Caesar houdt een landdag in Sevilla

De Guadalquivir bij Sevilla

Het was eind april en het was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En de voorgaande volzin wil zeggen, zoals u weet, dat dit een nieuwe aflevering zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

De val van Munda

In het vorige stukje zagen we dat Caesar van Córdoba via Sevilla naar Cádiz was gegaan. In dezelfde tijd was zijn gevluchte tegenstander Gnaeus Pompeius om het leven gebracht. Al die tijd was er gevochten om Munda, waar Caesars verslagen tegenstanders hun toevlucht hadden genomen. Verschillende belegerden wisten dat ze hun kans op genade, de Clementia Caesaris, hadden verspeeld. Zij hadden geen andere mogelijkheid dan te vechten tot het bittere einde. Anderen konden echter nog wel rekenen op een lankmoedige behandeling en dat moest wel leiden tot spanningen. Uit De Spaanse Oorlog hebben we een verslag waarin een kleine lacune zit.

Lees verder “Caesar houdt een landdag in Sevilla”

Pompeius en Caesar bij Munda

De campagne bij Munda volgens Kromayer

Als ik u zeg dat het de idus van maart was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.), dan weet u dat dit een nieuwe aflevering is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

In de voorgaande weken had Caesar zijn tegenstanders, die je kunt aanduiden als republikeinen die stand hielden in Spanje, of als Pompeianen die geen alternatieven meer hadden, overwonnen in verschillende gevechten. Hij had eerst Ulia ontzet. Een overval op Córdoba was niet gelukt, maar Ategua was bezet zonder al te veel gevechten. Zijn tegenstander Pompeius Junior had slechts enkele nauwelijks serieuze tegenaanvallen gedaan. Ucubis was op last van Pompeius in brand gestoken. Ventipo was zonder noemenswaardige problemen in Caesars handen gevallen. Carruca was door Pompeius zelf achtergelaten en in brand gestoken. Steeds meer soldaten liepen over naar Caesar en dat dwong Pompeius tot actie.

Lees verder “Pompeius en Caesar bij Munda”

Waar lag Munda?

De vlakte van Munda: de westelijke locatie

Zoals u wellicht weet ben ik bezig met een reeks over Julius Caesar en de Tweede Burgeroorlog. Inmiddels zitten we ergens in Tunesië in het jaar 46 v.Chr. Binnenkort keert Caesar terug naar Italië, bereidt daar allerlei hervormingen voor en reist dan af naar Spanje om het op te nemen tegen de zonen van Pompeius. Ik heb die blogjes, die in maart 2025 online gaan, al geschreven. Misschien herinnert u zich dat ik vorig jaar augustus ik in Andalusië ben wezen kijken. Ik kan u alvast verklappen: niet de slag bij Farsalos was de beslissende strijd. De slag bij Munda was veel grootschaliger en Caesar vocht daar, naar eigen zeggen, niet voor de overwinning maar voor zijn leven.

Er is echter een probleem. Niemand weet waar Munda ligt. Na de veldslag verloor het stadje aan betekenis en het wordt vrijwel niet meer vermeld. In een opsomming van Andalusische coloniae spreekt Plinius de Oudere er al over in de verleden tijd. De beschrijving van de veldslag bevat een vermelding van een rivier en een heuvelrug, maar die zijn in Andalusië net zo gewoon als sloten in een Hollandse polder. Er is echter een inscriptienoot EDCS-21300310. die meldt dat keizer Augustus, “zoon van de overwinnaar bij Munda”, de muren van Astigi (het huidige Écija) heeft laten repareren wegens de verdiensten van het stadje in de Spaanse Oorlog. Die inscriptie is echter als vals gebrandmerkt omdat er een geschiktere kandidaat is: Montilla, veertig kilometer ten oosten van Écija.

Lees verder “Waar lag Munda?”

Een dienstreis naar Munda

De heuvelrug bij Munda

Vandaag was de grote dag: ik ging op weg naar Munda, de plaats waar Julius Caesar op 16 maart 45 v.Chr. zijn gevaarlijkste tegenstander versloeg: Gnaeus Pompeius Junior. Als u mijn Caesar-reeks volgt, bent u bent hem al tegengekomen als vlootcommandant. Caesar had in de slag bij Farsalos weliswaar Pompeius Senior verslagen, maar was vervolgens in Egypte vast komen zitten, waarop zijn republikeinse tegenstanders het verzet hadden gereorganiseerd in Tunesië en Spanje.

Het Spaanse leger was groter dan wat Caesar in het veld kon brengen en de Pompejanen hadden redenen om bloedfanatiek te zijn. Ook had Pompeius het slagveld zorgvuldig gekozen en feitelijk een val voor Caesar opgezet. De dictator zou zegevieren, maar verklaarde achteraf niet alleen te hebben gevochten voor de overwinning, maar ook om te overleven. Latere bronnen schrijven hem zelfs zelfmoordplannen toe. Munda was een enorm belangrijk gevecht.

Lees verder “Een dienstreis naar Munda”

Turdetanische krijger

Turdetanische krijger (Musée des Antiquités nationales, Saint-Germain-en-Laye)

Osuna, het antieke Urso, ligt in het midden van de vlakte tussen Córdoba en Sevilla. Ik herinner me een provinciestadje, een kathedraal en een ruïneveld. Ook herinner ik me de landeigenaar, die een schilderijtje van een Vlaamse meester in zijn slaapkamer had hangen. En vooral herinner ik me de illegale opgravers die me wel wat oudheden wilden aansmeren.

Olijven

In de Oudheid stond de vlakte rond Osuna, die zich uitstrekte van de Guadalquivir tot de uitlopers van de Sierra Nevada, vol olijfbomen. De amforen die naar Rome zijn geëxporteerd en daar zijn weggeworpen op de Monte Testaccio, zijn beroemd geworden omdat ze een reconstructie van de Andalusische olijfolienijverheid mogelijk maakten. Dat is, voor de oude wereld, een unicum. De Carbonell-olijfolie die u bij Albert Heijn of Delhaize koopt, vertegenwoordigt een eeuwenoude agrarische traditie.

Lees verder “Turdetanische krijger”