Grenzen trekken

Inscriptie met FINES VICI, “grens van het dorp” (Archeologisch Museum, Rindern)

Het Romeinse Rijk bestond uit provincies die weer waren onderverdeeld in kleinere eenheden. Normaal gesproken waren dat stadstaten (bijv. Athene of Capua), maar de verovering van Gallië schiep een probleem: hier waren geen stadstaten. De Romeinen losten dit vrij simpel op – ik laat in het midden of ze dat bewust deden – door de onderworpen Gallische stammen op te vatten als stadstaten, waarbij dan een van de plaatselijke nederzettingen werd getypeerd als de eigenlijke stad en de rest als het territorium van die stad. De ambiguïteit van het woord civitas, dat zowel stad als stam als gemeente kon betekenen, maakte dit des te eenvoudiger.

Waar lagen de grenzen van de gemeenten, van de voormalige stammen, van de zogenaamde stadstaten? Om dat vast te stellen gebruiken oudheidkundigen een foefje, de Thiessenpolygonen, vernoemd naar de Amerikaanse meteoroloog Alfred H. Thiessen (1872-1956). Hieronder heb ik een voorbeeld, waarbij het eerste plaatje de rivieren toont met bekende stedelijke knooppunten uit de Lage Landen. Bovenaan, onder de Rijn, liggen Voorburg, Nijmegen, Xanten en uiteindelijk rechts Keulen, onderaan liggen van links naar rechts Kassel, Bavay en Tongeren.

Lees verder “Grenzen trekken”

De Brusselse Nehalennia

De Domburgse Nehalennia in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (Brussel)

[De Zeeuwse godin Nehalennia, over wie ik meer dan eens (1, 2, 3) heb geblogd, blijft de gemoederen bezighouden. Vandaag een gastbijdrage van Roger Rymen uit Kontich over een altaar in Brussel. Ik beken dat ik altijd heb gedacht dat het een afgietsel was. Boy was I wrong.]

Op 5 januari 1647 legde een storm een aantal antieke resten bloot in de duinen bij Domburg op Walcheren, wat uiteindelijk resulteerde in de ontdekking van ruim dertig Gallo-Romeinse altaarstenen. De Walcherse Archeologische Dienst publiceert op deze website een detail van de kaart van Visscher-Roman (ca. 1650) met daarop de vermelding “Verdronken woninge der Oude Gotthen”. We zijn van die bijzondere vondst ook goed ingelicht door een opgewonden brief van een ooggetuige. Een tekst uit de zeventiende eeuw spreekt over de godin Nehalennia, waaraan tal van de gevonden votiefstenen uit 180 à 230 na Chr. werden opgedragen. Kortom, een redelijk gedocumenteerde zeventiende-eeuwse vondst.

Lees verder “De Brusselse Nehalennia”

Nehalennia, drie maal

Nehalennia-altaar (© Rijksmuseum van Oudheden)

Op de onlangs vernieuwde afdeling “Nederland in de Romeinse tijd” in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden is voor het eerst een bijzonder altaar te zien van Nehalennia, de antieke beschermgodin van de Noordzeevaart. Bijzonder, omdat Nehalennia drie keer is afgebeeld. Het altaar is omstreeks 200 na Chr. door een zekere Marcus Justinius Albus aan de godin gewijd, in 1982 door een amateurarcheoloog in de Oosterschelde opgedoken en onlangs aangekocht door het museum.

Op de meer dan tweehonderd andere bekende Nehalennia-altaren en -fragmenten is de godin alleen afgebeeld, soms zittend en soms staand, met als attributen een mand appelen, een hond en soms een schip. Dat laatste is in lijn met de naam Nehalennia, die volgens de Italiaanse taalkundige Patrizia de Bernardo Stempel in het Keltisch “zij die bij de zee is” betekent. Inderdaad zijn de altaren, die rond Nehalennia’s tempels gestaan moeten hebben, vrijwel allemaal aangetroffen bij de zee, namelijk bij Domburg en in de Oosterschelde bij Colijnsplaat.

Lees verder “Nehalennia, drie maal”

Het Romeinse platteland

Romeinse tuin (Museumpark Orientalis)

Antieke steden zijn goed herkenbaar: ook na enkele eeuwen vallen de ruïnes nog altijd op. Het waren echter niet de enige nederzettingen in de Lage Landen. De oude heuvelforten van de oorspronkelijke bewoners werden weliswaar overvleugeld door de hoofdsteden van de Romeinse gemeentes, maar werden niet allemaal verlaten.

In de buurt van de militaire kampen lagen burgerlijke nederzettingen waar kooplieden, kroegbazen en de gezinnen van de soldaten verbleven. Aan de kust lagen vissersdorpen en zeehavens als Boulogne, Domburg, Colijnsplaat en Katwijk. Kolenbranders en jagers woonden in de bossen, mijnwerkers bij de groeven en pottenbakkers op plaatsen met goede klei, zoals in Berg en Dal, waar op industriële schaal dakpannen werden vervaardigd. Rond Heerlen werd even grootschalig keramiek geproduceerd: momenteel zijn er niet minder dan zesenveertig pottenbakkersovens bekend.

Lees verder “Het Romeinse platteland”

Nehalennia

Nehalennia (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Nehalennia (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik dacht: laat ik er eens een Romeinse godheid tussendoor doen. En welk lid van de bonte club van antieke bovennatuurlijke wezens ligt dan meer voor de hand dan onze eigen Nehalennia?

Lange tijd was ze alleen bekend van enkele in 1647 ontdekte reliëfs uit Domburg, die allemaal bij een brand verloren zijn gegaan, op drie na. Twee daarvan zijn te zien in het Zeeuws Museum en de derde in de Brusselse Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Van de verloren reliëfs bestaan tekeningen. Daarnaast waren er ooit twee reliëfs in Keulen, maar die overleefden de oorlog niet. Steeds was een vrouw in een lange jurk afgebeeld, meestal gezeten op een troon, met een mand appels op schoot. Soms een hond erbij, vaak een scheepje. Dat was de godin Nehalennia dus. Meer wisten we niet.

Lees verder “Nehalennia”