Het leger van Caesar

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar.

Ik zou dit blogje kunnen aankondigen met “Het was quintilis in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde”. En ik zou dit traditiegetrouw kunnen omrekenen naar juli 45 v.Chr., zodat u wist te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Ik zou dan kunnen vertellen dat hij op weg was naar noordelijk Italië en ik zou kunnen speculeren over zijn route. Dat zou allemaal kunnen, maar liever behandel ik een algemener onderwerp dat niet precies valt te koppelen aan een kalenderdatum: het leger.

Investeren in jezelf

Het Romeinse leger had ooit bestaan uit dienstplichtige boeren. Die waren rijk genoeg om een wapenrusting te betalen. In de loop van de tweede eeuw v.Chr. waren de soldaten echter steeds vaker gerekruteerd uit het proletariaat. Hierdoor was het leger van karakter veranderd. De militaire dienst was niet langer een dienst aan de staat, maar een manier om jezelf te verrijken. Wat ooit een eervolle taak voor de gemeenschap was geweest, verwerd, om de beruchte woorden van Wim Deetman te parafraseren, tot slechts “een investering in jezelf”.

Lees verder “Het leger van Caesar”

XII Fulminata, het bliksemlegioen

Een soldaat van XII Fulminata (Capitolijnse Musea, Rome)

Het heeft er de schijn van, al is het niet bewijsbaar, dat de nummers van de Romeinse legioenen al vóór Julius Caesar waren gekoppeld aan provincies – wat in de tijd vóór Caesar overigens geen territoriaal afgebakende gebieden waren maar aangewezen oorlogszones. De eerste vier legioenen stonden ter beschikking van de twee consuls, de nummers vijf en zes lagen in de twee Spaanse provincies en de nummers VII, VIII, VIIII en X lagen in de Provence en op de Po-vlakte. Waarna de oostelijker gebieden weer hogere nummers hadden.

Caesar

Toen Caesar gouverneur werd van de Provence en de Po-vlakte, beschikte hij dus over vier legioenen. Voor de oorlog tegen Helvetiërs die in 58 v.Chr. uitbrak, voegde hij er twee aan toe, die hij de nummers XI en XII gaf. Over dat laatste legioen wil ik het vandaag hebben. Het heeft tijdens de Gallische Oorlog zeker gestreden in de slag aan de Sabis (de Selle in Noord-Frankrijk) tegen de Nerviërs; het nam deel aan de belegering van Bourges, onderscheidde zich bij Lutetia en hielp bij de blokkade van Alesia.

Lees verder “XII Fulminata, het bliksemlegioen”

Domitianus (32): De Palatijn

Reconstructie van de troonzaal op de Palatijn

De Palatijn! Mooi hè. Zo zag de troonzaal eruit in het paleis dat de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) liet bouwen op de centrale heuvel in Rome. Het groen basalten standbeeld links staat tegenwoordig in Parma met een ander beeld uit dezelfde reeks: een Hercules en een Dionysus. In de Romeinse sculptuur behoren deze macho’s, die zich evident hebben vergrepen aan de anabole steroïden, tot mijn persoonlijke favorieten.

Ergens in deze zaal hing de voorhang uit de tempel in Jeruzalem. Na een audiëntie deed rabbi Eleazar ben Yose verslag:

Ik heb de voorhang gezien en er zaten veel vlekken in van het bloed van de os en de bok van Grote Verzoendag.

De menora, eveneens afkomstig uit de tempel in Jeruzalem, schijnt te hebben gestaan in de door Domitianus’ vader Vespasianus gebouwde tempel van de Vrede.

Lees verder “Domitianus (32): De Palatijn”

Casanova

Casanova
Casanova

Ze schijnen echt te bestaan, mensen die nooit de memoires van Casanova hebben gelezen. En dat is natuurlijk vreemd. Het kan gebeuren dat ouders verzuimen hun kinderen kennis te laten maken met Jules Verne; niet iedereen heeft de middelen voor de aanschaf van het verzameld werk van W.F. Hermans; er zullen buitengewesten bestaan waar men geen Kuifje leest; natuurlijk mag je halverwege De toverberg zeggen dat het te saai is om verder te lezen. Dat kan allemaal, dat mag ook allemaal, maar dat er mensen zijn die nooit iets hebben gelezen van Casanova, dient te gelden als ernstige misstand.

Een maatschappelijke misstand, want een individuele keuze kan het niet zijn. Wie kennismaakt met de autobiografie van Casanova, leest haar uit. Het is hét hoogtepunt van de achttiende-eeuwse Europese letteren. Als mensen de twaalf delen niet allemaal lezen, kan dat alleen komen doordat hun nooit is verteld hoe geweldig boeiend Casanova is en het achterhouden van zulke informatie is gewoon asociaal wangedrag. Een ernstige misstand dus waarover, zelfs in de jaren waarin Jan Peter Balkenende hamerde op het belang van nette maatschappelijke omgangsvormen, nooit ook maar één Kamervraag is gesteld.

Lees verder “Casanova”

Hercules en Dionysus

Dionysus en Hercules (Parma)
Bacchus en Hercules (Parma)

Het moet 2001 zijn geweest toen ik met mijn vaste reisgenoot naar Parma ging. We sliepen in een hotel bij het station waarvan ik me alleen herinner dat er een vrouw was die, toen wij onze auto uit de garage kwamen halen, met een gele Lamborghini naar buiten kwam stuiven. Wat ik me ook van Parma herinner zijn bovenstaande twee kolossale beelden uit de Galleria Nazionale. Het zijn de halfbroers Bacchus en Hercules.

Ze zijn gemaakt van een basaltachtige, Egyptische steensoort die bekendstaat als “bekhen” en een groenige, ietwat metaalachtige kleur heeft. Ze dateren uit de laatste jaren van de eerste eeuw na Chr. en stonden ooit in Rome in de Aula Regia, de troonzaal van de Romeinse keizers op de Palatijn.

Lees verder “Hercules en Dionysus”