Archeologen graven vragen op. Ze toetsen theorieën en streven naar inzicht in de mens als sociaal en cultureel wezen. Het verleden, zo anders dan het heden, helpt immers om het plaats- en tijdeigene van onze eigen cultuur te herkennen en te doorgronden.
Dit alles doen archeologen met wetenschappelijke methoden en principes. Net als in andere vakgebieden gaat het er niet alleen om dingen te ontdekken, maar gaat het tevens om de verwerving van nieuwe categorieën inzicht. Dat gaat de archeologen goed af. In de afgelopen anderhalve eeuw hebben ze hun methoden voortdurend vernieuwd en zo verbreedden en verdiepten ze de aard van hun inzicht. Van ons inzicht.
Detail van een replica van het Pazyryk-tapijt (Tapijtmuseum, Teheran)
Een dezer dagen neemt Jean Bourgeois afscheid van de Gentse universiteit. Hij is in Nederland niet zo bekend, maar hij is een van degenen die zich heeft beziggehouden met archeologische luchtfotografie. Vooral de foto’s uit de Eerste Wereldoorlog hebben de aandacht getrokken, al was het maar omdat zo is vastgesteld dat de kaarten waarop de soldaten destijds hun posities intekenden, substantiële fouten bevatten. Met deze foto’s zijn echter ook zo’n vijfhonderd omwalde hoeven (“moated farms”) uit de Middeleeuwen ontdekt. Dit onderzoek loopt nog steeds en als u iets van de resultaten wil zien, is er dit prachtige boek van Birger Stichelbaut en Piet Chielens.
Skythen in de Altaj
In het midden van de jaren negentig raakte Bourgeois betrokken bij onderzoek in Centraal-Azië, meer precies in de Altaj. Deze regio (drie keer België, twee keer Nederland) is waar Rusland, Kazachstan, China en Mongolië samenkomen. Omdat de Sovjet-Unie er niet op zat te wachten informatie weg te geven aan China, zijn er van dit grensgebied geen goede landkaarten. Omgekeerd heeft China niet zo’n behoefte om informatie te delen over het leefgebied van de Oeigoeren. Ook hier geen landkaarten dus. Dit is voor een oudheidkundige natuurlijk een handicap van de eerste orde. Temeer daar de Altaj belangrijk is. Hier bestaat namelijk nog nomadisme.
Corona-foto van Karthago. Onderaan de Punische havens, midden boven de citadel Byrsa, op het strand rechtsboven de Antonijnse Baden.
De Eerste Wereldoorlog zag de inzet van allerlei nieuwe wapens: vlammenwerpers, duikboten, tanks en vliegtuigen. Die laatsten dienden niet alleen als jagers of bommenwerpers, maar ook voor verkenningsmissies. Met fototoestellen – het gebruik van celluloidfilm was nog betrekkelijk jong – legden de piloten vast waar de vijand nieuwe strijdkrachten verzamelde en welke versterkingen hij had aangelegd.
Archeologische luchtfotografie
En passant ontdekte men ook de verkleuringen in de bodem die duiden op antieke huizen of sloten, de zogeheten soil marks. Ook ontdekten de fotografische diensten allerlei crop markswaarover ik al eens blogde. Aanvankelijk waren de foto’s geheim en omdat geen archeoloog er veel van wist, bleven ze vergeten. Het onderzoek is dan ook iets van de laatste decennia en in de Lage Landen speelt vooral het Centrum voor Historische en Archeologische Luchtfotografie van de Universiteit van Gent een rol. Hier is een overzicht. En daar is een artikel over middeleeuwse versterkte boerderijen, geïdentificeerd op luchtfoto’s uit de Eerste Wereldoorlog. De Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog, met die beroemde U2-vliegtuigen, gaven weer andere luchtfoto’s. Meer informatie hier en daar.
Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie
Gisteren bood ik op deze plaats een overzicht van een kleine veertig dingen die mensen zouden moeten weten over geschiedvorsing. Aangezien de historische canon van Van Oostrom / Kennedy geschiedenis presenteert als het ene feit na het andere, wilde ik toch eens benadrukken dat geschiedenis ook een wetenschap is.
Een van de trouwste lezers van deze blog, CK uit het archeologisch en historisch zo rijke Nijmegen, wees me erop dat een archeologiecanon ook niet zou bestaan uit een lijst van losse opgravingen, maar uit een lijst van methodische en technische vernieuwingen. In een telefoontje bespraken we dat archeologen, doordat ze de wetenschappelijke dimensie almaar niet benoemen en zich verschuilen achter de monumentenwetgeving, zélf de reden zijn waarom een staatssecretaris van Cultuur zich afvraagt wat hij aan moet met musea vol opgegraven potten en pannen, waarom de limesvoorlichting zo verrekte contraproductief is, waarom een hoogleraar publiek begrip van wetenschap de raarste dingen kan vertellen over het Rijksmuseum van Oudheden en waarom De Volkskrant archeologie te onbelangrijk vindt om iets te rectificeren. Een Nijmegenaar herinnert zich natuurlijk ook de aquaductenaffaire en de affaire in de buurgemeente Cuijk.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.