Byblos in de IJzertijd (en daarna)

Fenicische toren

De steden van Fenicië, waaronder Byblos, hadden te maken met een geduchte vijand: het Assyrië waarover ik vorig jaar al zoveel heb geschreven (overzicht). De Assyrische koningen eisten tribuut van de havensteden, die weinig anders konden doen dan hun handelsnetwerken benutten om het gevraagde te bemachtigen. Zo rond 800 strekte dit netwerk zich uit tot Karthago in Tunesië en verder, tot aan de Atlantische Oceaan.

Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf werd Byblos langs deze handelsroutes overvleugeld door andere steden, vooral Tyrus, maar de Byblische kooplieden wisten nieuwe markten aan te boren, zoals Griekenland, dat via Byblos papyrus importeerde uit Egypte. Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is. Uit deze periode, die in Libanon niet heel goed is gedocumenteerd, is in Byblos nog een toren te zien. Ik kom later deze week nog even terug op een vondst uit deze tijd.

Een lief leeuwtje in het Perzische terras

Na de val van de Assyrische hoofdstad Nineve in 612 v.Chr. verschoof de macht naar de Babyloniërs, maar de Fenicische steden moesten evengoed tribuut betalen. Dat veranderde niet toen de Cyrus de Grote, de grondlegger van het Achaimenidische ofwel Perzische Rijk de macht in 539 overnam. Tijdens de regering van zijn zoon en opvolger Kambyses (r.530-522) veroverden de Perzen Egypte, wat alleen mogelijk was doordat ze de Mediterrane havens beheersten, wat op zijn beurt alleen mogelijk was doordat ze een vloot hadden gebouwd. Die was gestationeerd in Sidon, waar de Perzische havenwerken nog altijd te zien zijn, en Byblos, waar de Fenicische toren werd uitgebreid met een Perzisch fort.

Munt van koning Adramelek van Byblos: een oorlogsschip en een gevleugeld zeepaard.

Het einde van de Perzische heerschappij kwam in 333 v.Chr., toen de Macedoniërs van Alexander de Grote het Nabije Oosten onder de voet liepen. Byblos was een van de eerste steden die capituleerde. Na de dood van Alexander behoorde de stad tot Koile Syria, het “holle Syrië” (m.a.w. de Jordaan- en Bekaavallei), dat omstreden was tussen de rijken van Alexanders opvolgers, de Seleukiden en Ptolemaiën. Een leuk monument uit deze tijd is de enorme kolossus waarover ik al eens blogde.

Odeon

In 64 v.Chr. namen de Romeinen de macht over. Zoals alle steden in het Middellandse Zee-gebied bloeide ook Byblos in de eerste eeuwen van onze jaartelling. De stad groeide en werd vanaf de dubbele heuvel uitgebreid met een benedenstad. Daar zullen al wel eerder mensen hebben gewoond, maar het gebied werd nu systematisch ontwikkeld met de gebruikelijke elementen: het schaakbord-achtige stratennetwerk met een cardo (momenteel in gebruik als een langgerekt parkje) en daarop kruisende decumanus, een aquaduct en een nymphaeum (fontein).

Een dronken Silenos. Nationaal Museum, Beiroet

Op de heuvels van Byblos werd de “colonnaded street” aangelegd die archeologen overal in het Nabije Oosten aanwijzen en bovenop de eeuwenoude L-vormige tempel en de tempel met de obelisken verrees een odeon, een stadsgehoorzaal. Er zijn uit deze bloeitijd enkele prachtige mozaïeken bekend.

De Grieks-orthodoxe kerk van Byblos

Het christendom moet in de tweede of derde eeuw zijn aangekomen en werd in de vierde eeuw erkend. De kerken waren in de benedenstad, niet ver van de noordelijke haven. Dit deel van de stad bleef tot op de huidige dag in gebruik, ook toen de oorspronkelijke stad door de aardbeving van 551 was vernietigd, ook na de Arabische verovering, ook nadat de Kruisvaarders het stadje hadden overgenomen en een enorm, puntgaaf bewaard kasteel hadden gebouwd op de rand van de aloude heuvel. De noordwestelijke benedenstad is tot op de dag van vandaag bewoond en de waterbron waar het allemaal begon, was tot 1936 in gebruik.

Het Kruisvaarderskasteel

11 gedachtes over “Byblos in de IJzertijd (en daarna)

  1. gmknepper

    “Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is.”
    Een beetje off-topic misschien, maar het zit zo:
    Het Griekse woord voor ‘papyrus’ is βύβλος (bublos), een enkele keer ook βίβλος (biblos). Het woord ging allengs, logischerwijs, ook ‘boekrol’ betekenen.
    Βιβλίον (biblion) is daarvan het verkleinwoord, dus eigenlijk ‘stuk papyrus’, ‘document’. Ten slotte ook gewoon ‘boekrol’ (in het Hellenistisch Grieks verloren verkleinwoorden meestal hun verkleinende functie).
    Maar waar komt het woord vandaan? Het is duidelijk niet oorspronkelijk Grieks (d.w.z.: niet Indo-Europees); en de Fenicische stad heette ook Bublos. Nou ja, dat wil zeggen: in het Fenicisch heette die stad helemaal niet zo iets als Bublos, maar G.b.l (op de puntjes hoorden klinkers die we nu niet meer kennen), dus eigenlijk is een ‘vergrieksing’ tot Bublos heel gek en onverklaarbaar. Het is daarom waarschijnlijk, dat de Griekse naam van de stad van het woord voor papyrus is afgeleid, en niet andersom.

    1. Theo Joppe

      Als dat klopt, dan zitten we nog altijd met het probleem waar het woord ‘bublos’ vandaan komt. Misschien iets Semitisch of Egyptisch?
      Of zou het toch ‘oorspronkelijk Grieks’ zijn (wat dat ook moge zijn)? Het woord komt in ieder geval al een enkele keer bij Homerus voor, maar dan als het materiaal waarvan stevige kabels zijn gemaakt. Je kunt je dus voorstellen dat het woord eigenlijk ‘hennep’ (o.i.d.) in het Grieks betekende, maar later ook werd gebruikt voor papyrus.

      1. gmknepper

        Bublos is vrijwel zeker geen oorspronkelijk Grieks woord: het heeft geen Indo-Europese etymologie. Bij Homerus (Od. 21.391) vinden we βύβλινος (bublinos), met als betekenis ‘gemaakt van papyrus’ (van de vezels van papyrus werden touw en kabels gemaakt), maar dat helpt ons dus niet voor de herkomst van het woord. Als het niet Grieks is, is het dus ofwel een leenwoord, of een voor-Grieks woord. Beide is mogelijk; als het een leenwoord is, dan hebben we (nog) niet kunnen vaststellen uit welke taal het afkomstig is: Egyptisch of een Semitische taal zou dan inderdaad voor de hand liggen, maar we hebben nog nergens een woord aangetroffen dat erop lijkt. Er is aanleiding voor de veronderstelling dat het voor-Grieks woord is; in dat geval hebben de Grieken het dus overgenomen van de bevolking die ze in Griekenland aantroffen toen ze daar arriveerden.

  2. Hans van der Valk

    Op de keerzijde van de munt van Adramekel (een shekel van ca 14 gram zilver) staat in Fenicisch schrift, dat hij ‘milk Gubl’ was. Dit houdt in, dat hij zich koning van Gebal noemde, wat overeenkomt met de G.b.l. uit de reactie van ‘gmknepper’ hierboven. Adramekel regeerde van ca 348 v.Chr. tot of tot kort voor dat de stad zich in 332 v.Chr. aan Alexander de Grote overgaf.
    De munt kan ook als een reclameobject beschouwd worden. Onder het gevleugeld zeepaard is de schelp van de purperslak afgebeeld. De kleurstof, die deze slak leverde, was voor de Feniciërs een belangrijk handelsproduct.

      1. Hans van der Valk

        De schelp van de purper zit onder het lijf en de staart van gevleugeld zeepaard en is te zien als en stel scheve banden.

    1. gmknepper

      G.b.l., waarschijnlijk ongeveer te lezen als “Gublu” is verwant aan het hedendaagse Arabisch جَبَل‎ (jabal): ‘berg’.

Reacties zijn gesloten.