Namen en nummers

Dakpan van het Twaalfde Legioen Victrix. De naamstempel was goed zodat de naam van de eenheid in spiegelbeeld staat (Palais Rohan, Straatsburg)

Een legioen was een Romeinse infanterie-eenheid. In de loop der eeuwen varieerde de omvang, maar in de Keizertijd moeten we denken aan zo’n 5300 zwaarbewapenden. Dit waren beroepssoldaten die zo’n twintig jaar dienden en na afloop een boerderij konden krijgen als oudedagsvoorziening. Met wat spaargeld om slaven te kopen hoefden ze zich geen zorgen te maken. Wie kon lezen en schrijven, kon bovendien een administratieve carrière maken en promotie maken: centurio, misschien nog verder. De loopbaan van Velius Rufus geeft een idee van wat er mogelijk was voor iemand die beschikte over talent, moed en contacten.

Net als in onze tijd, waarin eenheden “Eerste Divisie ‘7 December’” kunnen heten, had elk legioen een nummer en een naam. In Nijmegen waren vanaf 70 achtereenvolgens het Tweede Legioen Adiutrix, het Tiende Legioen Gemina en het Negende Legioen Hispana gestationeerd. Het Derde Legioen Augusta was het garnizoen van de Maghreb. Het Tweede Legioen Parthica was de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het Vierde Legioen Italica is een mysterie. Het Zesde Legioen Victrix hees Constantijn de Grote op het schild. De vraag is: waarom zou je eenheden een nummer én een naam geven? En een andere vraag: waarom zijn er diverse eerste legioenen maar ontbreken er ook sommige nummers? Was het niet logischer alle nummers één keer te gebruiken?

In de Late Republiek hadden de legioenen alleen een nummer. De eerste vier nummers waren gereserveerd voor de legers van de twee consuls, nummer vijf en zes lagen op het Iberische Schiereiland, Julius Caesar kreeg het Zevende, Achtste, Negende en Tiende toen hij gouverneur werd van Gallië en de hogere nummers lagen vermoedelijk in Macedonië, Klein-Azië en Syrië. De eenheden lijken toen dus al min of meer permanente locaties te hebben gekend.

Toen Caesar, die eigenlijk Dacië had willen onderwerpen, werd geconfronteerd met de Gallische Oorlog, lichtte hij het Elfde en Twaalfde en later nog meer eenheden. Dat was niet verwarrend, aangezien de nummergenoten vermoedelijk vér weg waren omdat ze dienden in Macedonië. Tijdens de Tweede Burgeroorlog, waarin Caesar het opnam tegen de Senaat en zijn generaal Pompeius, kan er wel verwarring zijn ontstaan maar dat zal wel zijn opgelost met namen als het Veertiende Caesariana en het Veertiende Pompeiana.

Op de moord op Caesar volgde een nieuwe ronde burgeroorlogen. Zijn veteranen keerden terug naar de kazerne en hervormden hun oude eenheden. Sommigen kozen voor Caesars voormalige rechterhand, Marcus Antonius, anderen voor zijn erfgenaam, die historici meestal Octavianus noemen. (Hij had in feite de naam van zijn adoptiefvader overgenomen en heette dus Gaius Julius Caesar. Die naam was zijn enige kapitaal maar het was voldoende om een leger te verwerven.) Doordat de veteranen zich verspreidden over twee groepen legioenen met de oude nummers, waren er vanaf nu allerlei dubbele nummers die een bijnaam noodzakelijk maakten: een Vijfde Alaudae en een Vijfde Macedonica, een Zesde Ferrata en een Zesde Victrix, een Tiende Equestris en een Tiende Fretensis. En doordat de burgeroorlogen jarenlang duurden, groeiden deze eenheden steeds meer uit tot permanent.

Het Achttiende en het Negentiende en vrijwel zeker ook het Zeventiende gingen ten onder in de strijd tegen de Germanen in het najaar van 9 n.Chr.: de slag in het Teutoburgerwoud. Ze verloren hun standaard, waren onteerd en hielden administratief op te bestaan. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat alle soldaten dood waren. Wellicht zijn zij overgeplaatst naar de hulptroepen, die waren samengesteld uit ingezetenen van het Romeinse Rijk die het burgerrecht niet hadden. Dit verklaart de opkomst van de curieuze hulptroepeenheden-met-burgerrecht aan het begin van de eerste eeuw. (Deze vorm van overplaatsing/degradatie lijkt overigens al eens te zijn genomen vóór 9 n.Chr.)

Latere nummers hebben min of meer toevallige aanleidingen. Keizer Galba had al een Zesde legioen en bouwde er een bij, dus dat werd het Zevende Galbiana. Omdat het later fuseerde met het Eerste Germanica, heette het voortaan Zevende Gemina, “tweeling”. Trajanus voegde aan de achtentwintig legioenen van zijn tijd er twee toe, waarvan er een nummer Dertig kreeg.

Een gedachte over “Namen en nummers

  1. jan kroeze

    Was dat 7 december divisie een stuk leger dat vooraan stond in de strijd in Indonesie?
    Ik dacht dat ze opereerden in de frontlinie.

Reacties zijn gesloten.