Archeomagnetisme, of: de Bijbel misbruikt

Beth Shean

Intrigerend bericht, onlangs, dat het mogelijk was gebleken het verloop van antieke veldtochten te reconstrueren door middel van archeomagnetisme. Dat is een dure manier om te zeggen dat sommige archeologische resten aanwijzingen bieden voor wat ooit de richting en sterkte van het aardmagnetisch veld zijn geweest. IJzerdeeltjes in aardewerk kunnen zich bij hoge temperaturen gaan gedragen als kleine kompasnaaldjes en zich zó neerleggen dat ze een aanwijzing vormen voor de richting en intensiteit in een bepaalde periode. Ik had lang geleden weleens van die methode gehoord maar was het half vergeten. Het wetenschappelijke artikel suggereerde nu dat er voldoende precisie mogelijk was om antieke militaire operaties beter te begrijpen.

Indien waar, zou het belangrijk zijn. Conflictarcheologie is namelijk een van de punten waar de archeologie haar beperkingen ontgroeit. Ik schreef er al eens over. De archeologie documenteert meestal de longue durée, zeg maar ontwikkelingen met een duur van minimaal een kwart eeuw. In de conflictarcheologie bereikt de archeologie echter zo nu en dan de nauwkeurigheid van le temps évènementiel ofwel gebeurtenissen waarvan we de duur uitdrukken in uren en dagen. De archeologische reconstructie van militaire operaties kan helpen de versplintering van de oudheidkunde te overbruggen. Alle reden om geïnteresseerd te zijn!

Lees verder “Archeomagnetisme, of: de Bijbel misbruikt”

De visualisering van samenhang

Het model van David Clarke (klik=groot)

In deze reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, blogde ik tot nu toe vooral over de politieke geschiedenis van het antieke Nabije Oosten. Daarover gaan immers de eerste hoofdstukken, culminerend in de gestage groei naar eenheid tijdens de IJzertijd. Lang leek het alsof Assyrië de wereld zou verenigen, maar na een Babylonisch intermezzo waren het de Perzische koningen Cyrus, Kambyses en Darius die het Nabije Oosten omsmeedden tot één vroege staat. Op dit punt aangekomen onderbreken De Blois en Van der Spek de politieke geschiedenis met drie hoofdstukken over religie, economie en staatsbestuur.

Je kunt dit drietal en het politieke verhaal beschouwen als vier aspecten van het verleden. Of als vier manieren om over geschiedenis te vertellen: politieke geschiedenis, godsdienstgeschiedenis, sociaal-economische geschiedenis, institutionele geschiedenis. Door ze te scheiden, zoals onvermijdelijk is, doe je echter tekort aan hun onderlinge samenhang.

Lees verder “De visualisering van samenhang”

Natuur- en geschiedwetenschap

Kleio, de muze van de geschiedwetenschap. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

Het is algemeen bekend dat, als het gaat over het verleden, iedereen het beter weet dan historici. Hun opleiding dient immers nergens toe. Linkse hobby. En de overbodigste historici, dat zijn die van continentaal Europa, die vakken hebben als geschiedtheorie, waarbij ze de kentheoretische basis van hun wetenschappelijke vakgebied leren kennen. Professionalisering, dat moeten we niet willen. Als je dan toch moet praten met een historicus, spreek je liever met een Amerikaan of een Brit, want die beschouwen geschiedenis tenminste slechts als scholarship. Maar beter is het natuurlijk om helemaal niet met historici te praten. Als je een Nationaal Historisch Museum wil stichten, kun je ook wel twee kunsthistorici benoemen als directeur. En voor academisch onderwijs over de Oudheid kun je net zo goed een classicus inzetten. Want kunsthistorici en classici weten het beter dan historici. Iedereen weet het immers beter dan degenen die ervoor zijn opgeleid.

Omdat iedereen het altijd beter weet, krijg je als historicus ook voortdurend advies. Momenteel ligt op mijn bureau een boek dat ik écht moest lezen over de plek waar Jezus zou zijn gestorven (Pakistan). En onlangs kregen historici de goede raad zich eens wat meer te verdiepen in de natuurwetenschappen.

Dat ik daar nou nooit zelf op ben gekomen.

Lees verder “Natuur- en geschiedwetenschap”

Conflictarcheologie

De Canadese archeoloog Bruce Trigger heeft er eens op gewezen dat zijn vakgebied lange tijd geënt was gebleven op de negentiende-eeuwse geschiedschrijving, met dit verschil dat de “grote mannen” waren vervangen door archeologische culturen. Het focus op concurrentie en geweld was echter hetzelfde, en omdat zo in feite werd aangegeven dat oorlog van alle tijden was, bestond de mogelijkheid archeologie te gebruiken om oorlog te rechtvaardigen. Het was immers de normaalste zaak van de wereld. Dat was één reden waarom archeologen in de tweede helft van de twintigste eeuw aarzelden oorlog aan te voeren als verklaring voor culturele veranderingen, zelfs al wisten ze heus wel dat in alle voorindustriële samenlevingen oorlog de voornaamste vorm van kapitaaloverdracht was geweest.

Langzaam laten archeologen deze schroom echter varen en ontstaat een nieuwe geesteswetenschap, die we kunnen aanduiden als conflictarcheologie. De dynamiek zit bijvoorbeeld in een land als België, waar archeologen hebben kunnen vaststellen dat de loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog niet altijd lagen op de plek waar ze volgens de officiële landkaarten lagen. De soldaten, zo was de conclusie, hadden geen idee waar ze waren.

Lees verder “Conflictarcheologie”