Herlevingswonderen

O.L.V. Sterre der Zee, Maastricht

Eén van de wetenschapsjournalisten met wie ik vrijdag in Maastricht werd rondgeleid, was Herman Clerinx, wiens boek Een paleis voor de doden ik een maand of twee geleden heb gelezen. Het was een leuk toeval kennis met hem te kunnen maken, zo kort nadat ik zijn boek had besproken in het NRC Handelsblad. Hij vertelde me dat hij nu bezig was met een boek over de Kelten en attendeerde me op een andere publicatie van zijn hand, een artikel over “herlevingswonderen”.

Daar had ik nog nooit van gehoord, maar het gaat om een intens-menselijk stukje van de rooms-katholieke traditie. In de voorindustriële tijd, toen gezonde voeding en goede hygiëne niet vanzelfsprekend waren, was de zuigelingensterfte immens – ik zal er binnenkort over bloggen – en werden ook veel kinderen dood geboren. Was dat al verschrikkelijk voor de ouders, het werd nog erger doordat de kerk verbood ongedoopte kinderen te begraven in gewijde aarde. De baby werd dan bijgezet te midden van moordenaars en andere mensen die hun plaats in het Koninkrijk hadden verspeeld. Niet bepaald troostrijk.

Lees verder “Herlevingswonderen” →

Hoe vind of verzin ik een Romeinse boerderij?

Een stuk bewerkte natuursteen in de crypte van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.

Een stuk steen als hierboven, daar loop ik doorgaans aan voorbij zonder er veel acht op te slaan. Zeker als die steen ligt in de crypte van een kerk, in dit geval de Sint-Servaas in Maastricht, waar sculptuur ligt uit vroege bouwfasen van de kerk. Meestal zit middeleeuws beeldhouwwerk hoog in een portaal, in het timpaan boven de eigenlijke toegang, en kun je vooral genieten van de compositie als geheel, maar hier lag het op ooghoogte en kun je kijken naar het eigenlijke beeldhouwwerk.

Genoeg te zien dus om niet te letten op het blok grauwe, harde kalksteen, maar gelukkig was ik er met archeoloog Eric Wetzels, die afgelopen vrijdag enkele wetenschapsjournalisten rondleidde door zijn stad. Hij wees me op een interessant detail: de slijtsporen aan de rand hieronder. Dit is niet zomaar slijtage, die ontstaat als een steen door middel van wat stukken touw wordt versleept. Hier zijn lange tijd touwen doorheen gegaan, misschien wel eeuwenlang. Alleen zo slijt je er zulke diepe groeven in.

Lees verder “Hoe vind of verzin ik een Romeinse boerderij?” →

Het Romeinse platteland

Romeinse tuin (Museumpark Orientalis)

Antieke steden zijn goed herkenbaar: ook na enkele eeuwen vallen de ruïnes nog altijd op. Het waren echter niet de enige nederzettingen in de Lage Landen. De oude heuvelforten van de oorspronkelijke bewoners werden weliswaar overvleugeld door de hoofdsteden van de Romeinse gemeentes, maar werden niet allemaal verlaten.

In de buurt van de militaire kampen lagen burgerlijke nederzettingen waar kooplieden, kroegbazen en de gezinnen van de soldaten verbleven. Aan de kust lagen vissersdorpen en zeehavens als Boulogne, Domburg, Colijnsplaat en Katwijk. Kolenbranders en jagers woonden in de bossen, mijnwerkers bij de groeven en pottenbakkers op plaatsen met goede klei, zoals in Berg en Dal, waar op industriële schaal dakpannen werden vervaardigd. Rond Heerlen werd even grootschalig keramiek geproduceerd: momenteel zijn er niet minder dan zesenveertig pottenbakkersovens bekend.

Lees verder “Het Romeinse platteland” →

Stedelijke rechten

Agrippa, de stichter van Nijmegen (Altes Museum, Berlijn)

Ik had er eigenlijk niet over willen bloggen, maar het onderwerp dook in vier dagen drie keer op: wat is de oudste stad van Nederland? Die vraag leeft nogal in Maastricht (dat ooit toeristen lokte met de slagzin “Maastricht staat op zijn Romeinse verleden”), in Nijmegen (dat elk decennium een ander stichtingsjaar heeft en in Tongeren (waar alle bewijs bestaat uit een inscriptie die niemand ooit heeft gezien).

De eeuwige negentiende eeuw

Als ik het goed zie, is het in feite een negentiende-eeuws discussie. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is er te weinig informatie over de oude wereld en spelen de vooronderstellingen van de oudheidkundige een belangrijke rol bij de interpretatie van de schaarse data. Dat is de aard van het vak, maar als je niet oppast neem je de vooronderstellingen van je voorgangers over. En dat lijkt hier te zijn gebeurd: in de negentiende eeuw ging men ervan uit dat er zoiets was geweest als Romeins stadsrecht, zoals dat in de Middeleeuwen ook had bestaan.

Lees verder “Stedelijke rechten” →

Het chantagegebed

O.L.V. Sterre der Zee

Chantage is niet zo netjes. Je verwacht ook niet dat gelovige mensen, christenen bijvoorbeeld, God zullen chanteren. Toch is dat de strekking van het gebed tot Onze Lieve Vrouwe, Sterre der Zee, in Maastricht. De schrijver of schrijfster van dit gebed speelt danig in op de gevoelens van Maria.

O Maria, Sterre der Zee,
zie mij hier neergeknield voor Uw genadetroon,
waar reeds ontelbare minnaren van Uw moederhart
de grootste gunsten door U hebben ontvangen;
waar Gij voor de bedroefden troost,
voor de noodlijdenden hulp,
voor de zieken genezing,
voor de zondaars vergiffenis verkrijgt.

O liefste Moeder,
ik kom thans tot U met het grootste vertrouwen.
De menigvuldige wonderen
die hier op Uw voorspraak geschied zijn,
vervullen mij, ellendige zondaar, met de zoetste hoop,
dat Gij, Moeder van barmhartigheid,
ook mijn bede zult verhoren.

Ja, ik smeek en bid U, o zoetste Moeder,
o genaderijke “Sterre der Zee”,
laat mij van hier niet weggaan zonder verhoord te zijn.
Gij kunt mij helpen,
gij zijt immers de machtigste na God;
gij wilt mij helpen,
omdat Gij zo vol liefde zijt voor al Uw kinderen.

Herinner U, o goedertierenste Maagd,
dat het nooit gehoord is,
dat iemand die vertrouwvol tot U zijn toevlucht nam,
door U verlaten is;
zou ik dan de eerste ongelukkige zijn,
die Gij onverhoord van U liet heengaan?

Neen, neen, o goede Moeder,
op deze heilige plaats zult Gij,
door uw alvermogende voorspraak,
mij hulp in mijn nood en troost in mijn lijden verwerven.
Amen.

Lees verder “Het chantagegebed” →