Namen en nummers

Dakpan van het Twaalfde Legioen Victrix. De naamstempel was goed zodat de naam van de eenheid in spiegelbeeld staat (Palais Rohan, Straatsburg)

Een legioen was een Romeinse infanterie-eenheid. In de loop der eeuwen varieerde de omvang, maar in de Keizertijd moeten we denken aan zo’n 5300 zwaarbewapenden. Dit waren beroepssoldaten die zo’n twintig jaar dienden en na afloop een boerderij konden krijgen als oudedagsvoorziening. Met wat spaargeld om slaven te kopen hoefden ze zich geen zorgen te maken. Wie kon lezen en schrijven, kon bovendien een administratieve carrière maken en promotie maken: centurio, misschien nog verder. De loopbaan van Velius Rufus geeft een idee van wat er mogelijk was voor iemand die beschikte over talent, moed en contacten.

Net als in onze tijd, waarin eenheden “Eerste Divisie ‘7 December’” kunnen heten, had elk legioen een nummer en een naam. In Nijmegen waren vanaf 70 achtereenvolgens het Tweede Legioen Adiutrix, het Tiende Legioen Gemina en het Negende Legioen Hispana gestationeerd. Het Derde Legioen Augusta was het garnizoen van de Maghreb. Het Tweede Legioen Parthica was de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het Vierde Legioen Italica is een mysterie. Het Zesde Legioen Victrix hees Constantijn de Grote op het schild. De vraag is: waarom zou je eenheden een nummer én een naam geven? En een andere vraag: waarom zijn er diverse eerste legioenen maar ontbreken er ook sommige nummers? Was het niet logischer alle nummers één keer te gebruiken?

Lees verder “Namen en nummers”

Alesia (1)

Caesar, die met zijn verslag van de strijd om Alesia zichzelf de hemel inschreef (Altes Museum, Berlijn)

Veel Romeinse auteurs meenden dat de verovering van Karthago – ik blogde er al over – het begin was geweest van een periode van zedenverval. Geldzucht en machtswellust hadden hun intrede gedaan, de Romeinen hadden hun oprechtheid verloren, list en geweld waren acceptabele politieke middelen geworden. Het was van kwaad tot erger gegaan doordat militaire leiders de Senaat onder druk zetten en de Volksvergadering paaiden met geschenken, waardoor het volk lui en vadsig zou zijn geworden.

Titus Livius gaf de lezers die zijn geschiedwerk ter hand namen het advies erop te letten hoe de moraal eerst begon af te brokkelen, vervolgens meer en meer verviel en uiteindelijk in hoog tempo ineenstortte. De enige antieke auteur die verder keek dan het zogenaamde verval van normen en waarden, was Appianus van Alexandrië, die aan het begin van zijn boek over de Burgeroorlogen de diepere sociaal-economische veranderingen beschreef.

Lees verder “Alesia (1)”

De limes aan de Beneden-Donau

Novae
Novae aan de Beneden-Donau

“Limes” is de moderne naam voor de grens van het Romeinse Rijk. Voor zover die liep langs de Beneden-Rijn of langs de Eufraat, kende ik die al, en ook in Arabië en in de Libische Sahara ben ik wel eens wezen neuzen, maar het stuk door het Zwarte Woud en langs de Donau kende ik nog niet. Twee jaar geleden ben ik dat deel dus gaan verkennen: we reisden eerst naar Stuttgart en zakten vervolgens de Donau af langs Wenen, Carnuntum, Aquincum (Boedapest), Sirmium, Singidunum (Belgrado) tot aan Viminacium. Dat kostte twee weken, en dus stelden we het laatste deel uit.

Nu ben ik in Bulgarije, waarmee ik de Donaureis afrond. Zaterdag bezochten we Nicopolis ad Istrum en Novae (Svishtov): het eerste een grote burgerlijke nederzetting, het tweede een legioenbasis. Het gaat hier om een gebied dat ooit werd bewoond door de Thracische Geten maar door de Romeinen Beneden-Moesia werd genoemd, een naam waarvan we de herkomst niet goed begrijpen. Het is ook niet bekend wanneer de Romeinen het onderwierpen, al staat vast dat het in de latere regeringsjaren van keizer Augustus is gebeurd: de naam “Moesia” duikt in 16 na Chr. voor het eerst op, ik meen bij Strabo of Ovidius.

Lees verder “De limes aan de Beneden-Donau”