovendien handel worden gedreven met het Middellandse Zee-gebied. De zeehavens, die West-Europa verbinden met de oceanen, zijn al eeuwenlang economische krachtcentrales: Rotterdam en Antwerpen, Brugge en Dordrecht, Tiel en Dorestad.
Voeg toe: de agrarische weelde van de lössgronden langs de Maas, de mineralen van de Ardennen en de winsten uit de stedelijke nijverheid. Dan weet je dat er voor welvaart altijd een basis zal zijn in de Lage landen. Als er dan ook nog goede soldaten zijn, zoals in de zeventiende eeuw, staat zelfs weinig een machtsontplooiing in de weg. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was echter niet de eerste die deze mogelijkheden uitbuitte.
Reliekschrijn van Willibrordus (Catharinakathedraal, Utrecht)
In het jaar 384 overleed in Maastricht bisschop Servatius, die tot kort daarvoor had geresideerd in Tongeren. Veel meer weten we eigenlijk niet over de man, wiens leven vooral bekend is uit latere legenden. Toch is zeker dat er christelijke gemeenschappen waren in de twee genoemde Romeinse steden. Uit Nijmegen is er nog een haarspeld met een Christusmonogram, die erop wijst dat er ook aan de Waal christenen leefden. Dat was zo’n beetje al het bewijs voor de aanwezigheid van het christendom in de Lage Landen in de Romeinse tijd.
De val van Rome
Een generatie na de dood van Servatius viel het Romeinse rijksbestuur in onze contreien weg. De macht kwam in handen van de laatste garnizoenscommandanten, die stonden aan het hoofd van plaatselijk gerekruteerde legertjes. Nu was de plaatselijke bevolking aan het begin van de vijfde eeuw niet meer wat ze voordien was geweest: in 355 waren groepen Frankische immigranten vanuit het huidige Drenthe, Gelderland en Overijssel het Romeinse Rijk binnengetrokken, waar generaal Julianus hun land in het huidige Brabant had toegewezen en had geëist dat ze zouden dienen in de legers. Toen het Romeinse staatsapparaat rond 410 dus wegviel – de onlangs gevonden munten uit het Limburgse Echt werpen enig licht op deze gebeurtenis – kwam de macht in handen van mannen met Frankische (over)grootouders. Als de nieuwe heersers christelijk zijn geweest, zal het geloof niet heel diep hebben gezeten.
Zegelring van Childerik (replica; Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)
In 1653 werd in Doornik het graf gevonden van de Frankische koning Childerik, die van ongeveer 457 tot ongeveer 481 regeerde over het huidige België en het noorden van Frankrijk. In feite de aloude provincie Gallia Belgica. Dit was de tijd waarin het Romeinse staatsapparaat ten noorden van de Alpen desintegreerde. In 476 werd de laatste keizer in West-Europa afgezet, maar lokale heersers als Childerik erkenden nog altijd het gezag van de keizer in Constantinopel. Veel had die erkenning weliswaar niet te betekenen, maar na vijf eeuwen keizerlijk bestuur was het ondenkbaar dat er geen Romeins Rijk zou zijn. Een inscriptie uit deze tijd vat het mooi samen: Francus ego cives Romanus miles in armis, “Een Frank ben ik, een Romeins burger, en een soldaat onder de wapenen”.
Het wegvallen van het Romeinse staatsapparaat betekende dat er nieuwe vormen van bestuur moesten worden ontwikkeld en we weten dat Childerik vanuit Doornik langzaam een nieuwe staat opbouwde met, via zijn Thuringse echtgenote Besina, een internationaal netwerk en met een ambtenarenapparaat dat zoveel mogelijk leek op het Romeinse. Childerik wilde in dit opzicht een Romein zijn, en dat bewijst ook de keuze van zijn hoofdstad: niet in het midden van de Frankische gebieden (in bijvoorbeeld Tongeren), maar op een plek waar hij makkelijk gasten kon ontvangen die aankwamen uit de Mediterrane wereld.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.