Voor het op drie na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D45, zijn we weer in Emmen. Dit is echt de hunebeddenhoofdstad van ons land, want je kunt hier twaalf trechterbekergraven zien: beginnend bij D47 en D46 in een oostelijke nieuwbouwwijk, fiets je naar D45 (waarover zo meteen meer), en dan verder naar het drietal D38-D39-D40 op het Emmerveld ten noorden van de stad, waarna je over de grote weg teruggaat naar D41. Hier ga je de es op, heen en weer naar D42, waarna je terugkeert en je weg zuidwaarts vervolgt naar het langgraf D43. Neem dan, even na de grote kruising, de Westenescherstraat en je komt bij het kleine D44, om te eindigen bij D51 en D50. Daarvandaan kun je nog naar de Papeloze Kerk D49, maar je kunt ook naar Emmen terugfietsen, een hotel nemen en de volgende dag naar de dierentuin gaan.
Hunebed D45 is een van de interessantere. Het is om te beginnen flink groot: 18½ meter lang en 4½ meter breed. De kransstenen zijn er nog. Maar het is vooral de plaats die het bijzonder maakt. Hunebedden.nl legt uit:
De hunebedden D54 en D53 liggen vlakbij elkaar bij Havelte. Dit is hunebed D54.
“Het beste was dus tot het laatste bewaard,” schreef ik afgelopen september in mijn eerste stukje over de Nederlandse hunebedden. Ik doelde op de drie trechterbekergraven die ik afgelopen zomer in het zuidwesten van Drenthe bezocht: hunebed D52 bij Diever en de hunebedden D54 en D53 bij Havelte. Vooral dat tweetal maakte indruk. Ze staan op een prachtige uitgestrekte heide, die ik bezocht op een prachtige zomerdag, en zijn zelf ook prachtig. Gewoon, zoals je je een hunebed voorstelt.
Komend vanaf theehuis Het Hunebed en fietsend over de Hunebeddenweg, bereik je eerst hunebed D53. Het is op een handbreedte na negentien meter lang en is 4½ meter breed. Alleen hunebed D27, naast het Hunebedcentrum in Borger, is nog groter. En eigenlijk ook D43 bij Emmen, maar dat is geen echt hunebed. Niet alleen is D53 groot, er zijn ook nog kransstenen te zien.
Hunebed D53 bij Havelte
Hunebed D53
D53 “is het enige oorlogsslachtoffer onder de hunebedden,” schrijft Hunebeddeninfo.nl. Het monument is in het laatste oorlogsjaar namelijk gedeassembleerd om ruimte te maken voor de landingsbaan van een vliegveld; ik heb weleens geblogd over de luchtoorlog die de Duitsers en Geallieerden hebben uitgevochten boven Friesland. Die landingsbaan is vervolgens gebombardeerd, dus het begraven van het archeologische monument was geen overbodige voorzorgsmaatregel.
In 1949 is hunebed D53 herbouwd. Schade aan het bodemarchief was er gelukkig niet. Het monument was in 1918 al onderzocht en daarbij zijn meer trechterbekertijdvoorwerpen gevonden dan in welk Nederlands hunebed ook: 649 potten. Het materiaal dateerde uit de tijd tussen pakweg 3250 en 2750 v.Chr. Ook zijn er een pijlpunt, een knots en een drietal kralen gevonden.
In de kamer lagen crematieresten. Volgens de Ierse archeologe Anna Brindley, die werkt voor de Rijksuniversiteit Groningen, ging het om restanten van zeker vijf mensen. Tevens lagen er verbrande dierenresten, waaronder twee berenklauwen. Vermoedelijk was er een berenhuid verbrand. Dat moet als een kostbaar offer en/of een status-symbool hebben gegolden, aangezien zo’n huid zeldzaam was.
Hunebed D53 bij Havelte
Hunebed D54
Even verder fietsend – 150 meter om precies te zijn – ligt rechts van de weg hunebed D54. Dit is tijdens de oorlog niet gesloopt maar wel bedekt met zand. Het is fors: het is 12¾ meter lang en 3¼ meter breed. Hunebed D54 ligt bovendien erg mooi, net op een helling van de Havelterberg. Dit grafmonument is nooit onderzocht.
Hunebed D54 bij Havelte
Meer weten over hunebedden D54 en D53?
Over dit hunebed: Wikipedia D53 en D54, en op Hunebedden.nl D53 en D54.
Het op zeven na zuidelijkste hunebed in Nederland is D51, een ganggraf dat zich bevindt op een boogscheut van D50. Het is 12¼ meter lang en 3½ meter breed, dus aan de forse kant.
Voor nogal wat auteurs is D51, in vergelijking met D50, een beetje een tegenvaller. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat het er wat zielig bij staat; Hunebeddeninfo.nl vindt dat D51 schraal afsteekt bij zijn broer; Hunebedden.nl typeert het als onttakeld; de Wikipedia noemt het zwaar beschadigd. Wijnand van der Sanden heeft er in de Gids voor de hunebedden ook niet veel over te melden en gaat, zoals gezegd, in op astronomische speculaties.
’s Neêrlands op acht na zuidelijkste hunebed ligt even ten westen van Emmen en heet D42. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat
dit het enige Nederlandse hunebed is waarvan de toegang werd gevormd door een gang met aan beide zijden liefst drie paar poortzijstenen. Maar daarvan valt helaas niet veel meer te zien; het hunebed is groot maar onvolledig.
Sterker, van die tweemaal drie poortstenen resteren alleen de kuilen. Maar groot is het zeker! Het is op een span na zeventien meter lang en is 4½ meter breed. De hunebedbouwers leverden geen half werk hier. Het ligt bovendien prachtig in de bosrand, aan het einde van de westelijke es van Emmen. Het gebied heet ook wel Stiencamp. In feite een van de mooiste plekken om verliefd te worden op het Drentse landschap.
We beginnen het nieuwe jaar met goede wensen én een joekel van een hunebed, namelijk D50. Met een lengte van zeventien en een breedte van 4½ meter is ’s lands op negen na zuidelijkste trechterbekergrafmonument echt een kanjer. Archeologen duiden hunebedden met deze lengte wel aan als ganggraf.
D50
Hunebed D50 ligt even ten noordwesten van Noord-Sleen, een dorpje tussen de twee wegen die van Emmen naar het westen leiden. (Voor fietsers: de grote weg is niet ideaal. Neem de zuidelijke route over de Westenesscherstraat en Slenerweg, en sla na Noord-Sleen rechtsaf de Hunebedweg op.) Het is niet alleen een groot monument, het is ook nog voorzien van de kransstenen, dat wil zeggen de kring van stenen aan de voet van de dekheuvel. Albert van Giffen heeft die in 1965 weer hersteld en heeft met plombes de plaats van de verdwenen poortstenen aangegeven. Onderzoek heeft hij hier nooit gedaan en ook daarna is de kelder niet opgegraven.
Het op tien na zuidelijkste hunebed in Nederland ligt aan de noordwestelijke rand van Emmen. Eigenlijk ligt het prachtig: iedereen die de stad binnenrijdt, ziet het liggen en ook de bewoners van enkele flatgebouwen zien erover uit. Dit is echte een monument dat deel uitmaakt van de leefomgeving en ik vermoed dat dit, gelegen langs een drukke weg, het meest bekeken hunebed ter wereld moet zijn.
Groot is hunebed D41 ondertussen niet. Het is nog geen zes meter lang en maar 2¾ meter breed. De hunebedbouwers hebben weleens harder aan een graf gewerkt. Het is echter wel een van de best-bewaarde hunebedden van het land. Hunebed D41 is namelijk het laatste dat is ontdekt: tot 1809 lagen de grote stenen goed beschermd in de grafheuvel, waardoor weer en wind er eeuwenlang weinig vat op hebben gehad.
Over het op veertien na zuidelijkste hunebed in Nederland, D49 bij Schoonoord, heb ik al eens eerder geblogd. Ik was destijds, 30 april 2019, van Assen op weg naar Coevorden, de stad van de vroege hunebeddenvorser Johan Picard. Zo passeerde ik het Schoonoordse hunebed, dat ook bekendstaat als de Papeloze Kerk. Over die naam schreef ik:
Een papeloze kerk is een kerk zonder priesters, wat in de negentiende eeuw werd uitgelegd alsof dit de plaats is geweest van protestantse hagepreken in de jaren van de Nederlandse Opstand tegen de Spanjaarden. Enigszins problematisch is die verklaring wel, want deze plek is wel érg ver buiten de bewoonde wereld. Even goed kan de naam zijn ontstaan omdat mensen hebben gedacht dat dit een heidens heiligdom was.
Het op vijftien na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D35 is zo’n acht-en-halve meter lang en 3¼ meter breed. Nu zeggen we: “Het is bij Valthe”. De hunebedbouwers zelf zullen wel hebben gezegd dat het was aan een weg die liep van het noorden naar het zuiden en die wij kunnen volgen vanaf hunebed D31 langs hunebed D34 (en het gesloopte D33) tot het hunebed van vandaag, D35 dus.
Niet het alleropvallendste grafmonument uit de Trechterbekertijd: het hunebed is wat ietwat klein uitgevallen en ligt gedeeltelijk ingegraven. “Aan dit hunebed is niet heel veel te zien,” merkt Hunebeddeninfo.nl droogjes op. Toch is het een omweg waard, want het meertje dat je vaak vindt bij zo’n megalithisch graf vindt, is hier werkelijk vlakbij en ook nog goed te herkennen als een open plek in het bos. Het is een pingoruïne, net als bij D2 bij Westervelde.
Een paar bomen ten zuiden van het Drentse dorp Valthe op wat bekendstaat als de Oosteres, met daar onder twee hunebedden in elkaars verlengde: hunebed D36 en hunebed D37 staan samen ook bekend als de Valther Tweeling. Dat klinkt poëtisch maar de waarheid is dat het niet echt een indrukwekkend stel is. Ze zijn, zoals Herman Clerinx het in Een paleis voor de doden verwoordt, eigenlijk tamelijk vervallen. In de Gids voor de hunebedden heeft Wijnand van der Sanden er ook niet heel veel over te vertellen.
De hunebedbouwers, waarvan ik me voorstel dat ze met kuddes heen en weer trokken, schiepen een wegennetwerk. Of misschien moeten we het hebben over paden. En of het opzet was, dat zullen we ook maar in het midden laten. Hoe dan ook, in de Trechterbekertijd ontstonden routes door het Drentse landschap. Een daarvan liep van hunebed D31 bij het huidige Exloo, zuidwaarts. Via een recentere grafheuvel passeerde de weg hunebed D34. U vindt dit ten zuidoosten van het huidige Odoorn, in de richting van Valthe. De oude weg vervolgend zou een trechterbekerreiziger zijn aangekomen bij hunebed D35, halverwege Valthe en Klijndijk.
Nog niet zo heel lang geleden zou in het rijtje D31 – grafheuvel – D34 – D35 ook hunebed D33 opgenomen zijn geweest. Dat lag slechts honderdvijftig meter noordelijker dan D34, maar Albert van Giffen heeft het in 1955 gesloopt. De oeroude zwerfkeien zijn gebruikt om hunebed D49 te restaureren, de “Papeloze kerk” bij Schoonoord. Dat klinkt als vandalisme en ik weet niet of dit tegenwoordig nog zou mogen, maar D33 verkeerde destijds in een nog slechtere staat dan hunebed D34, dat ook niet moeders mooiste is.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.