De Dame van Auxerre

De Dame van Auxerre (Louvre, Parijs)

Dit weten we zeker: op een dag in 1906 liep de Franse archeoloog Maxime Collignon door de abdij van Saint-Germain te Auxerre, en trof daar het bovenstaande beeldje aan. Niemand wist hem vertellen waar het vandaan kwam, en omdat er geen duidelijke eigenaar was, besloot hij dat het beter naar Parijs kon worden overgebracht. Als het beeldje namelijk stond opgesteld te midden van de Griekse kunst in het Louvre, zou het meer tot zijn recht komen. Sindsdien is wel geopperd dat het beeldje, de Dame van Auxerre, een tijdje dienst heeft gedaan als rekwisiet in het plaatselijke theater en dat het voordien eigendom is geweest van een reislustige koopman. Hoe en waar die eraan is gekomen, valt echter niet langer te achterhalen.

In het Louvre heeft het een ereplaats. Je kunt het daar niet missen, zelfs al is het nog geen tachtig centimeter hoog. Het staat in bijna elke inleiding tot de Griekse beeldhouwkunst omdat het geldt als een goed voorbeeld van de zogeheten daidalische stijl: een vroeg soort sculptuur die voortbouwt op de iets oudere Griekse geometrische kunst maar openstaat voor invloeden uit Egypte en het Nabije Oosten. Die combinatie was in de tweede helft van de zevende eeuw v.Chr., toen de Dame van Auxerre is gemaakt, natuurlijk niet ongebruikelijk en we duiden de periode dan ook wel aan als “oriëntaliserend”. Daidalische kunst wordt vooral geassocieerd met Kreta, en is door kunsthistorici met wat teveel verbeeldingskracht vernoemd naar de legendarische beeldhouwer Daidalos. U weet wel, de luchtvaartpionier.

Lees verder “De Dame van Auxerre”

Antieke technologie in Frankfurt

Antieke technologie: reconstructie van de sfaira van Archimedes.

Zoals ik maandag al vertelde zijn er in Frankfurt momenteel enkele interessante exposities. Om te beginnen een over de samaritaanse geloofsgemeenschap in het Bibelhaus en een andere over Mithras in het Archäologische Museum. Over de eerste had ik het afgelopen maandag al; de tweede was wat anders dan de tentoonstelling in Morlanwelz, met de nadruk op de verering van de licht- en vruchtbaarheidsgod in het Rijnland en Etrurië. In het Städel Museum is momenteel een kleine expositie van negentiende-eeuwse fotografie in Italiaanse steden en tot slot wijdt het Liebieghaus een tentoonstelling aan antieke technologie.

Techniek en machines?

Ik noem het gemakshalve antieke technologie, maar de titel is “Maschinenraum der Götter. Wie unsere Zukunft erfunden wurde” en dat is natuurlijk een hype, bedoeld om bezoekers te lokken. Die maken eerst kennis met de Babylonische wiskunde en de Egyptische astronomie, met een uitstapje naar het chemische proces waarmee de Egyptenaren blauw pigment maakten.

Lees verder “Antieke technologie in Frankfurt”

De verstaanbaarheid van het oudste Grieks

Kokalos

“Kokalos heeft zoveel olijfolie terugbetaald aan Eumedes.” Zo luidt een van de oudste Griekse zinnen, compleet met onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp. De woorden (gevolgd door een volume-eenheid en een getal) zijn vastgelegd op een kleitablet uit Pylos op de Peloponnesos (PY Fr 1184, r. 1-2). De Grieken van de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. hadden nog geen alfabet, maar gebruikten een lettergrepenschrift dat we Lineair B noemen. Dat is in 1952 op een uiterst ingenieuze wijze ontcijferd (zoals ik in dit filmpje stamelend uitleg of Jona op zijn blog).

Anders dan de meeste andere (ca. 7000) kleitabletten met Lineair B is dit exemplaar goed te begrijpen voor wie een beetje Grieks kent. Als we de lettergreeptekens omzetten naar Griekse letters, zijn er nauwelijks verschillen met het Grieks van Homeros en Plato:

ko-ka-ro a-pe-do-ke e-rai-wo to-so e-u-me-de-i

Κώκαλος ἀπέδωκε ἔλαιϝον τόσσον Εὐμήδει.

Lees verder “De verstaanbaarheid van het oudste Grieks”