De opvolging van keizer Augustus

Munt met Augustus en Agrippa (Musée d’Archéologie Nationale, Saint-Germain-en-Laye)

“De regerende keizer,” zo schrijven De Blois en Van der Spek in Een kennismaking met de oude wereld, “moest proberen te vermijden dat de legers – die feitelijk de grootste macht bezaten – na zijn dood eigen kandidaten naar voren zouden schuiven.” Dan zouden de burgeroorlogen herleven. Erfopvolging was de oplossing, vervolgen de twee oudhistorici, want “de soldaten voelden zich meer verbonden met de persoon en de familie van de keizer dan met de abstracte wetten en regels van de staatsregeling.”

Ik weet niet of het laatste wel helemaal waar is. Alsof gewone soldaten het belang van staatsrecht niet zouden begrijpen. Het eerste is echter wel degelijk waar: dat het leger zich met de vorst verbonden voelde, is goed gedocumenteerd. Augustus moet het als geen ander hebben geweten: hij had het leger van zijn oudoom en adoptiefvader Caesar geërfd. Zelfs al waren de legionairs gedemobiliseerd, ze keerden terug onder hun standaards om Octavianus te helpen.

Lees verder “De opvolging van keizer Augustus”

Hellenisme: Alexanders opvolgers

Seleukos I Nikator (Louvre, Parijs)

Het is wat, met alle corona en polarisatie, en ik kan me voorstellen dat u in alle drukte even niet paraat hebt hoe het ook alweer zit met het hellenisme en de diadochenoorlogen. Kan de beste overkomen hoor, maakt u zich geen zorgen, ik praat u wel even bij.

Alexander de Grote stierf op 11 juni 323 v.Chr. en zijn kolonels benoemden zijn broer Arridaios tot koning. Dat was nogal een besluit, want de man was verstandelijk beperkt en er moest dus een regent komen, Perdikkas. Ze hadden ook Alexanders oudste zoon kunnen benoemen, Herakles, maar diens moeder Barsine behoorde bij een hoffactie die in deze tijd op z’n retour was. De kolonels spraken bovendien af dat als Alexanders echtgenote Roxane, die op dat moment in verwachting was, een zoon zou krijgen, ook deze als koning zou worden erkend. Dat werd Alexander IV.

Lees verder “Hellenisme: Alexanders opvolgers”

De opvolging in Assyrië

De koning en de toekomstige koning van Assyrië: Sargon (r) en Sanherib (l). Reliëf uit Khorsabad, nu in het Louvre, Parijs.

In eerdere stukje heb ik beschreven hoe Assyrië met een combinatie van efficiënt (en wreed) militair optreden, competente bureaucratie en gedegen bestuur het Midden-Oosten verenigde en de grondslagen legde voor een wereldrijk dat later weliswaar door de Babyloniërs, Perzen en Macedoniërs zou worden overgenomen maar steeds een eenheid bleef. Het doorgeven van de macht was hierbij vanzelfsprekend. Het was een van de centrale thema’s in het denken van het antieke Nabije Oosten.

Het keert op allerlei punten terug. In de mythische tijd was bijvoorbeeld de macht van de ene generatie goden overgegaan op een andere. Er was geen enkele reden om niet alle goden in één pantheon onder te brengen, als one happy family onder leiding van een wijze oeroude oppergod, maar zo zagen de Mesopotamiërs het niet. Na de scheppergoden en na Enlil was het de beurt van Marduk.

Lees verder “De opvolging in Assyrië”