Sloppy Science

Vorige week publiceerde Stan van Pelt, die u kunt kennen als degene die in De Volkskrant adembenemende stukken schreef over de problemen rond de vermeende ontdekking van het majorana-deeltje, een boek over wetenschapsfraude. Het heet Sloppy Science en behandelt, behalve de voorbarige majorana-claims, zo’n beetje alles wat de laatste jaren in het nieuws is geweest over minder dan optimaal functionerende wetenschap.

Leesplezier

Ondanks de naargeestige thematiek heb ik Sloppy Science ademloos gelezen. De voorbeelden die Van Pelt noemt zijn goed uitgewerkt. De lezer begrijpt het wetenschappelijke probleem, hij herkent welke hindernis leek te zijn overwonnen, hij snapt waarom dat niet het geval was, en hij begrijpt waarom deze of gene fraude gevaarlijk was.

Lees verder “Sloppy Science”

Het belang van de geesteswetenschappen

We zijn de weg kwijt.

“De feiten liggen verrassend genuanceerd”, twitterde de journalist, en een van zijn volgers antwoordde “Zoals altijd”. Het is krek zoals ze allebei zeiden. En ineens wist ik dat dit hét probleem van onze tijd is.

Er is een tijd geweest waarin de mensheid niet zo heel veel informatie had. In de zestiende eeuw was het voor een Europese intellectueel nog mogelijk het hele paleis van de toenmalige Europese kennis te overzien. Misschien lukte het Diderot en D’Alembert in de achttiende eeuw nog. In elk geval is het sindsdien in toenemende mate onmogelijk geworden. Daarom proberen we de enorme hoeveelheden informatie waarover we beschikken, te ordenen in handzame categorieën, patronen en sjabloons.

Lees verder “Het belang van de geesteswetenschappen”

Wetenschap, wat nu?

De situatie is vrij simpel. Zo simpel dat je het nauwelijks ziet. Nederland heeft in de jaren zestig besloten een kenniseconomie te zijn en dat betekende dat hoge opleidingen voor iedereen toegankelijk moesten zijn. Dat vond zijn beslag in diverse onderwijshervormingen. Er kwam in de jaren zeventig zelfs een minister voor wetenschapsbeleid, Boy Trip.

Dat iedereen hoger onderwijs zou moeten kunnen volgen bleek even lovenswaardig als kostbaar. Medio jaren zeventig was 7,2% van het BNP bedoeld voor wat nu OCW heet, waar nog het geld bij kwam voor de driedubbele kinderbijslag waarmee het Rijk studenten onderhield. Dit percentage werd teruggebracht tot  5% in 2000 en is sindsdien weer wat gestegen, al valt de studiefinanciering binnen het OCW-budget. Nieuws over onderwijs, over cultuur, over wetenschap gaat al sinds mensenheugenis over kaasschaven, over H.O.O.P., over studierendementen, over financieringsmodellen, over leenstelsels en over selectief krimpen en groeien. Wetenschap en wetenschappelijke vorming moeten altijd weer met minder, minder, minder. Voor wie na 1963 is geboren, is de belofte van goed hoger onderwijs een ongedekte cheque gebleven.

Lees verder “Wetenschap, wat nu?”

WO in Actie

Aanstaande maandagmiddag, 2 september, organiseert WO in Actie, “een beweging van studenten en medewerkers die zich sterk maakt voor de universiteit en haar toekomst”, in Leiden de Ware Opening van het academisch jaar. U leest er hier meer over.

Ik heb redenen om erheen te gaan en wil dat ook doen, maar ik heb ook redenen niet te gaan. Ik weet namelijk niet of ik me wel sterk wil maken voor een toekomst met een universiteit. Het instituut is immers slecht voor haar personeel, slecht voor de wetenschap en slecht voor de samenleving. De oudheidkundige disciplines waarover ik dagelijks blog zijn beschadigd door dit academische procrustesbed en ik vermoed dat we beter kunnen zoeken naar alternatieven.

Blijkens hun enorme inzet denken de mensen van WO in Actie daar anders over. Die inzet overtuigde me en ik zal maandag met belangstelling naar ze luisteren. Op maandag zal ik dus mijn scepsis opschorten, maar vandaag is het donderdag en wil ik mijn voorbehoud toelichten.

Lees verder “WO in Actie”

Oudheidkunde en oudheidkundes

Niet dat dit theatermasker uit het museum in Thessaloniki iets wezenlijks over oudheidkunde overdraagt, maar ach, het is wel zo aardig.

Het kwam vorige week even ter sprake: wat is eigenlijk het verschil tussen al die oudheidkundige disciplines? Misschien is het zinvol om wat begripsverheldering te bieden, temeer omdat ik nogal eens word geconfronteerd met mensen die niet begrijpen dat geschiedenis een vak is.

De classici

De oude wereld wordt vanouds bestudeerd door mensen die ik classici zal noemen. Die staan in een prachtige traditie, teruggaand op de Renaissance, toen de inzet was dat de mensen graag beter wilden schrijven en de Oudheid als voorbeeld namen. Er waren destijds ook geleerden die de Oudheid niet zozeer wilden volgen maar gewoon wilden kennen. In feite zijn deze attitudes nog altijd aanwezig: er zijn nog volop classici die vooral bewondering voelen voor wat inderdaad mooi is – het boek van Simon Goldhill dat ik ooit besprak is een voorbeeld – en er zijn mensen die hun vakgroep liever “Griekse en Latijnse taal en cultuur” noemen. Meestal worden ze samen aangeboden, al oogt dat toch een beetje alsof je het hebt over de faculteit “Franse en Duitse taal en cultuur”, maar zo vreemd is dat niet: een groot deel van de Romeinse literatuur is nu eenmaal in het Grieks. Veel opvallender is eigenlijk de afwezigheid van het Aramees voor wie de literatuur en cultuur van de Romeinen wil bestuderen.

De archeologen

De tweede grote groep wetenschappers die zich met de oude wereld bezighoudt, zijn de archeologen. Oorspronkelijk waren dat vooral kunsthistorici à la Winckelmann, die de bewonderende houding deelden met sommige classici. Ik kan ver met hen mee gaan. Als ik niet meer minimaal eens per week zou denken “dit is mooi”, zou ik ander werk moeten gaan zoeken.

Lees verder “Oudheidkunde en oudheidkundes”

Historicus en maatschappij

Ik had gisteren de eer te mogen spreken op het symposium dat het historische tijdschrift Skript organiseerde over Historicus en maatschappij. Het was een buitengewoon leuke bijeenkomst.

De eerste spreker was Ed Jonker, die inging op de verschillende manieren waarop de relatie tussen de wetenschappelijke geschiedschrijving en de publieksgeschiedschrijving kan worden bekeken. Ik herkende er heel veel van, en leerde de nuttige jargonterm “liturgische geschiedenis”: de inderdaad bijna religieuze manier waarop sommige groepen hun verleden gebruiken om een identiteit af te bakenen, immuun voor feiten. Ik kan zo een reeks voorbeelden geven (Iran, Israël, Griekenland) waar de open historische discussie op bepaalde punten tot zwijgen is gebracht, domweg doordat de belangen te groot zijn geworden of gemaakt.

Lees verder “Historicus en maatschappij”

Kwakgeschiedenis: Tom Holland

Michiel Leezenberg maakt vanavond in het NRC Handelsblad korte metten met het boek Het vierde beest van Tom Holland. Terecht. Een sappig verhaal is immers nog geen waar verhaal, en zeker over een politiek beladen onderwerp als de islam moet je genuanceerd zijn.

Eén van de problemen bij de beschrijving van de vroege islam is hoe je de eerste twee generaties reconstrueert aan de hand van de veelal veel later geschreven bronnen (de hadith). Zoiets is beslist niet onmogelijk; een biografie van koningin Cleopatra lukt eveneens, hoewel de meeste bronnen ruim een eeuw eeuw na haar dood zijn geschreven. Holland waagt zich echter niet aan die moeilijke analyse en in zijn boek speelt de profeet Mohammed daarom geen grote rol. Dat is gemakzuchtig. Als een klus te moeilijk voor je is, moet je er gewoon niet aan beginnen.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Tom Holland”